Opinie

Ik ben aangedaan door een herinnering aan een niet-bestaande situatie

Marcel van Roosmalen

Lucie van Roosmalen (5) en Leah van Roosmalen (4) waren op school de hele dag bezig geweest met Vaderdag. Nou, daar kwam het lied. Op de melodie van ‘Hup Holland hup.’ Korte samenvatting: hup papa hop, er was een emmer met sop, daar kon ik de auto mee wassen, papa was top. Ontroerend natuurlijk, ik heb ze de zin ‘lieve papa jij bent top!’ vijftien keer laten zingen.

Twee dagen later was het Vaderdag en waren ze het lied vergeten. Op de sociale media deelden mensen foto’s en anekdotes over hun vaders.

Ik dacht aan die van mij. Op zijn dertigste was hij zestig. Hij wilde na zijn dood graag vergeten worden, dat is grotendeels gelukt. Zijn graf wordt nauwelijks bezocht, zelfs in de kamer van mijn door dementie geplaagde moeder is hij steeds anoniemer aanwezig. Boven mijn bureau hangen twee relikwieën: een onderscheiding ‘orde & vrede’ voor twee jaar aanwezig zijn in Nederlands-Indië en een bronzen plaquette voor veertig dienstjaren bij de Provincie Gelderland.

Zijn nagedachtenis is bij mij in verkeerde handen, is me weleens nagedragen. Ik herinner de verkeerde dingen. Dat hij ambtenaar was, een broeierig bestaan in een rijtjeshuis te Velp, heg knippen, autowassen, Kerstmis, vakantie in Zwitserland. Zijn gevoelsleven ken ik niet. De dagboeken die we na zijn dood vonden gooide mijn moeder ongelezen door de papierversnipperaar.

De laatste wens was ten slotte vergeten worden.

Hij kon stoepranden, liet soms een baard staan en nam een abonnement op HP/De Tijd toen ik het daar als journalist ging proberen. Iedere week streepte hij met een liniaal en viltstift alle auteursnamen door en daarna las hij het tijdschrift. De auteur van het meest onzinnige artikel kreeg een telefoontje, dat was iedere week dezelfde. We gingen vlak voor zijn dood samen een dagje weg. We zaten zwijgend tegenover elkaar op een terras. Hij had er weinig aan toe te voegen.

Er werd thuis niet geslagen, er was geen misbruik, er was geen armoede, er was gewoon niets om me over te beklagen.

En verder was er ook niets.

De juf van Lucie en Leah van Roosmalen stuurde op Vaderdag naar alle vaders een filmpje van de repetities van het Vaderdaglied.

Ik zag mijn dochters weer ‘hup papa hop’ zingen.

Ik wist opeens zeker dat alles anders was gelopen als we dit ooit op Vaderdag voor hem hadden gezongen. Tranen met tuiten boven een emmer sop bij het autowassen, vrees ik. Ik zag hem met gebogen rug weer over zijn Mazda 323 wrijven.

Dan het besef: ik ben aangedaan door een herinnering aan een niet-bestaande situatie.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.