Opinie

Turks fruit

Tommy Wieringa

Ze kwam er lekker in, zogezegd, de Rotterdamse scholiere. Nog voordat wij, drie schrijvers, aan het gesprek met de leerlingen begonnen waren schoot ze uit de startblokken om Turks fruit bij het vuil van de geschiedenis te zetten. De hoofdpersoon was een vrouwenhater, hij sloeg zijn meisje. Ze begreep niet waarom ze het had moeten lezen en al helemaal niet waarom het tot de canon behoorde.

Het boek deugde niet omdat de hoofdpersoon niet deugde. Volgens deze logica vervalt ook het onderscheid tussen een racistisch personage en een racistisch boek – waarbij een wezenlijke kwaliteit van de roman verloren gaat: de mens laten zien in al zijn manifestaties tussen engel en duivel.

Kader Abdolah vertelde daarop over de boeken die geschreven moesten worden en de karakters die zich in al hun veelkantigheid aan je opdrongen; je had als schrijver niet alles voor het zeggen. Ik plaatste Turks fruit in de tijd, als antwoord op de verstikkende moraal van de jaren vijftig – een generatie maakte zich los van de benepen kleinburgerlijkheid; naast verzengende liefde, seks en macht beschreef het ook een conflict tussen de generaties. Je kon het zelfs opvatten als leerstuk over de veranderende moraal. Toen een revolutie, nu een voorbeeld van toxic masculinity; nou ja, ik probeerde ook maar wat.

Abdelkader Benali zweeg.

Het meisje was niet overtuigd, integendeel. Ze staat niet alleen in haar kritiek. De vlooienkam van de tijd heeft ongerechtigheid aangetroffen in Turks fruit, het boek ligt al langer onder vuur. In zijn zeer genietbare, zij het wat eenzijdige studie Policor in de polder schrijft Sebastien Valkenberg over literatuurwetenschapper Bram Ieven, die Turks fruit afschreef met de woorden: ‘Wolkers is gewoon een seksist’. Bij de afdeling filmwetenschappen aan de Universiteit Utrecht wordt de boekverfilming niet meer gezamenlijk vertoond – te confronterend. ‘Dit is een verkrachtingsscène!’ huiverden studenten bij het zien van Erik die ongevraagd zijn wil met Olga doet.

Destijds stuitte Turks fruit op oude puriteinen, nu op jonge. Beeldenstormers met een agressieve gewetensfunctie.

In zijn Trouw-column reageerde Abdelkader Benali een week later wel op onze ontmoeting met de scholiere. Kader Abdolah en ik waren vol in de aanval gegaan „om de mannelijke eer te redden”, schreef hij. „Het enige wat ik dacht was: ‘Niet doen, jongens. Luister naar haar.’ Heeft ze een punt, vraag ik me af? Hebben we als generatie iets gemist? Vereenzelvigen we ons te veel met die stoere, witte ik-verteller?”

Interessante vragen, dude, als je ze had gesteld. Maar Benali bewaarde ze voor zijn stukje, zonder daarin overigens maar het begin van een antwoord te formuleren. Fopvragen, kortom. Goede sier achteraf. En dat Abdolah en ik de mannelijke eer zouden hebben verdedigd is natuurlijk kwalijke onzin, want de discussie ging over de autonomie van het kunstwerk en nergens anders over. Benali poseert hier als gewetensvolle intersectionalist tussen twee arrivés die hun privileges niet willen opgeven.

Benali’s eigen bijdrage die dag was dezelfde als altijd: zijn afkomst – het ongeletterde Marokkaans-Rotterdamse milieu dat hem voortbracht – en zijn eenzame weg naar de top. (Waar hij sinds jaar en dag in werkelijk alle commissies en jury’s opduikt.) Zijn bescheiden komaf is zijn kapitaal, hij kan er niet over ophouden. Ook in zijn geannuleerde maar onlangs gepubliceerde 4 mei-lezing ‘De stilte van de ander’: de kleine Abdel voor de tv met zijn vader, op school tussen witte klasgenoten, in de buurtbibliotheek met Primo Levi.

Beperkt repertoire, erbarmelijk gezongen.

In januari trok Benali zich terug als spreker bij de 4 mei-lezing vanwege al te jolige antisemitische uitlatingen lang geleden. Ik werd daarop gebeld door het Comité Herdenking Februaristaking, waar hij zich ook als spreker bleek te hebben teruggetrokken. Of ik wilde invallen. Het had de organisatie onaangenaam verrast dat hij buiten hun medeweten zowel de voordracht van de Herdenking Februaristaking als de 4 mei-lezing had aanvaard. „Dacht hij misschien dat het een andere oorlog was?”, informeerde ik, maar dat leek de organisator al te sterk.

Hoe dan ook blijkt uit Benali’s 4 mei-lezing dat hij eigenlijk al onvoldoende materiaal had voor één verhaal, zodat hij de omstandigheden dankbaar mag zijn dat ze wijzer waren dan hij.

Tommy Wieringa schrijft elke week op deze plek een column.