Opinie

Brede kritiek op Oranje

Frits Abrahams

Lopend door Amsterdam-Oud West zag ik maar een enkele straat waar de Oranjevlaggetjes domineerden. De Oranjekoorts wil nog niet helemaal doorzetten. We wachten af, met ingehouden adem.

Vanwaar deze terughoudendheid die ik ook bij mezelf voel? Het heeft veel te maken met de twee gespeelde wedstrijden tegen middelmatige tegenstanders. Het Nederlands elftal overtuigde niet, slechts enkele spelers haalden een royale voldoende. Memphis Depay, de man die al bij voorbaat was uitgeroepen tot held van Oranje, bleef naar verhouding nog het meest onder de maat. Zonder Depay in topvorm, voorspelde NOS-analist Rafael van der Vaart realistisch, kunnen we dit EK niet winnen.

Het valt op hoezeer de kritiek op Oranje zich over een breed front manifesteert. Vroeger bleef het misprijzen beperkt tot een enkele schrijvende journalist (Ben de Graaf van de Volkskrant) en later de dwarse jongens van Voetbal (nu Veronica) Inside, tegenwoordig staan ook allerlei oud-internationals met hun gepeperde oordelen klaar.

Nee, niet Pierre van Hooijdonk, die opzichtig om de volksgunst bedelde toen hij in de rust van Nederland – Oostenrijk beweerde dat hij weer zat te „genieten”. „Pierre zegt dat wel”, relativeerde Van der Vaart, „maar dat gaat niet verder dan tot de zestien meter. We creëren weinig kansen.”

Ook Ibrahim Afellay, Ronald Koeman, Theo Jansen en Marco van Basten spaarden Oranje allerminst. Zelfs Willem Vissers, een van de mildste voetbaljournalisten van Nederland, schreef na de wedstrijd tegen Oostenrijk in de Volkskrant: „Armoedig voetbal gaat bij het Nederlands elftal gepaard met weelderige resultaten.”

Ik kon me in al die kritiek wel vinden, maar zou er nog iets aan willen toevoegen. Nederland speelde tot dusver inderdaad rommelig, nogal behoudend voetbal, meer gericht op verdedigen dan op aanvallen, meer op het voorkomen dan op het produceren van doelpunten.

Toch geldt dat niet alleen voor Nederland, maar voor de meeste andere landen. Ik heb bijvoorbeeld met afgrijzen naar Duitsland – Frankrijk gekeken, twee landen met geweldige aanvallers die in zo’n wedstrijd nauwelijks aan bod komen. Gnabry gezien, Mbappé, Benzema? Hooguit in enkele flitsen.

Het is voorzichtig, bijna machinaal voetbal, net als onlangs in de vervelende finale van de Champions League tussen Chelsea en Manchester City. Alleen de coaches zijn tevreden over zulke wedstrijden. „Interessant”, vond Louis van Gaal.

Dat Duitsland veel méér kan, bleek zaterdag in de heerlijke EK-wedstrijd tegen Portugal. De Duitsers móésten wel aanvallen omdat ze van Frankrijk hadden verloren. Ze deden het met verve: het altijd voorzichtige Portugal werd vanaf de aftrap met de rug tegen de muur gezet, leek met een slimme counter nog goed weg te komen, maar moest het uiteindelijk afleggen tegen de Duitse klasse.

Italië durft tegenwoordig ook moedig aan te vallen, maar verder? Laten we hopen dat de aanvallendste ploeg dit EK wint. Dat zou goed zijn voor het aanzien van het topvoetbal. En als Nederland met behoudend voetbal toch per ongeluk het EK wint…ben ik dan nog zo kritisch? Welnee, dan geven de criticaster en de chauvinist in mij elkaar een gulle hand en snel ik opportunistisch naar de grachten om Frank de Boer als een nieuwe Mandela toe te juichen.