Recensie

Recensie Theater

Door de coronaregels zijn kunst en consumptie op De Parade nu perfect met elkaar in evenwicht

Festival De Parade Vanwege de onzekerheid over coronamaatregelen gooide festival De Parade dit jaar het roer radicaal om. Het levert een compacte versie van het festival waarin het theater meer dan ooit centraal staat.

Het Zuidelijk Toneel in de voorstelling ‘Eins Zwei Schweinerei’.
Het Zuidelijk Toneel in de voorstelling ‘Eins Zwei Schweinerei’. Foto Diederick Bulstra

Als je dit jaar het festivalterrein van De Parade oploopt, zie je geen veelheid aan tentjes, podia en horecagelegenheden, en ook geen rondlopende kunstenaars die je proberen te overtuigen hun voorstelling te komen bezoeken. Vanwege de langdurige onzekerheid over de coronamaatregelen, die de opeengepaktheid van het ‘tentjestheater’ onmogelijk maken, koos de organisatie ervoor om het publiek in één grote tent te ontvangen, aan tafeltjes waaraan een diner wordt geserveerd (een matinee- of latenight-optie met borrelhapjes is ook beschikbaar). Tijdens het bezoek worden twee verschillende, zorgvuldig gecureerde voorstellingen gepresenteerd.

Het gebrek aan keuzevrijheid en mobiliteit wordt in deze opzet ruimschoots goedgemaakt door de gewonnen focus. Waar De Parade in het verleden worstelde met het imago van een theaterfestival waar de horeca op de eerste plaats stond, zijn kunst en consumptie nu perfect met elkaar in evenwicht. Wat zeker helpt is de voelbare gretigheid van het Eindhovense publiek om eindelijk weer eens van theater te genieten.

We worden op onze wenken bediend. Eins Zwei Schweinerei van Het Zuidelijk Toneel is een uitzinnig theaterfeestje, een in sneltreinvaart gespeelde onderwijssatire vol gekonkel, gefezel en gedraai. Regisseur Sarah Moeremans en haar cast bewerkten Die schlimmen Buben in der Schule, een negentiende-eeuwse toneeltekst van de Oostenrijkse Johann Nestroy, die bekend stond om zijn vlijmscherpe satires. Het stuk, dat draait om een directeur die de sluiting van zijn school moet zien te voorkomen, krijgt in de handen van Moeremans de sfeer van een televisieserie als The thick of it of Veep mee: alle personages, inclusief de scholieren, zijn alleen maar bezig met hun eigen belang en werken zich vanwege hun kortzichtige egocentrisme steeds verder in de nesten.

Lees ook: Jonge makers geheime wapen van De Parade

Zichtbaar plezier

De vaste spelers van Moeremans (Joep van der Geest, Gillis Biesheuvel, Louis van der Waal) weten wel raad met de mengeling van bravoure en hypocrisie die dit materiaal vereist, maar ook de in haar rol als schooldirecteur onherkenbare Elsie de Brauw heeft er zichtbaar plezier in. Eins Zwei Schweinerei is zo’n geconcentreerde dosis theaterkolder dat je van de ene lachstuip in de andere schiet.

De tweede voorstelling van de avond, The Good and The Ugly van Remko Vrijdag en Rutger de Bekker, vergt enig omschakelen. De voormalige leden van de Vliegende Panters zetten namelijk in eerste instantie op nogal belegen liedjes en grappen over het einde en de nasleep van de coronacrisis in, en vallen daarnaast terug op oude successen als de (inmiddels ouder geworden) Kassameisjes. Gelukkig sluipt er langzaam maar zeker meer scherpte in de voorstelling. Een scène waarin een overleden babyboomer zelfs vanuit de doodskist nog de controle over alles wil houden, krijgt extra diepte omdat Vrijdag zijn eigen vader net is verloren. En een schrijnende confrontatie met een enthousiaste Vliegende Panters-fan die al hun foute grappen als bevestiging van zijn racistische wereldbeeld ziet, getuigt van schurende zelfkritiek.

In Amsterdam en Rotterdam hoopt het festival weer een traditionele editie te kunnen organiseren. Eigenlijk is dat jammer: vanwege het gevoel van collectiviteit en de focus op theater in deze nieuwe vorm wordt een bezoek aan De Parade nog veel leuker.