Opinie

Bij de mannen van law and order dreigt radicalisering

Luuk van Middelaar

Na een klopjacht en een vergeefs uitgekamd Limburgs bos kwam zondag een eind aan de spanning waarin België weken leefde na de verdwijning van militair Jürgen Conings, scherpschutter met extreem-rechtse sympathieën. Zijn stoffelijk overschot werd gevonden in een bos. Al in februari werd hij geïdentificeerd als „potentieel gevaarlijke terrorist” maar door fouten en personeelsgebrek ondernam het ministerie van Defensie geen actie. Zo kon Conings zware wapens uit een depot meenemen; in een afscheidsbrief bedreigde hij de Vlaamse viroloog Marc Van Ranst. De missie eindigde met zelfdoding.

Dit was een eenzame schutter – maar het rommelt op veel plekken in Europese legers en ordediensten. In Zuid-Spanje pleegde een voormalig officier vorige week een onverhuld racistische moord op een Marokkaanse immigrant. Na een twist op een terras ging de oud-soldaat naar huis, verkleedde zich, pakte een wapen, daagde het slachtoffer uit en schoot hem neer.

Maandag blokkeerden in Portugal honderden ontevreden politie-agenten de straten van Lissabon en eisten het ontslag van hun baas, de minister van Binnenlandse Zaken. Dienstdoende agenten lieten hun collega’s begaan. De politieclub Movimento Zero (met de zero van ‘nul tolerantie’) ontstond in 2019 uit grieven over slechte werkomstandigheden in Lissabons buitenwijken, maar werd snel door extreem-rechts naar zich toegetrokken.

Vorig jaar werd een commando-eenheid van het Duitse leger opgeheven na extreem-rechtse incidenten. Het ging om meer dan liefde voor neonazi-rockmuziek en de Hitlergroet op feestjes: ook verboden wapenbezit is ten laste gelegd. In de Bondsrepubliek loopt het proces tegen Franco A., een jonge elitesoldaat die in 2015 de identiteit van Syrische asielzoeker aannam. Met een aanslag in vermomming beoogde hij raciale spanningen te vergroten en chaos te scheppen, om dan met extreem-rechtse officieren orde op zaken te stellen. Volgens The New York Times is A. de eerste Duitse soldaat sinds 1945 die wordt aangeklaagd voor terrorisme.

Uit het portret van de krant spreekt een intelligente jongeman die sinds de migrantencrisis van 2015 de omvolking van Europa vreest en zijn dubieuze uitlatingen handig weglacht als ironie. Grootvader was nazi tijdens WO II; kleinzoon erfde diens exemplaar van Mein Kampf. Geen rauwe skinhead, maar een getalenteerde uitwisselingsstudent aan de Franse officiersopleiding Saint-Cyr. Toen zijn eindscriptie er door een verontruste supervisor als racistisch werd afgekeurd, schreef A. gauw een nieuwe, kreeg alsnog zijn diploma en begon een carrière in de Bundeswehr.

Dan Frankrijk. Daar ontstond dit voorjaar ophef over opiniestukken van twintig gepensioneerde generaals en duizend militairen van lagere rang in het conservatieve weekblad Valeurs Actuelles. In een brief aan president Macron waarschuwden ze voor het „uiteenvallen” van het vaderland door islamisme en dekoloniale identiteitspolitiek, ja, voor een „burgeroorlog” met mogelijk duizenden doden. Prompt steunde Marine Le Pen de generaals. Zorgwekkender voor Macron was dat een groot deel van de Franse publieke opinie de teneur onderschreef; ruim vier op de vijf Fransen meent dat „de wetten van de Republiek” niet op het hele grondgebied gelden – oftewel dat buitenwijken in jungles veranderen. Van bijna een op de twee Fransen mag het leger eigenhandig ingrijpen ter waarborging van de nationale veiligheid, ook zonder opdracht van de politiek.

Elk verhaal is anders, elk land kent militaire tradities maar toch zijn enkele patronen evident. Allereerst is er de beroepssociologie; leger, politie en douane recruteren stoere witte mannen, leidend tot bolwerken van racisme en discriminatie. De Amsterdamse brandweer is een bekend voorbeeld.

Ook is er een partijpolitieke dimensie. Doorgaans voelen militairen en andere ordehandhavers zich beter thuis bij conservatieve en rechtse waarden als orde, eer en vaderland dan bij linkse en liberale waarden van gelijkheid, openheid en vooruitgang. Geen probleem; veeleer juiste beroepskeuze.

Toch breekt er op dit punt iets. In het Franse leger bestond altijd een reactionaire onderstroom. Maar dat in 2017 vier op de tien soldaten (en ruim vijf op de tien politiemensen) in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen op Le Pen stemde, is erg veel. Wanneer alleen extreem-rechts de waarden van veiligheid en vaderland nog opeist, gaat de band met het midden verloren en dreigt – zeker in de huidige sociale-media-dynamiek – radicalisering. Zo krijg je gevaarlijke figuren als Franco A.: mensen in uniform die hun land verdedigen maar zichzelf beschouwen als in oorlog met de waarden die ze geacht worden te verdedigen.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar EU-recht (Leiden).