Wibra en FNV botsen in rechtszaal: moeten werknemers ‘lockdownuren’ inhalen?

Overwerk Wibra wil dat werknemers uren gaan inhalen die ze tijdens de lockdown niet maakten – zonder extra betaling. Vakbond FNV spande een kort geding aan.

De Wibra werkt veelal met flexibele contracten. Tijdens de lockdown bouwden de werknemers zogenoemde ‘minuren’ op, die ze nu moeten inhalen
De Wibra werkt veelal met flexibele contracten. Tijdens de lockdown bouwden de werknemers zogenoemde ‘minuren’ op, die ze nu moeten inhalen Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

„Wat had Wibra anders moeten doen?” De rechter in Zutphen zet de zaken even op scherp. „De winkels waren dicht. Je kunt onderbroeken drie keer opvouwen, maar op een gegeven moment liggen ze wel netjes in de schappen.”

Vakbond FNV heeft zojuist in de rechtbank bepleit dat Wibra eind vorig jaar „eenzijdig” besloot werknemers minder uren te laten werken. Midden december gingen vanwege een nieuwe lockdown alle niet-essentiële winkels dicht, ook de filialen van de koopjeskledingketen. De rechter is daarom kritisch op het betoog van de vakbond: gingen werknemers van Wibra minder werken omdat het bedrijf dat wilde, of was het een gevolg van door de overheid opgelegde regels?

Het is één van de twistpunten maandag in de rechtbank van Zutphen. De centrale vraag die voorligt: mag Wibra zijn werknemers de komende maanden gemiste uren laten inhalen, terwijl de keten ook loonsteun van de overheid ontving? De vakbond heeft een kort geding aangespannen omdat het vindt dat de keten zo van „twee walletjes” eet.

Dit is wat Wibra wil: dat werknemers komende maanden de uren gaan werken die ze eerder dit jaar niet konden maken door de lockdown.

Wibra werkt, net als veel andere winkelketens, met vaste en flexibele arbeidsvormen. Vaste werknemers hebben zekerheid over een maandsalaris voor een gemiddeld aantal uren, zeg: twintig uur per week. De ene week werken ze wat minder uren. In drukke weken, bijvoorbeeld tijdens de feestdagen, juist weer meer uren. Zo bouwen ze ‘plus-’ en ‘minuren’ op. Tijdens de afgelopen lockdown bouwden werknemers minuren op, want toen was er door de gedwongen sluiting minder werk.

Besparen op uitzendkrachten

Althans, dat vindt Wibra. Volgens advocaat van de FNV Mandy Dielemans is de coronacrisis een „uitzonderlijke situatie”. En dus, bepleit ze in de rechtszaal: „Er hadden helemaal géén minuren moeten worden geschreven.”

Volgens de vakbond komen werknemers die nu extra uren moeten werken zowel persoonlijk als financieel in de knel. Sommigen zullen extra kosten moeten maken voor kinderopvang, bij weer anderen zorgen de extra uren voor roosterproblemen omdat ze nog een tweede baan hebben.

Maar misschien nog onrechtvaardiger, aldus de vakbond: Wibra legt met het inzetten van de minuren de rekening van de coronacrisis bij zijn werknemers neer. Terwijl de keten zelf steun kreeg van de overheid om de coronacrisis door te komen. Met de NOW-steun kon het immers de loonkosten betalen.

Volgens de vakbond is het een bewuste strategie van de keten om op loonkosten te besparen. Door de komende maanden vooral vaste krachten in te zetten, kan het bedrijf besparen op de inhuur van uitzendkrachten. Dat is, zeker in een vakantieperiode, gunstig.

Lees meer over winkelketens tijdens de lockdown: ‘Onze online omzet is verdubbeld – nu is het twee keer heel weinig’

Terwijl de NOW-loonsteun er nu juist was er om alle mensen aan het werk te houden, óók oproep- en uitzendkrachten, aldus Dielemans. Maar juist die worden nu een stuk minder opgeroepen omdat de vaste krachten extra uren opvangen.

En die extra uren zijn er. Na de lockdown besloot Wibra vooralsnog elke zondag open te gaan, in plaats van één zondag per maand. Ook werden openingstijden verruimd.

Zondebok

Wibra zelf vindt dat de FNV de winkelketen onterecht tot zondebok heeft gemaakt. Werknemers kregen gewoon hun vaste basisloon betaald. benadrukt Wibra-advocaat Rachelle Mourits in de rechtszaal. Doel van de plus-en minuren was nu juist flexibiliteit. Mourits: „Zowel werkgever als werknemer kunnen daar gebruik van maken. Onduidelijk is waarom die in deze pandemie niet kan worden ingezet, en van werknemers geen flexibiliteit mag worden verwacht.” Andersom was Wibra immers ook flexibel naar werknemers toe.

In de rechtszaal probeerde de keten aan de hand van cijfers te rechtvaardigen dat het geen buitensporig verzoek doet aan zijn werknemers.

In totaal werken er zo’n 1.800 mensen bij Wibra – 980 van hen hebben het contract waarmee plus-en minuren worden opgebouwd. Gemiddeld spaarden zij in de weken dat er door de lockdown minder werk was ruim 22 uur aan ‘minuren’ op: 1,3 per week. Voor het grootste deel van de werknemers is dat minder dan 15 procent van hun ‘vaste’ aantal uren. Ook toen de winkels dicht waren, was er altijd personeel aanwezig in de filialen, onder meer om inbraak te voorkomen.

De loonsteun die Wibra tussen januari en maart van dit jaar ontving, dekt volgens de keten maar de helft van alle loonkosten die ze maken. Van de NOW-steun die het eerder ontving, zal het waarschijnlijk een deel terugbetalen.

Uitspraak volgt binnen twee weken, al had de rechter dat liever niet gedaan. Voor het einde van de zitting waagde hij nog een poging tot bemiddeling. „Waarom zitten jullie hier eigenlijk”, vroeg hij beide partijen. „Waarom gaan jullie niet met elkaar aan tafel zitten?” Volgens hem zijn de minuren een „relatief simpele” maar „maatschappelijk belangrijke” kwestie waar gezamenlijk uit te komen zou moeten zijn – niet in de laatste plaats als voorbeeld voor de tienduizenden werknemers die hier bij andere bedrijven waarschijnlijk mee te maken krijgen. Maar zowel FNV als Wibra bleven stellig: ze willen voorlopig niet met elkaar om tafel.