Turks Waterloo

De Steekpass De columnisten Arjen Fortuin en Emilie van Outeren werpen in deze rubriek om de beurt een blik op het EK voetbal.

De steekpass

Toegegeven, ik koos Zwitserland-Turkije voor de nederlaag. Hier zou een team op het veld sneuvelen. Maar hoe? De Turken, zo stelde ik me voor, zouden sneven in ziedende woede; de Zwitsers met een beschaafd communiqué waarin ze de tegenstander veel succes wensten met de voortzetting van het EK (waarna maandag alle Turkse bankrekeningen ineens zouden zijn geblokkeerd).

In de eerste vier minuten schoot Turkije vier keer van afstand op doel, een beproefde tactiek uit de wedstrijd tegen Nederland (4-2). De Zwitsers hadden een keeper, dus dat leverde niets op. Binnen een halfuur stond Zwitserland 2-0 voor en werd duidelijk wiens Waterloo in Bakoe lag. Xhaka speelde schitterend, om hem heen cirkelden Seferovic, Embolo en Shakiri – voor je het weet staan ze in de halve finale.

In de tachtigste minuut duwde de Turkse trainer Feyenoords 20-jarige supertalent Orkun Kökcü de loopplank van het zinkende schip op. Het zal je maar gebeuren: anderhalf jaar Dick Advocaat overleven en dan tien minuten speeltijd op het EK. Met koppige volharding deed Kökcü alles goed: soepel draaide hij weg van zijn tegenstanders, feilloos trapte hij een corner.

Na drie minuten blessuretijd kreeg hij de bal. Daar ging de fluit van de scheidsrechter naar de mond. Nog voor de man drie keer had gefloten had Orkun Kökcü de bal en zijn hele mislukte EK richting de tweede ring geschoten.

Arjen Fortuin