Betalen om te sparen: zoetjes aan komt de ‘gewone’ spaarder in beeld

Negatieve rente Per 1 juli krijgen spaarders vanaf een ton bij hun bank te maken met een negatieve rente. Waarom eigenlijk? En moet je straks ook bij lagere spaartegoeden gaan betalen? „Die ton is een psychologische grens.”

Illustratie Roland Blokhuizen

Op een dinsdag in mei krijgt Peter een telefoontje van zijn bank, ING. Aan de lijn is een beleggingsadviseur, die een voorstel heeft voor Peter, een 62-jarige oud-ondernemer in de reclamewereld die vanwege zijn vermogen liever niet met zijn volledige naam in de krant wil (zijn naam is wel bekend bij de redactie). Hij heeft 34 jaar een familiebedrijf gerund en er staat aardig wat geld op zijn spaar- en betaalrekening.

Dat geld heeft hij sinds hij eind vorig jaar zijn rekeningen opende niet aangeraakt. Nu wil de adviseur graag dat ING Peters vermogen, bij elkaar opgeteld een half miljoen euro, voor hem mag beleggen. De adviseur dringt aan en laat vallen dat de bank Peters rekeningen op een gegeven moment kan sluiten als hij niets met het geld gaat doen.

Peter weigert in te gaan op het aanbod en vertelt de adviseur dat hij bij het openen van de rekeningen al heeft aangegeven geen transacties te zullen doen op de bewuste rekeningen. Deze heeft hij geopend om zijn vermogen te kunnen spreiden, omdat hij geen negatieve rente wil betalen over zijn spaargeld.

Enigszins beduusd hangt hij op. „Het punt van de bankadviseur was: we verdienen niets aan u”, vertelt Peter. „Dat begreep ik niet helemaal, want ook als ik geen geld overmaak, rekent de bank maandelijkse kosten voor een rekening. Hoe dan ook ben ik er totaal niet in geïnteresseerd om via hen te beleggen. Al met al was het een kort gesprek.”

Hoewel de meeste mensen geen half miljoen op hun rekening hebben staan en niet op deze manier benaderd worden door hun bank, krijgen wel meer Nederlanders te maken met een negatieve rente. De rente wijzigt namelijk vanaf 1 juli bij vrijwel alle grote banken. Vanaf die datum geldt dat klanten een half procent negatieve rente moeten betalen over een banksaldo dat hoger is dan 100.000 euro – nu is dat nog 250.000 euro.

Uitzondering is ABN Amro, dat anderhalve ton als grens gaat hanteren. Al telt die bank wel de bedragen op alle rekeningen van een klant bij elkaar op.

‘Veel geld op de markt’

Waarom berekenen banken eigenlijk een negatieve rente aan grote klanten? Een rondgang langs alle grote spelers levert vrijwel dezelfde antwoorden op. Ten eerste maken de banken zélf tegenwoordig hogere kosten. Zij betalen immers een rentevergoeding van 0,5 procent per jaar over het spaargeld dat ze stallen bij financiële instellingen, zoals de Europese Centrale Bank (ECB). De banken verhalen de kosten op hun cliënten door middel van de negatieve rente.

Ten tweede is dit een kwestie van vraag en aanbod. Daarbij geldt dat de rente stijgt wanneer er veel vraag is naar geld en weinig aanbod. Nu is het tegenovergestelde het geval, volgens een woordvoerder van Triodos. „Op dit moment is het aanbod van geld groot, mede omdat de ECB leningen van landen en bedrijven opkoopt. Er is dus veel geld op de markt.”

Tot slot gebruiken banken als aloud argument: de anderen doen het ook. Waarbij de grens van een ton is ingegeven door de markt, laat Rabobank weten. „Zowel in Nederland als in de ons omringende landen. Concurrenten hanteren soortgelijke grenzen. Bij te grote verschillen gaat er mogelijk te veel geld tussen banken schuiven en dat is niet wenselijk.”

Hoewel door die grens van een ton volgens NN Bank voorlopig „ongeveer 98 procent” van zijn rekeninghouders gevrijwaard blijft van negatieve rente (en ING noemt een percentage van 97,8 procent), komen zo zoetjes aan wel de ‘gewone’ spaarders in beeld.

Dat is een gevoelige kwestie, waar geen van de banken desgevraagd uitspraken over durft te doen. Op voorhand uitsluiten dat ‘gewone’ spaarders ook moeten gaan betalen, dat doen ze niet. Wel is het streven „om gewone spaarders zoveel en zo lang mogelijk te ontzien”, zegt ABN Amro.

Banken zijn zelf verantwoordelijk voor het vaststellen van hun rentetarieven, laat De Nederlandsche Bank (DNB) in een verklaring weten. „DNB houdt wel de eventuele risico’s in de gaten die hieruit voort kunnen vloeien. Een mogelijk risico van een negatieve spaarrente is bijvoorbeeld dat spaarders in groten getale hun tegoeden gaan opnemen. En dat kan een bedreiging zijn voor de financiële stabiliteit.”

