Reportage

India’s bekendste en grootste sloppenwijk telde onlangs nul nieuwe besmettingen. Wat was de aanpak?

India Het was de nachtmerrie van Indiase epidemiologen: een uitbraak van het coronavirus in de sloppenwijk Dharavi. Maar door een grondige en voortvarende aanpak telde de wijk in Mumbai onlangs nul nieuwe besmettingen.

Hulpverleners delen pamfletten uit in Dharavi om bewoners te waarschuwen tegen besmettingsrisico’s.
Hulpverleners delen pamfletten uit in Dharavi om bewoners te waarschuwen tegen besmettingsrisico’s. Foto Getty Images

De zaken gaan goed in winkel nr. 4 op 90 Feet Road. In de opening van wat niet meer is dan een kleine ruimte, de planken gevuld met tinnen theekannen en bekertjes, neemt Sandil Kumar (52) het allemaal even in zich op. De druppels die naar beneden beginnen te vallen, een teken dat de moesson nu echt aanstaande is. De twee mannen die op een bankje hun dag doornemen, slurpend van zijn thee.

Hij is blij terug te zijn, zegt Kumar. Terug in Dharavi, India’s bekendste want grootste, sloppenwijk – Kumars thuis, al twintig jaar. Tot hij in februari vast kwam te zitten in zijn andere thuis, duizenden kilometers verderop in het zuiden van India. Wat een kort familiebezoekje moest worden, werd een maandenlang verblijf, nadat Mumbai wegens een nieuwe uitbraak van het coronavirus weer op slot ging.

„Alles is oké nu”, zegt Kumar. De mannen knikken. De besmettingscijfers in Dharavi gaan al weken omlaag, de restricties worden langzaam opgeheven en Kumars thee vindt weer gretig aftrek. Vooral de kruidenthee, zijn bestseller die hij op een A4’tje aan de muur aanprijst. „Met elf kruiden.” Welke wil Kumar niet verklappen, maar wel dit: „Het helpt tegen hoesten en koorts.” Toch handig, met corona.

Afgelopen week voltrok zich in deze sloppen een klein wonder. Voor het eerst sinds de tweede golf in India toesloeg, werden hier nul nieuwe coronagevallen aangetroffen. Een wonder, omdat een nieuwe variant elders in het land nog om zich heen greep. Maar Dharavi, waar zo’n 800.000 mensen amper twee vierkante kilometer delen, bleef dit keer met ‘slechts’ 2.900 officiële besmettingen goeddeels gespaard.

Ook bij de eerste golf vorig jaar slaagden de lokale autoriteiten erin een ramp te voorkomen, terwijl velen die als onvermijdelijk zagen (al wijzen sommige experts erop dat een zekere mate van groepsimmuniteit hierbij kan hebben geholpen). Omdat de bewoners dagelijks voor werk over de miljoenenstad uitwaaieren, was het idee dat als het virus hier binnen de perken bleef, een overweldigende uitbraak in Mumbai kon worden voorkomen.

Lees ook dit artikel: Indiase infectiedeskundige: ‘Het virus dat hier nu rondraast, verspreidt zich als vuur’

Panterdoek

Nu werd Mumbai in beide golven nog steeds relatief zwaar getroffen, maar taferelen zoals in New Delhi, waar zieke bewoners op de stoep van overvolle ziekenhuizen stierven, bleven uit. Onder meer dankzij het Dharavi-model, zeggen lokale bestuurders trots. Ze vinden bijstand in de sloppenwijk zelf. „Iedereen kijkt naar ons”, pocht een jonge bewoner met een panterdoek half voor zijn mond.

Wie wil weten wat dat Dharavi-model precies inhoudt, komt allereerst terecht in het hagelwitte kantoor van Kiran Dighavkar. De 39-jarige ambtenaar is verantwoordelijk voor Ward G-North, het deel van Mumbai waar de megasloppenwijk onder valt. De sleutel, zegt Dighavkar – gewend aan de vraag en de riedel die erop volgt – is simpel. „We volgen de vier t’s. Tracking, tracing, testing, treating.

