De veerkracht van de Nederlandse economie blijft economen verrassen

Na de coronacrisis Toen vorig jaar hele delen van de economie in lockdown gingen, zetten economen zich schrap voor een ongekende crisis. Maar volgens het CPB groeit de economie dit jaar en volgend jaar met ruim 3 procent. Ook internationaal doet Nederland het goed.

Winkelen in Amsterdam, deze week.
Winkelen in Amsterdam, deze week. Foto Remko de Waal/ANP

De met de formatie dralende politieke partijen in Den Haag kunnen gerust zijn: de economie heeft ze niet nodig. Alles wijst erop dat de bedrijvigheid zich ook na de tweede lockdown opnieuw voorspoedig herstelt. Woensdag stelden de economen van het Centraal Planbureau hun raming voor de economische groei fors naar boven bij.

Dit jaar groeit de economie met ruim 3 procent, schat het CPB. In maart hielden de economen het nog op ruim 2 procent. Maar de schade van de lockdown begin dit jaar bleek veel kleiner dan het CPB dacht: de economie kromp in het eerste kwartaal niet met 1,9 maar met 0,5 procent.

De veerkracht van de Nederlandse economie blijft economen positief verrassen. Toen de coronacrisis vorig jaar maart uitbrak en hele delen van de economie in lockdown gingen, zetten economen zich schrap voor een crisis van ongekende omvang. De klap was groot, maar sinds vorig jaar herfst valt de voorspelde economische ellende achteraf keer op keer mee.

Ook volgend jaar groeit de economie met meer dan 3 procent, verwacht het CPB. Dat zijn groeipercentages die Nederland lang niet heeft gezien. Natuurlijk ging daar ook een grote krimp aan vooraf. In 2020 kromp de economie door de coronacrisis met 3,7 procent. Maar het herstel gaat snel.

Werkloosheid historisch laag

Zo gaat het op de arbeidsmarkt veel beter dan verwacht. De werkloosheid daalt al maanden. Het CPB denkt dat de werkloosheid dit jaar zelfs uitkomt op een historisch lage 3,6 procent. Afgelopen maart verwachtten de economen nog dat 5 procent van de beroepsbevolking werkloos zou zijn eind dit jaar.

Die gunstige ontwikkeling zorgt ook voor minder permanente schade: wie lang werkloos is, raakt immers vaardigheden kwijt. Als de verwachtingen van het CPB uitkomen, is het bruto binnenlands product (bbp), de optelsom van alle goederen en diensten die Nederland produceert, eind dit jaar alweer groter dan voor de coronacrisis. In 2025 zal de economie nog altijd 1,5 procent kleiner zijn dan voor de epidemie was voorspeld. Maar die ‘permanente schade’ is wel een stuk kleiner dan de 3 procent die het CPB eerder dacht.

De Nederlandse economie houdt zich ook internationaal vergeleken relatief goed staande. De klap was hier minder hard dan in veel andere Europese landen. Dat komt volgens CPB-directeur Pieter Hasekamp doordat de Nederlandse economie minder leunt op toerisme. Thuiswerken kon hier bovendien makkelijker door de hoge mate van digitalisering van de economie. Ook de noodsteun verzachtte de klap: bedrijven kregen snel subsidies, waar in andere landen noodsteun vaak uit garanties bestond.

Verschil met crisis 2008

Het verschil met de financiële crisis van 2008 is groot. Toen kreeg de economie in eerste instantie een minder harde dreun, maar kwakkelde langduriger. Hasekamp: „De coronacrisis kwam echt van buiten, de economie stond er heel gezond voor. In 2008 waren banken, bedrijven en huishoudens veel minder gezond.”

Het wrange van de coronacrisis is dat de klap zo ongelijk is verdeeld. Vooral jongeren, zzp’ers en flexwerkers verloren hun baan of werk. En vooral ondernemers in bepaalde sectoren werden hard geraakt: de horeca, de evenementen- en de reisbranche, de cultuursector, en delen van de detailhandel.

De overheid ving de klap grotendeels op. Volgens de laatste verwachtingen geeft het kabinet Rutte III in totaal 80 miljard euro uit aan de noodsteun. Maar ook daar valt de schade mee. Door de lage rente en de hoge economische groei daalt de staatsschuld volgend jaar alweer, naar ruim 56 procent, onder de Europese norm die stelt dat de schuld maximaal 60 procent van het bbp mag zijn.

Gewone overheidsuitgaven worden te gemakkelijk investeringen in toekomstige brede welvaart genoemd

Pieter Hasekamp CPB-directeur

Geen extra impuls nodig

Is het grote herstelplan voor de economie waarover politieke partijen in Den Haag nu al maanden praten, nog wel nodig? De economie heeft volgens Hasekamp nu geen extra impuls nodig. „Na dit kwartaal schakelen we direct over naar een arbeidsmarkt met tekorten. Extra overheidsuitgaven hebben dan het gevaar in zich dat ze leiden tot prijsstijgingen.”

Hasekamp denkt wel dat er nog hulp nodig is voor levensvatbare bedrijven die kampen met belastingschulden. Maar daar is het demissionaire kabinet al mee bezig. Er is ook andere schade die de crisis heeft aangericht. „Ik denk dan aan achterstanden in het onderwijs en inhaalzorg.”

De economen van het CPB denken wel dat het goed is voor de economie als „langetermijnuitdagingen zoals de energietransitie, de stikstofproblematiek, de woningmarkt, de kwaliteit van het onderwijs en de tweedeling op de arbeidsmarkt” worden aangepakt. Die vergen immers ook economische herstructurering. Besluiten daarover geven ondernemers zekerheid en dat kan het herstel ondersteunen.

Maar pas op, waarschuwt het CPB, ook al krimpt de staatsschuld de komende jaren vanzelf, en neemt het begrotingstekort in rap tempo af, politieke partijen die een nieuw kabinet gaan vormen, moeten zich niet rijk rekenen. Gewone overheidsuitgaven worden tegenwoordig in Den Haag al te makkelijk „investeringen in de toekomstige brede welvaart” genoemd volgens Hasekamp. „Mijn boodschap is: schiet nou niet van de ene kramp in de andere. Ga zeker niet bezuinigen, maar pas ook op dat je alle ruimte die er nu lijkt te zijn in één keer uitgeeft.” Daarvoor is de situatie te onzeker. Hasekamp: „De rente is historisch laag op dit moment. Maar die zou weer kunnen gaan stijgen – sterker nog, dat zie je op sommige plekken nu al gebeuren.” Voor grote uitgaven kunnen politici ook de miljarden euro’s inzetten van het Nederlandse Groeifonds en het Europese Herstelfonds.

Bovendien moeten de ramingen van het CPB eerst nog maar eens uitkomen. De belangrijkste onzekerheden zijn de pandemie (komen er nieuwe, nare varianten van het virus?) en wat Nederlanders doen met hun tijdens de crisis opgebouwde spaargeld (uitgeven of oppotten?). Hasekamp: „Dit zijn ramingen, we moeten het wel nog gaan zien.”