Van zo’n bankrun is echter vooralsnog geen sprake, volgens de centrale bank mede doordat het overgrote deel van de spaarders op dit moment nog niet met een negatieve rente geconfronteerd wordt.

Psychologische grens

Maar is het denkbaar dat de dalende trend doorzet en straks ook mensen met enkele tienduizenden euro’s spaargeld moeten betalen voor het aanhouden van spaargeld? Harald Benink, hoogleraar bankwezen en financiering aan Tilburg University, verwacht van niet. „Die ton is een psychologische grens. Dat komt omdat je tot 100.000 euro veilig kunt sparen onder het depositogarantiestelsel. Als een bank failliet gaat, ben je daardoor als klant tot dat bedrag volledig verzekerd.”

Al moeten we ons volgens Benink niet blind staren op die negatieve rente. Kijk liever naar de koopkracht en inflatie, oftewel naar de prijs van de spullen en diensten die we kopen, zegt hij. „Negatieve rente is natuurlijk een blikvanger. Maar als gewone spaarder ontvang je nu met circa 0,01 procent al nauwelijks rente over je spaargeld, terwijl de inflatie wél stijgt. Daardoor wordt je spaargeld in reële zin al langer almaar minder waard. Dat wordt vaak vergeten.”

Daar komt nog de belasting bij die mensen moeten betalen over hun vermogen. Spaar je meer dan de heffingsvrije grens van 50.000 euro, of een ton samen met je fiscale partner, dan rekent de fiscus een zogeheten vermogensrendementsheffing (‘spaartaks’) over dat bedrag.

Toch zullen de meeste mensen die net als oud-reclameman Peter een aanzienlijk vermogen hebben, nu al op zoek gaan naar alternatieven. Wat kunnen zij doen om te voorkomen dat zij negatieve rente moeten betalen?

De meest voor de hand liggende optie is je vermogen over meerdere bankrekeningen te spreiden. Dat kan bij één bank of, bij echt grote bedragen, bij verschillende banken zodat je overal onder het depositogarantiestelsel van maximaal een ton valt. Dat kan veel geld schelen. Een eenvoudige rekensom leert dat een spaarder bij een vermogen van vijf ton op een rekening vanaf 1 juli 0,5 procent rente betaalt over vier ton daarvan – wat neerkomt op 2.000 euro per jaar.

Bedenk wel dat banken soms meerdere handelsnamen gebruiken, die onder één en dezelfde bankgarantie vallen voor het depositostelsel. Eén ton stallen bij de Volksbank en dan nog één bij ASN Bank heeft om die reden geen zin. Op de website van toezichthouder De Nederlandsche Bank kun je in het zogeheten Wft-register opzoeken onder welke verschillende handelsnamen banken opereren.

En buitenlandse banken, die vormen soms toch ook een toevluchtsoord? Klopt, als ze tenminste ook onder het depositogarantiestelsel vallen van het desbetreffende land. Maar helaas zijn ook bij betrouwbare partijen van over de grens recent de spaarrentes gedaald: zo daalde de spaarrente bij Bigbank, een Estse aanbieder die lange tijd de hoogste rente bood, afgelopen maand van 0,40 procent naar 0,25 procent. Aan kop staat nu de Britse Lloyds Bank, met 0,30 procent rente.

Een andere optie is je geld stallen op een spaardeposito. Ook dan is de rente laag, maar wel net iets minder laag. Bij een vastzetten van je geld voor een jaar krijg je dan bij Bigbank 0,4 procent, en vanaf vier jaar 1 procent.

Dat is in elk geval meer dan Nederlandse aanbieders in het gunstigste geval bieden. Bij NIBC Direct krijg je bijvoorbeeld bij een termijndeposito die je vastlegt voor vier jaar nog 0,40 procent, en bij LeasePlan Bank voor vijf jaar vast 0,50 procent.

Commerciële pogingen

Je geld spreiden mag in principe overal zonder voorwaarden. Al worden klanten bij de meeste banken dus wel actief benaderd als zij hun bankrekening lange tijd niet gebruiken. Dan wordt gevraagd een transactie te doen om te voorkomen dat zo’n inactieve rekening in het uiterste geval wordt opgeheven.

En passant wordt ook aan vermogende klanten gevraagd of een bank niet meer voor hen kan betekenen. „Maar wij zullen niet overgaan tot het beëindigen van rekeningen als deze commerciële pogingen geen succes hebben”, zegt een Rabobank-woordvoerder.

Volgens ING worden grote klanten, zoals Peter, niet gebeld omdat ze inactief zijn, maar vooral om hen erop te wijzen dat ze een geldbedrag over hebben, waarmee ze bijvoorbeeld extra kunnen aflossen op een lening of via de bank kunnen beleggen. „Het gesprek draait meestal uit op een advies over beleggen”, aldus een zegsvrouw van ING. „Klanten vinden dat ook steeds interessanter.”

Correctie (23 juni 2021): in een eerdere versie stond dat Big Bank een Letse bank is. Dit klopt niet, de bank komt uit Estland. Dit is aangepast.

Lees ook: Zo kun je meer uit je spaargeld halen