Reportage

Huizen bouwen onder zeeniveau, is dat in tijden van klimaatverandering nog wel verstandig?

Klimaatverandering De Unie van Waterschappen waarschuwt voor woningbouw onder zeeniveau. Op pad met de voorzitter naar de Zuidplaspolder.

De nieuwbouwwijk Westergouwe bij Gouda werd gebouwd ondanks zware kritiek van waterschappen. Die hielpen uiteindelijk toch mee om de wijk in elk geval ‘klimaatbestendig’ te maken.
De nieuwbouwwijk Westergouwe bij Gouda werd gebouwd ondanks zware kritiek van waterschappen. Die hielpen uiteindelijk toch mee om de wijk in elk geval ‘klimaatbestendig’ te maken. Foto Gerhard van Roon/ANP/Hollandse Hoogte

Een muur van huizen ligt laag in het land. De eerste bewoners zijn er vijf jaar geleden ingetrokken. Uiteindelijk zullen hier vierduizend huizen staan, op een van de laagstgelegen delen van Nederland, ongeveer zes meter onder NAP, in de Zuidplaspolder tussen Gouda en Moordrecht. De locatie is aantrekkelijk: in het groen en toch dicht bij alle voorzieningen van Rotterdam, Gouda en, even verderop, Utrecht.

Toch bekruipt je de twijfel, staande op de ringdijk even buiten Gouda. Is dit de manier waarop Nederland de komende tien jaar een miljoen huizen moet gaan bouwen? Terwijl wetenschappers waarschuwen dat Nederland de komende decennia vooral niet moet bouwen op risicovolle plekken, om de gevolgen van zeespiegelstijging te beperken? En terwijl ook de waterschappen waarschuwen dat bouwen op verkeerde plekken tot grote financiële schade kan leiden? „Fouten van nu zullen generaties lang doorwerken”, schrijven de waterschappen in een brief aan de Tweede Kamer, die donderdag over de woningbouw debatteert. „Als we niets doen, kan de schade door klimaatverandering in bebouwd gebied in Nederland in 2050 oplopen tot 124 miljard euro. Dit alles naast de schade op sociaal en maatschappelijk gebied.”

Na jaren politiek debat stemde in 2004 het toenmalige kabinet in met de bouw van Westergouwe bij Gouda, ondanks zware kritiek van onder meer de waterschappen, die destijds spraken van een „heilloos” plan dat inging tegen alles wat Nederland wilde doen tegen klimaatverandering en zeespiegelstijging. Uiteindelijk voegden de waterschappen zich naar de politieke werkelijkheid en werkten ze loyaal mee om de wijk in elk geval ‘klimaatbestendig’ te maken.

Droge huiskamers

Dat is gelukt, constateert de huidige voorzitter van de Unie van Waterschappen (UvW), Rogier van der Sande, vanaf de dijk wijzend naar de huizen in de diepte. De grond voor de wijk is verbeterd en opgehoogd, de wooneilanden liggen hoger dan het overstromingspeil bij het onwaarschijnlijke geval van een doorbraak van de nabij liggende waterkering. Bij hoosbuien is de schade beperkt. „Als de straat onder water komt te staan, blijft de huiskamer droog.”

Een kwart van het gebied is ingericht met meertjes en sloten. De afvoer van regenwater is afgekoppeld van het riool en wordt in het eigen gebied opgevangen in de grote waterplas. Van der Sande: „Objectief gezien moet je hier misschien niet bouwen. In een ideale wereld bouw je boven de zeespiegel. Maar we wonen nu eenmaal laag. In de Randstad ligt 80 procent onder NAP. Er is hier geprobeerd er het beste van te maken. De maatregelen die hier zijn genomen, maken deze wijk toekomstbestendig.”

Dat er de komende jaren heel veel woningen moeten worden gebouwd, staat buiten kijf. „Ik snap de urgentie”, zegt Van der Sande, in het dagelijks leven ook dijkgraaf van het hoogheemraadschap van Rijnland in Leiden. „Ik heb mijn zoon van twintig twee jaar geleden al ingeschreven voor een woning in de hoop dat hij over vijftien jaar misschien een woning krijgt.” Maar als je bouwt, zegt hij, hou dan wel rekening met de gevolgen van klimaatverandering. „Als wij de komende tien jaar een miljoen woningen gaan bouwen, waarom zou je dan wachten met het verplicht voorschrijven van maatregelen die over een paar jaar onvermijdelijk zullen zijn? In België ben je als particulier verplicht om watermaatregelen te nemen, zoals tegels uit de tuin. Waarom hier nog niet? Er zijn locaties genoeg om te bouwen. Maar laat het Rijk de regie nemen bij het stellen van de condities waaronder je mag bouwen.”

De maatregelen zijn onvermijdelijk, stellen de waterschappen. „Het weer wordt extremer. Er komen meer perioden van droogte en hittestress. Er komen meer hoosbuien, zoals dit weekeinde in Leersum en Noord-Holland. Daar moet je maatregelen tegen nemen. Daardoor worden nieuwe wijken duurder. Dat is geen populaire boodschap. Maar het moet wel gebeuren.”

Klimaatonderzoeker: ‘Denk nu na over terugtrekken als zeespiegel stijgt’

Boezemniveau

De waterschappen noemen als voorbeeld het plan voor de bouw van ruim vijfduizend woningen op en rondom het voormalige vliegveld Valkenburg, tussen Katwijk en Leiden. „Daar gebeurt veel goeds”, zegt Van der Sande. De wijk wordt „op boezemniveau” aangelegd, dat wil zeggen dat het geen polder gaat worden. „Dat is veiliger. En er hoeft geen gemaal te komen dat water moet wegpompen.” Wat hij dan weer wel spijtig vindt, is dat er niet wordt geïnvesteerd in het hergebruik van drinkwater binnenshuis. „Een gemiste kans.” In een tijd dat drinkwaterbedrijven het steeds moeilijker krijgen om, bijvoorbeeld in tijden van droogte, voldoende schoon water uit rivieren te halen, zou waterbesparing geen overbodige luxe zijn.

Behalve het formuleren van klimaatbestendige voorwaarden waaronder gemeenten en projectontwikkelaars mogen bouwen, moet het Rijk daar ook geld beschikbaar voor stellen. „Het Rijk moet boter bij de vis leveren”, zegt hij. „Er zijn nog steeds gemeenten waar plannen van vóór de bankencrisis in 2008 uit de kast worden gehaald die niet zijn geactualiseerd. Die plannen zijn niet waterrobuust. Als ze de plannen waterrobuust maken, moet je meer grond aanbrengen, je moet de woningen duurder maken, of je verdient er als gemeente minder aan. Daarom: help de gemeenten.”

En toch. Zou het niet veel eenvoudiger zijn als waterschappen zouden pleiten voor een verbod op het bouwen in diepe delen van Nederland? „Nee”, zegt Van der Sande. „Daar gaan wij niet over.” Het enige geografische taboe ligt wat de waterschappen betreft op de veenweidegebieden in het westen van het land, de Krimpenerwaard bijvoorbeeld, waar de bodem zakt. „Is het handig om in grote delen van het Groene Hart huizen te onderheien om vervolgens wegen te zien wegzakken? Nee. Dan ben je klauwen met geld kwijt.”