Reportage

De kampioenstrui winnen blijft mooi, ook als de koers gedevalueerd is

Wielrennen Timo Roosen won voor het eerst in zijn loopbaan het NK. Veel toprenners ontbraken, een week voor de start van de Tour.

Timo Roosen krijgt de felicitaties van zijn vriendin na het winnen van het NK in Drenthe.
Timo Roosen krijgt de felicitaties van zijn vriendin na het winnen van het NK in Drenthe. Foto Vincent Jannink/ANP

Hij zucht diep, zijn gezicht is nog nat van een mengeling van zweet en vreugdetranen. Timo Roosen (28) heeft zojuist het NK wielrennen gewonnen na een korte solo, maar hij kan het nog niet bevatten. Wie had dat gedacht, deze ochtend? Hij niet, in elk geval. Hij voorzag een zware koers op het parkoers waarbij 48 keer de lastige Drentse heuvel met de naam VAM-berg beklommen moest worden. Dat had hij vorig jaar, toen hij derde werd, ook al ervaren. Maar zelf winnen, in een koers met onder anderen Mathieu van de Poel aan de start, nee, dat had hij niet gedacht.

Voor Roosen is het de grootste overwinning uit zijn loopbaan – hij won ooit een etappe in de Tour des Fjords in Noorwegen en een eendaagse koers in Zeeland. Nu mag hij een jaar lang de rood-wit-blauwe kampioenstrui dragen, als beste renner van Nederland.

In Drenthe stonden lang niet alle beste renners aan de start. Neem bijvoorbeeld de olympische selectie voor de Olympische Spelen in Tokio; daarvan deden alleen Tom Dumoulin en Yoeri Havik mee aan de wedstrijd. Bauke Mollema, Wilco Kelderman en Dylan van Baarle lieten het NK schieten. Ook Steven Kruijswijk en Wout Poels waren er niet bij.

Voorbereiding op Tour

Dat mag alleen bij hoge uitzondering. In principe is elke Nederlandse beroepsrenner verplicht om mee te doen aan het NK, tenzij ze zwaarwegende redenen hebben en toestemming van de bondscoach. Omdat bovengenoemde renners in voorbereiding zijn op de Tour de France, die komende zaterdag begint in Brest, hoefden ze niet te komen.

Dat gebeurt de laatste jaren steeds vaker, zegt wielerhistoricus Fred van Slogteren. Hij noemt het raar, maar zegt het tegelijkertijd ook wel te begrijpen. „Want de sportieve en commerciële belangen van de Tour de France zijn zo groot. Dat blijft de grote trekpleister op de internationale wieleragenda.” Voor sponsoren is de Tour veel belangrijker, zegt Van Slogteren, en dat werkt door in de keuzes die renners maken.

Het contrast is dan ook groot. De Tour is een groot rondreizend circus van duizenden mensen dat in drie weken half Frankrijk aandoet, het NK heeft juist iets kleinschaligs. Van de grote teams die je straks in Frankrijk ziet rijden, hebben alleen Alpecin-Fenix en Jumbo-Visma een grote teambus naar het Drentse Wijster gereden. Van die laatste ploeg doen dan ook elf renners mee, onder wie de uiteindelijke winnaar Roosen.

Bij lang niet alle WorldTour-profteams rijden net zoveel Nederlanders. Koen de Kort kleedt zich midden in een weiland om vanuit de achterbak van zijn auto, met daarop de bedrukking van zijn team Trek-Segafredo. Hij is na de afzegging van Mollema als enige van de Amerikaanse ploeg aanwezig.

Ook voormalig Nederlands kampioen Fabio Jakobsen is de enige van zijn team, het Belgische Deceuninck-Quick-Step. Hij trekt onder een partytent zijn sokken en schoenen aan. Naast hem zitten onder anderen de drie Nederlandse renners van Team DSM, onder wie Cees Bol.

Jakobsen, die in 2019 Nederlands kampioen werd, noemt het NK een bijzondere koers. „Kijk naar al die verschillende ploegen, dat heb je nergens anders”, zegt hij lachend, nadat Lars van der Haar, van het kleine Baloise Trek Lions, is komen informeren of hij meerijdt naar de finish. En het is ook fijn om eens een rondje in Nederland te fietsen, zegt Jakobsen. „Meestal fietsen we in het buitenland, nu kunnen familie en vrienden erbij zijn.”

Mathieu van der Poel, hier tussen de renners van Jumbo-Visma, stapte 50 kilometer voor de finish van het NK af. Foto Vincenty Jannink/ANP

In de ogen van Van Slogteren is het NK door de afwezigheid van renners steeds meer gedevalueerd. Toen hij aan een trilogie over de geschiedenis van Nederlandse renners in de Ronde van Frankrijk werkte, probeerde hij alle nog levende Tourdeelnemers te spreken. Daar zaten ook veel Nederlands kampioenen tussen, zegt hij. „Toen ik hen sprak, merkte ik dat hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe vaker het NK als een groot hoogtepunt werd gezien. De trui is wat dat betreft minder waard geworden.”

Mooie koers

Maar, zegt hij ook, het kampioenschap blijft een mooie wedstrijd, alleen al vanwege die kampioenstrui die je daarna een jaar lang mag – en bij elke wegwedstrijd – moet dragen. „Als ze er niks om zouden geven, dan zouden ze ook niet starten”, zegt Van Slogteren.

Iets van soortgelijke strekking zegt Mathieu van der Poel, tweevoudig Nederlands kampioen, voorafgaand aan de koers: „Het is niet dat ik het zonde vind om hier te rijden, dit is een mooie koers.” Van der Poel stapt later in de wedstrijd zo’n 50 kilometer voor de finish af als blijkt dat hij niet meer kan winnen; vanaf dat moment gaat de Tourstart voor.

Aan de renners is niet te merken dat het kampioenschap minder belangrijk voor ze is. Kijk alleen al naar de tranen van Timo Roosen, als hij vlak na de finish wordt gefeliciteerd door zijn vriendin. Of naar de woede van Ramon Sinkeldam, een paar jaar terug, toen hij na zijn winst bij het NK van zijn toenmalige ploeg Team Sunweb niet een traditioneel Nederlands tricot mocht dragen.

„Die beloning van die rood-wit-blauwe trui die je dan een jaar mag dragen, dat is juist heel gaaf”, zegt Fabio Jakobsen terwijl hij terugdenkt aan zijn eigen jaar als kampioen. „Als je dan wint, win je toch een beetje namens Nederland.”