Wat als het oude normaal te verslavend is?

Het nieuwe normaal De agenda’s lopen alweer over, de vliegaanbiedingen stromen binnen. Gaan we terug naar het oude leven?

Illustratie Jasmijn van der Weide

Jarenlang kan het goed gaan voor de voormalig alcoholverslaafde. Er kunnen soms zelfs decennia voorbijgaan zonder een enkele druppel alcohol. Maar als hij dan een oude vriend tegenkomt met wie hij vroeger samen dronk, of een kroeg binnenloopt waar hij vaak tot diep in de nacht aan de bar zat, een glas ziet met een bekend logo erop – dan kan het in één klap weer foute boel zijn.

Bij verslavingen hangt een terugval meestal samen met wat in de wetenschappelijke literatuur cues of triggers heten: ‘haakjes’ in de omgeving die het oude gedrag opnieuw uitlokken, alsof het nooit is weggeweest.

De parallel tussen zo’n terugval en deze post-coronazomer lijkt niet héél vergezocht – behalve dan dat er bepaald geen decennia voorbij zijn gegaan voordat de ‘triggers’ uit de directe omgeving er weer zijn. Nu het aantal besmettingen afneemt, is de agenda in een paar weken tijd opnieuw van comateus naar standje burn-out gegaan en zit treinstationsnack nummer zes er alweer in.

Dat ‘nieuwe normaal’ begint bovendien verdacht veel op het oude te lijken. De mailbox stroomt weer vol met aanbiedingen voor goedkope vliegvakanties. Een niet nader te noemen luchtvaartmaatschappij stuurt wekelijks teksten als: „Laatste oproep om voor 9,99 euro te vertrekken!”

Is het te zuur om hier meteen over te klagen? Valse nostalgie naar een rottijd? Is het nu gewoon een kwestie van je even lekker overgeven aan die summer of love en de nieuwe roaring twenties – eindelijk weer léven? Misschien wel.

Maar wat als we collectief meteen weer toegeven aan al die maatschappelijke verslavingen waarvan we eerder constateerden dat ze zoveel problemen veroorzaken? De dagelijkse stress, het dwangmatige reizen, het consumeren om het consumeren. Wat als we gewoon verdergaan waar we waren gebleven, alsof er niks is gebeurd?

De Amerikaanse ecologie- en cultuurfilosoof Charles Eisenstein vergeleek de pandemie tijdens de eerste lockdown met een rehab intervention die de verslavende greep van de normaliteit doorbreekt”. Dat ‘afkicken’ bood volgens hem een unieke kans voor „het herstellen van verloren connecties, het repareren van gemeenschappen.” Hoogdravende woorden, zoals ze wel meer klonken tijdens de heftige en idealistische eerste periode van de pandemie.

En het waren niet alleen filosofen die zulke uitspraken deden. Uit onderzoek van ABN Amro en onderzoeksbureau Ipsos bleek vorig jaar dat een meerderheid van de Nederlanders van plan was significant minder te vliegen na de pandemie, en sowieso structureel offers te brengen voor een duurzamer leven. De komende tijd zal blijken of die voornemens overeind blijven.

Net zoals de herwaardering van de buurt, de rust, de natuur, het gezin, het kleine en nabije. Het regelmatiger maken van wandelingetjes, het afzweren van de file: het ‘nieuwe normaal’ zou écht niet hetzelfde worden als het oude normaal.

Oude normaal is verslavend

Maar het oude normaal is misschien wel zó verslavend dat we zelfs na een afkickperiode van ruim een jaar geneigd zijn al snel weer in oude gewoontes te vervallen. Het is altijd oppassen om de term ‘verslaving’ zomaar overal op te plakken, waarschuwt hoogleraar Dike van de Mheen van Tilburg University. „De keuze om wel of niet op een goedkope vliegvakantie te gaan is echt van een andere orde dan een cocaïneverslaving”, zegt ze aan de telefoon. Bij een ‘verslaving’ aan fossiele brandstoffen is nogal een andere interventie nodig dan bij een alcoholverslaving, om maar iets te noemen.

Maar er is een groot grijs gebied, en de psychologische mechanismen van verslavingen liggen behoorlijk dicht tegen die van hardnekkige gewoontes aan. Volgens Van de Mheen zijn enkele basiskenmerken van verslavingen dat je geen controle over je gedrag hebt, dat je getriggerd wordt door omgevingsfactoren en dat het gedrag schadelijk voor je is. Kort gezegd is het gedrag dat je niet wilt – je neemt je voor ermee te stoppen, maar dat blijkt telkens tóch niet te lukken.

