Opinie

Twintig jaar oorlog heeft geen enkel Afghaans probleem opgelost

Defensie Nu de laatste Nederlandse troepen terugkeren uit Afghanistan stelt vast dat de oorlog dat land niets heeft opgeleverd. Nederland deed uit puur eigenbelang mee.
Een Amerikaanse soldaat in 2010 van een team dat een Provinciaal Reconstructie Team (PRT) moest beschermen.
Een Amerikaanse soldaat in 2010 van een team dat een Provinciaal Reconstructie Team (PRT) moest beschermen. Foto Joël SAGET / AFP

Op 11 september, twintig jaar na de aanslag op het World TradeCenter, zullen de laatste Amerikaanse militairen Afghanistan verlaten. Deze week al keren de laatste Nederlandse manschappen terug van hun inzet tijdens de NAVO-missie Resolute Support in Mazar-e-Sharif. Wat heeft bijna twintig jaar oorlog opgeleverd? Is er duurzaam vooruitgang geboekt? NRC-redacteuren Stéphane Alonso en Floor Boon gingen bij een aantal Nederlandse betrokkenen te rade (NRC, 23/4).

Voor de meesten is de balans positief. Oud-minister van Defensie Joris Voorhoeve: „Nederland heeft zich militair van een uitstekende kant laten zien; daar is internationaal veel respect voor.” En: „Het is belangrijk niet alleen te oefenen op de parkeerplaats thuis” – gevechtservaring, daar gaat het om.

Herwaardering

Ex-commandant Mart de Kruif: „We zijn een goede bondgenoot geweest toen ons om hulp is gevraagd. Je leert heel veel bij zo’n operatie: kennis, vaardigheden, leiderschap.” Volgens Mirjam Grandia, op de besluitvorming over Uruzgan gepromoveerd, heeft deelname Nederland een betere positie binnen de NAVO, een betere relatie met de VS en een herwaardering van de krijgsmacht opgeleverd: „In Afghanistan heeft Nederland het trauma van Srebrenica kunnen afschudden, door te tonen dat we ons staande konden houden in een high-intensity war.”

Centraal staat steeds het blijvend nut van deelname voor Nederland – over het blijvende nut voor Afghanistan gaat het niet. Daarover ging wel in een opiniestuk van Joris Versteeg (NRC, 1/5), en dat is aanmerkelijk kritischer. Zijn conclusie: de oorlog was zinloos, het land is slechter af, en vrijwel niets wat bereikt heet te zijn, zal duurzaam blijken.

Lees ook dit artikel: Wat heeft 20 jaar Afghanistan Nederland gebracht?

En daarover zou het inderdaad toch allereerst moeten gaan. Een oorlog is niet bedoeld als hersteltherapie voor een getraumatiseerde legerleiding of als militaire herhalingsoefening om je trouw aan de Amerikanen te bewijzen. Deelname aan een oorlog in Afghanistan valt, gezien de talloze burgerslachtoffers én eigen dode soldaten, alleen te legitimeren als zij wezenlijk bijdraagt aan de oplossing van problemen in Afghanistan, niet van problemen binnen het westers bondgenootschap.

Versteeg was politiek analist bij het ministerie van Defensie, en waar zijn betoog zeer overtuigend is, rijst de vraag: waarom is er daar niet naar hem geluisterd?

De kernoorzaak is vermoedelijk deze. Bij een thema als Afghanistan telt Nederland twee soorten deskundigen. Er zijn mensen die heel veel van Afghanistan weten. En er zijn mensen die heel veel van Amerika weten, plus de relatie van Nederland met dat land. De eersten zijn in meerderheid tegen militaire interventie in Afghanistan, omdat die geen Afghaans probleem oplost. De tweeden zijn in meerderheid vóór, omdat die een Amerikaans probleem oplost. Ten departemente is men intuïtief geneigd in zulke gevallen naar Amerika-kenners te luisteren. Die intuïtie blijkt meestal onjuist.

Een oorlog is geen herhalingsoefening om je trouw aan de Verenigde Staten te bewijzen

De Haagse wens om Washington ter wille te zijn, leidt er vervolgens toe dat de officiële verwachtingen en analyses worden aangepast om een om ‘Amerikaanse’ redenen gesteunde interventie ook om ‘Afghaanse’ redenen zinvol te doen lijken. Dat leidt tot stichtelijke verhalen over de wederopbouw van meisjesscholen of het maatschappelijk middenveld teneinde ook de publieke opinie mee te krijgen, en ten slotte tot veel samengeknepen billen als daar niets van terecht blijkt te komen.

Dat we vooral vanwege Amerika en niet vanwege Afghanistan meedoen, kan echter niet gezegd worden. Toen ik eens in een radioprogramma met de Kamerleden Weisglas (VVD) en Duyvendak (GroenLinks) opmerkte dat we – het was na de kredietcrisis – vooral in Afghanistan oorlog voerden omwille van onze internationale positie, niet om Afghaanse meisjes te redden maar om Nederlandse banken te redden, reageerden beiden als door een wesp gestoken. Maar: beiden op een ander punt, dat voor de ander juist vanzelfsprekend was.

Lees ook: Afghanistan: wel schieten, niet praten

Duyvendak verontwaardigd: het kan toch niet zo zijn dat ons oorlog voeren het gevolg van internationale koehandel is? Voor Weisglas een fact of life. Maar díe struikelde, anders dan Duyvendak die bij dát woord juist instemmend reageerde, over het woord ‘oorlog’.

Mentaal onvermogen

Wij en oorlog voeren: dat is inderdaad een heikel punt. Oorlog voeren is iets voor enge grote landen, niet voor ons beschaafde Nederland. Doen we het desondanks wel, dan noemen we het ‘humanitaire interventie’. Driekwart eeuw geleden heette het ‘politionele actie’. Wij voeren immers geen oorlog, wij herstellen slechts de orde.

Het mentale onvermogen van Den Haag om de Nederlandse opinie met deze waarheid – oorlog voeren uit internationaal eigenbelang – te confronteren, leidt vervolgens tot twee soorten absurditeiten. Enerzijds enorme zelfoverschatting; Hans van Baalen (VVD) verkondigde dat Den Haag in ruil mocht meebeslissen over de Amerikaanse Afghanistan-strategie. En Jaap de Hoop Scheffer (CDA) stelde als NAVO-baas dat verliezen „geen optie is”. Wel, verliezen is in een oorlog een heel reële optie. Vraag het de Duitsers, die is dat zelfs bij twee wereldoorlogen overkomen.

En het leidt anderzijds tot micromanagement van de Tweede Kamer op vijfduizend kilometer afstand inzake de exacte schietinstructies binnen en buiten de bebouwde kom voor een ‘politietrainingsmissie’ in Kunduz, waarbij het kabinet vervolgens alles belooft om maar niet in de VS een blauwtje te hoeven lopen. Nadat een hele reeks Afghaanse agenten op de voorpagina van de Volkskrant (15/2/2011) had meegedeeld zich echt niet tot het uitschrijven van bonnen te zullen beperken, verklaarde minister Uri Rosenthal (VVD) dat die uitspraken nu juist „het belang onderstreepten van goede afspraken met Kabul”. Tja.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.