Opinie

Restauratie van Paleis Soestdijk via de markt is achteraf discutabel

Erfgoed

Commentaar

Het is niet het dringendste probleem waar Nederland mee kampt, maar dat de renovatie en herbestemming van Paleis Soestdijk na vijf jaar nog altijd niet zijn begonnen, is vreemd. Uit het journalistieke onderzoeksverhaal dit weekend in NRC doemt een beeld op van elkaar tegenwerkende overheden, slechte communicatie, verkeerd gewekte verwachtingen, onderschatte kosten en opbrengsten. Met een laat en drastisch aangepast voorstel tot gevolg dat veel grotere gevolgen voor de omgeving heeft, dan voorzien en ooit beloofd.

Lees ook dit artikel: Eten plukken in de tuin van Soestdijk

De keuze destijds om in een publiek-private samenwerking zowel de belangen van een projectontwikkelaar als van het cultureel erfgoed te dienen, lijkt mislukt – of het goed komt, hangt nu af van de Baarnse gemeenteraad. Wat enerzijds pleit voor de lokale democratie, maar anderzijds bewijst dat Project Soestdijk als landelijke prioriteit een wees is geworden. En dus kan sneuvelen op parkeerplaatsen, bouwvolumes en bezwaarlijke bezoekersdruk. De projectontwikkelaar is inmiddels, niet geheel onbegrijpelijk, gefrustreerd en teleurgesteld.

Achteraf is de vraag gerechtvaardigd of deze vorm van privatisering de juiste keuze was. Zoals ook destijds werd opgemerkt, is het tamelijk opmerkelijk dat het landgoed en het paleis door de staat zijn verkocht zonder publiek debat vooraf. Weliswaar ging dit gepaard met een ballotage van de belangstellende kopers, die aan allerlei criteria over de publieke functie van vooral de gebouwen moesten voldoen, maar feit blijft dat een gebouw dat voor generaties Nederlanders met het versleten begrip ‘iconisch’ mag worden betiteld, nu aan derden is overgelaten.

De staat wenste na verkoop niets aan restauratie of onderhoud bij te dragen: Project Soestdijk moest zichzelf kunnen financieren. Dat gaat dus niet zonder een tamelijk opzichtig verdienmodel. In dit geval een ‘stedelijk evenemententerrein’, een proeftuin rond het thema ‘excellent ondernemerschap en innovatiekracht’. Financieel onderbouwd met de bouw van appartementen en vrijstaande woningen. In andere Europese monarchieën, waar ook weleens koninklijk onroerend goed overbodig wordt, is zoiets niet goed denkbaar.

De gang van zaken zegt dus ook iets over het nationale zelfbeeld, de betekenis van nationaal erfgoed, de omgang met monarchie en de culturele waarde van paleizen. Het lijkt erop dat het kabinet Rutte II die destijds best belangrijk vond, maar liever de hand op de knip hield en de markt aanwees om het probleem op te lossen. Zoals ook met andere privatiseringsbeslissingen staat ook deze nu in een ander daglicht.

Weet de projectontwikkelaar alle politieke en juridische hobbels alsnog te nemen dan gaat de eerste paal pas in de loop van 2022 de grond in. En dat is dan optimistisch. Sinds het sluiten van de deal in 2017 bespaarde de staat vooral de onderhoudsinvesteringen, maar kreeg daar dan ook niets voor terug. Is het tijd om uit te huilen en opnieuw te beginnen? Erfgoedvereniging Heemschut adviseert het kabinet Soestdijk terug te kopen en zelf op te knappen. Zoek er een passende bestemming voor die minder pretentieus is en vooral minder belastend voor de omgeving. Voor die gedachte valt wel sympathie op te brengen – hoe dringend zijn nieuwe evenemententerreinen eigenlijk? Breng het landgoed onder bij Staatsbosbeheer, dat ervaring heeft met monumentale terreinen. Geef een deel van het terrein vrij voor woningbouw. Zo ingewikkeld kan het niet zijn.

Lees ook deze reportage over een ander nationaal cultureel erfgoed: De Gouden Koets: cultureel erfgoed dat pijn doet