Recensie

Recensie Theater

Sakamoto’s opera ‘TIME’ maakt je deelgenoot van onuitgesproken leed

Holland Festival Veel gebeurt er niet in ‘TIME’ van Ryuichi Sakamoto, ‘associate artist’ van het Holland Festival. Toch blijft de mysterieuze voorstelling boeien.

Danser Min Tanaka in Ryuichi Sakamoto’s opera ‘TIME’.
Danser Min Tanaka in Ryuichi Sakamoto’s opera ‘TIME’. Foto Sanne Peper

De ‘woordeloze opera’ TIME van ‘associate artist’ Ryuichi Sakamoto, op voorhand een van de topproducties van dit Holland Festival, schreeuwt zijn eigen belang allerminst van de daken. Er gebeurt bijna niets. Alles gaat in hetzelfde tempo. Het schemerige decor van Shiro Takatani, een breed projectiescherm met een grote rechthoekige vijver ervoor, ademt leegte. Danser Min Tanaka scharrelt nu eens links van de vijver, waar een steen ligt, dan weer rechts, bij een hoop zand. Wegens ziekte moest Sakamoto zelf de wereldpremière missen.

TIME is geen klassieke opera, en trouwens ook niet ‘woordeloos’. Twee in elkaar gevlochten parabels over droomtijd zorgen voor structuur. Ze worden voorgelezen in het Japans (mooi sonoor ingesproken door Tanaka) en verschijnen in Engelse vertaling op het scherm. Dat toont ook natuurbeelden, wolkenluchten en close-ups van Tanaka, die met betonklinkers een onaffe brug door de vijver bouwt – een illustratie van de verstoorde relatie tussen mens en natuur.

Schitterende aanwezigheid

In het eerste verhaal, van Natsume Soseki, vraagt een vrouw een man haar te begraven en honderd jaar te wachten op haar terugkeer. Hij begint zijn geloof al te verliezen als uit het graf een witte lelie groeit, waarvan de geur doordringt „tot in zijn botten”. Het tweede verhaal is een traditioneel no-toneelstuk over de zoektocht naar verlichting. Een man leeft vijftig jaar in het aardse paradijs, maar ontwaakt dan uit zijn droom: „Vijftig jaar glorie waren voorbijgegaan in de tijd die nodig was om de gierst te koken.”

Tanaka is een schitterende aanwezigheid, die met zijn karakterkop en verre blik beide verhalen ‘speelt’: wakend bij het graf van de vrouw (links bij de steen), dromend van glorie (op een bank in de vijver). Een tollende, aan een draad neergelaten camera filmt hem van bovenaf terwijl hij in een trog modder klauwt. De dramaturgie is gespeend van uitleg en voegwoorden, maar je kunt er het graf en de blik/ziel van de vrouw in zien.

Muzikaal is TIME de ingekookte essentie van async, Sakamoto’s geslaagde en gevarieerde laatste soloalbum (2017). Hij wil de muziek bevrijden uit het keurslijf van onze beperkte tijdsopvatting, omdat iedereen de tijd anders beleeft. Dus is er nauwelijks een puls, geluiden (instrumentaal, elektronisch of uit de natuur) schurken ongehaast tegen elkaar aan. ‘Asynchroniciteit’ noemt Sakamoto dat.

Lees ook: Ryuichi Sakamoto doet altijd exact wat nodig is

Uitgesponnen klaagzang

De voorstelling begint en eindigt met een uitgesponnen klaagzang van Mayumi Miyata, die verwaaide tonen blaast op haar sho (Japans mondorgel) terwijl ze traag over de bühne schrijdt. Regengekletter, onbestemd getinkel en geruis. Een ‘asynchrone’ synthesizercanon creëert een klankwolk die nooit precies hetzelfde is en toch stasis suggereert. Op het hoogtepunt is er een aanzwellende geluidsstorm die rechtstreeks uit ‘andata’ – het openingsnummer van async – lijkt te komen.

Sakamoto streeft ernaar zijn muziek te laten klinken als ‘een soundtrack van Tarkovski’, zegt hij in de mooie docu Coda. Het kale, koan-achtige TIME heeft weliswaar niet de visuele en narratieve impact van een Tarkovski-film, toch blijf je 70 minuten lang geboeid. Je wordt deelgenoot van een raadsel en van onuitgesproken leed. En wie weet, morgen of over honderd jaar, bloeit er alsnog een witte lelie.

Lees ook: Soundscapes, disco en een scheurende klarinetsolo – vrij naar Ryuichi Sakamoto