Het verschil met andere steden die beweren hetzelfde te doen: in Dharavi werden de vier t’s daadwerkelijk uitgevoerd. Met behulp van lokale leiders, zorgvrijwilligers en ngo’s die dagelijks van deur tot deur gingen in de claustrofobisch smalle straten om te checken hoe de bewoners zich voelden („Iemand last van koorts? Hoesten?”), terwijl mobiele ‘testwagens’ rondreden om gratis pcr- en sneltests uit te voeren.

Lees ook dit artikel: India kan coronapiek niet alleen af

Hutjes

Wie positief bleek, werd met zijn naaste contacten tijdelijk ondergebracht in een leegstaand gebouw van zeven etages dat tot quarantainecentrum was omgevormd. „De traditionele manieren om dit virus te bestrijden, werken niet in Dharavi”, vertelt Dighavkar. „Je hebt het hier over hutjes van drie bij vier meter waarin vijftien mensen wonen. 70 tot 80 procent van de bewoners is afhankelijk van gemeenschappelijke toiletten.”

Thuisquarantaine is voor velen onmogelijk, afstand houden ook. Je kunt ook niet wachten tot mensen naar je toe komen, zegt de ambtenaar. „Veel bewoners zijn vorig jaar hun werk kwijtgeraakt en waren nu net weer begonnen, die waren bang zich te laten testen, omdat ze niet in quarantaine wilden.” Ze werden alsnog overgehaald door lokale leiders, uitgerust met speciale telefoons en ‘covid warrior’-id-kaarten.

Zo is er ook de G-North-war room, drie trappen naar beneden vanaf Dighavkars kamer. Daar, aan een lange tafel, zit een tiental jonge mannen en vrouwen, ieder een eigen vaste lijn en headset bij de hand, klaar om bellers te helpen met het regelen van een pcr-test tot het vinden van een ziekenhuisbed. Deze ochtend worden vooral onderling grappen gemaakt, de telefoon gaat nauwelijks over.

Overal in Mumbai zijn sinds vorige zomer 24 van zulke war rooms actief, ieder verantwoordelijk voor hun deel van de stad. Vraag deskundigen naar wat India’s financiële hoofdstad Mumbai nu zoveel beter deed dan het politieke hart New Delhi en ze wijzen zeker ook hiernaar: Mumbai’s gedecentraliseerde aanpak. De enkele centrale nummers die de inwoners in Delhi konden bellen, waren voortdurend onbereikbaar.

Abdul Kadar Shaikh (62) opent zijn rolluik en gaat op de toonbank zitten vanaf waar hij normaal zijn biryani, een rijstgerecht vol specerijen, verkoopt. Vandaag niet, met de verkoop is-ie sinds de lockdown in april gestopt („Mensen hebben nu geen geld om iets te kopen”). Maar hier kan hij tenminste kletsen met de buren op het smalle pad dat uitzicht geeft op een nauwelijks stromend riviertje.

Vrijwilligers

Ze hebben het hier best goed gedaan, vindt Shaikh. Hij bedoelt: de lokale regering. Van de landelijke regering moet hij niets hebben. „We hebben een premier die geen idee heeft wat hij doet”, zegt hij. Hij wijst op de vrijwilligers die steeds langskwamen, op de hulp bij het testen en nu – Shaikh pakt een kleine Nokia erbij – hier, zegt hij, ze hebben zelfs geholpen hem voor een vaccinatie te registreren. Prik één zit er al in, getuige de sms.

Toch is Shaikh een bezorgd man. „Mensen zijn niet voorzichtig”, zegt hij. Mondkapjes zijn vrijwel nergens te bekennen, terwijl het pad een komen en gaan is van mensen die zich langs elkaar wringen. En hoewel Shaikh een prik heeft, is niet iedereen in de buurt daar happig op. „Ze zijn bang dat ze dan doodgaan.” Het is oké, lacht zijn buurvrouw, een verfrommeld kapje om haar pols. Heeft Shaikh het niet gehoord? „Er is hier geen corona meer.”