Brieven

Brieven 23/6/2021

Onderwijs

Cliché én oplossing

De kwaliteit van het onderwijs staat aan alle kranten onder druk en Nico Eigenhuis, pedagoog en onderwijskundige, meldt in NRC (18/6) maar weer eens „dat kleinere klassen een veel gehoord cliché is maar dat uit onderzoek blijkt dat het niet zo maar bijdraagt aan onderwijsverbetering”. Wat die oplossing dan wel is behalve het verbeteren van pedagogische kwaliteiten wordt niet echt duidelijk. Persoonlijk werd ik altijd gek van al die pedagogische theorieën, zie de discussie rondom leerstijlen, die elkaar ook veelvuldig tegenspreken. Als het gaat om zorgvuldig onderzoek denk ik terug aan een artikel in De Correspondent waarin het ging over een experiment in de jaren tachtig van de vorige eeuw. De Republikeinse gouverneur Andrew Lamar Alexander van Tennessee verklaarde onderwijs tot een topprioriteit. Hij had gehoord over experimenten in Indiana met kleinere klassen. Alexander wilde het experiment overdoen, maar dan groter. Het gevolg: tussen 1985 en 1989 zaten 6.572 leerlingen op 79 verschillende basisscholen in Tennessee vier jaar lang in een kleine of een ‘gewone’ klas. In welke klas je vier jaar lang les had, was gebaseerd op toeval. Daardoor werd vermeden dat andere factoren als ouderbetrokkenheid of sociaal-economische status van invloed zouden zijn. De resultaten waren overduidelijk want de leerlingen in de kleine klassen rekenden en lazen beter en deden het ook op lange termijn veel beter. Het effect was met name groot voor kinderen uit minderbedeelde gezinnen want deze boekten de meeste winst. Dat het in een kleine klas beter werken is, zal iedere leraar herkennen, al is bij veel modellen-onderzoekers en -pedagogen nog niet helemaal doorgedrongen.

e
conomisch geograaf, Universiteit Utrecht

Toerisme

21ste-eeuwse Multatuli

In zijn bijdrage over Venetië (Terug naar het oude normaal, 19/6) merkt schrijver/dichter Ilja Leonard Pfeijffer op dat het erop lijkt dat hij Grand Hotel Europa „voor niets geschreven” heeft, want de mammoet-cruisers meren al weer aan in de Venetiaanse lagune. Ik heb kennelijk iets essentieels gemist: de roman als glyfosaat tegen massatoerisme. Ik las in het ‘hotel’ vooral veel dédain van een elitaire hoofdpersoon jegens hordes die een kunsthistorische enclave op sandalen overlopen met hun schaamteloze, roodverbrande blote benen. Maar gelukkig wijst Pfeijffer me erop dat de lezer het boek eigenlijk moet zien als een 21ste-eeuwse Max Havelaar. Zijn plek in de literatuurgeschiedenis als de nieuwe Multatuli daarmee implicerend.

Scheveningen

Turks Fruit

Hoezo hypocriet?

Met haar filippica tegen Turks Fruit gaat briefschrijfster Irma de Ronde (22/6) er met gestrekt been in. Natuurlijk kun je de plek van een boek in de literaire canon ter discussie stellen. Zo’n canon heeft geen eeuwigheidswaarde, het is slechts een momentopname. Maar je schiet je doel voorbij als je zonder verdere argumentatie de jaren 60/70 afdoet als „het meest hypocriete tijdperk ooit”; een tijdperk waarin de macht was aan „een verwende elitaire club van hippies vol hormonen, die met hun zelfvoldane lofzang op ongeremdheid in seks, drugs en alcohol onvoldoende tegenwicht kregen van de door de oorlog te zwaar getraumatiseerde zittende generatie”. Hoezo verwende elitaire club, hoezo hypocriet? Wat had De Ronde dan gewild? Dat we in de jaren vijftig waren blijven steken?

Hengelo

Seedorf

Telt twee keer mee

Wat een mooie column van Clarence Seedorf (Hoop en dromen, 19/6). Dat je met je woorden het leven van anderen positief kan beïnvloeden weten we wel, maar doen we te weinig. Elke docent, mentor en manager zou dit advies ter harte moeten nemen, want ze hebben meer invloed op het welbevinden, zelfvertrouwen en de motivatie van de mensen die aan hun zijn toevertrouwd dan ze toe willen geven. Hun waardering van leerlingen en werknemers telt immers twee keer mee: als mens en als iemand die de macht heeft om het leven van de ander te verbeteren.