Lees ook: Barsten straks de nieuwe ‘roaring twenties’ los?

Toch is een eventuele terugval bij verslavingen niet meteen het einde van de wereld. Sterker nog: die hoort erbij, en zorgt er juist voor dat de verslaafde geconfronteerd wordt met het eigen gedrag, waardoor die daar juist van léért, zegt Van de Mheen. „Neem rokers. De meesten lukt het niet om in één keer te stoppen. Het komt terug, en dan nog een keer. Maar de kans dat je er uiteindelijk vanaf komt, is toch behoorlijk groot. De periodes tussen de terugvallen in worden gemiddeld genomen ook steeds groter. Er zit een les in elke terugval.”

Het heersende beeld dat een terugval voor een verslaafde betekent dat die een stapje dichter bij de afgrond staat, klopt dus niet. Door een gewoonte te onderbreken, maak je hem zichtbaar. En de confrontatie met die compulsie, zélfs als dat een terugval betekent, is een belangrijke stap naar de keuze om de gewoonte uiteindelijk helemaal achter je te laten.

De pandemie is hoe dan ook een gedragsinterventie van de buitencategorie. Die is zo uitzonderlijk dat er nog geen goed onderzoek is gedaan naar het langetermijneffect op hardnekkige gewoontes en gedragingen. Maar voor de mechanismen kunnen we volgens Van de Mheen misschien wel kijken naar een verschijnsel als ‘Dry January’: de vrijwillige collectieve gedragsinterventie, waarbij mensen in januari een maand lang helemaal geen alcohol drinken.

Uit onderzoek naar het effect van dat maandje droogstaan, blijkt dat het ook op langere termijn een gunstig effect heeft op het drinkgedrag van de deelnemers. Zes maanden na ‘Dry January’ drinken de deelnemers gemiddeld één dag minder per week, en nuttigen ze gemiddeld bijna zes glazen per week minder dan voorheen, een afname van 33 procent. Vrijwel geen enkele deelnemer drinkt na een keer zo’n januarimaand méér dan ervoor.

Was de pandemie een soort ‘Dry January’ in turbostand? Uit andere onderzoeken naar leefstijlveranderingen is in elk geval bekend dat heftige levensgebeurtenissen cruciaal kunnen zijn om ongezond gedrag succesvol aan te pakken. En voor veel mensen was het afgelopen jaar toch wel een heftige levensgebeurtenis.

Lees ook: Terug naar het oude normaal hóéft helemaal niet

Een samenhangend verhaal

In een recente Nederlandse medische studie naar leefstijlinterventies, noemen de onderzoekers dat soort gebeurtenissen teachable moments: momenten waarop mensen ontvankelijker zijn om nieuw gedrag aan te leren dan anders. Daaronder vallen bijvoorbeeld sterfgevallen, zwangerschappen, ingrijpende medische diagnoses en, zo opperen de onderzoekers, misschien ook wel de coronapandemie.

Dat hangt mogelijk samen met het verschijnsel dat mensen zichzelf een samenhangend verhaal proberen te vertellen over hun eigen leven. Om orde te scheppen in de chaos van het leven, hebben mensen de neiging hun leven in te delen in duidelijke hoofdstukken, schrijft de Amerikaanse gedragsonderzoeker Katy Milkman in haar nieuwe boek How to change. Gedragsverandering is veel makkelijker aan het begin van zo’n nieuw hoofdstuk, menselijk gedrag wordt meetbaar en kneedbaar op zo’n moment. Milkman noemt dat het ‘frissestarteffect’.

We gaan vaker succesvol een gedragsverandering aan op momenten die voelen als een nieuw begin: een nieuw jaar, een verjaardag, een nieuwe baan. Die momenten zorgen ervoor dat we een belangrijk obstakel voor échte verandering kunnen overwinnen: het gevoel dat we eerder hebben gefaald, en misschien daarom wel altijd zullen blijven falen. Een nieuw hoofdstuk betekent dat we het oude mentaal achter ons kunnen laten.

Zo’n doordringend gevoel van een nieuw begin, een frisse start, een ‘nieuw normaal’: dat kan dus wel degelijk helpen bij gedragsverandering op de langere termijn.

Zelfs als het nieuwe hoofdstuk bij vlagen wel heel erg doet denken aan het oude.