Analyse

Depay wordt de 21ste Nederlander bij Barça – slechts drie staan er op een voetstuk

FC Barcelona Of Memphis Depay het gaat redden bij FC Barcelona is nog maar de vraag. Alleen Johan Cruijff, Johan Neeskens en Ronald Koeman waren bepalende spelers bij de Spaanse club. Frenkie de Jong is in aantocht.

Memphis Depay tijdens een hersteltraining bij zijn vorige club Olympique Lyonnais.
Memphis Depay tijdens een hersteltraining bij zijn vorige club Olympique Lyonnais.

Barcelona kleurt oranje, luidt een voetbalcliché. Zoals Alpe d’Huez met gevoel voor overdrijving een oranje Tourberg wordt genoemd. Alle chauvinisme ten spijt, FC Barcelona is vooral in numeriek opzicht een oranje getinte club. Memphis Depay wordt in Camp Nou de 21ste Nederlandse voetballer sinds Johan Cruijff er in 1973 debuteerde. Trainer Ronald Koeman is de vijfde Nederlandse trainer, Rinus Michels was in 1971 de eerste.

Lees ook: Memphis Depay tekent voor twee seizoenen bij FC Barcelona

De vraag is of Depay zijn nieuwe werkgever terug naar de Europese top kan dribbelen. Wie hem tot dusver op het EK bezig ziet, heeft goede redenen daaraan te twijfelen. Technisch en balvast is hij zeker, maar daar hebben ze er meer van in Barcelona.

De meeste van zijn twintig voorgangers werden in Nederland de hemel in geprezen, toch waren ze niet heel bepalend bij de club. Frenkie de Jong is wel hard op weg in de voetsporen van ‘de grote drie’ te treden: Johan Cruijff, Johan Neeskens en Ronald Koeman.

‘Barça, Barça!’

In de twee perioden (1997-2000 en 2002-2003) onder trainer Louis van Gaal waren er net als dit seizoen onder trainer Koeman alleen nationale succesjes. Alle geschreeuw (Barça, Barça!) ten spijt. Van Gaal kocht tijdens zijn eerste dienstverband een heel leger aan Nederlandse spelers, die geen van allen een onvergetelijke indruk achterlieten. De trainer wel, al was het maar vanwege de persconferenties waarin hij op zijn eigen wijze de strijd aanging met de kritische media: „Siempre negativo”. – altijd negatief.

Het is de valkuil van veel Nederlandse trainers in buitenlandse dienst. Ze nemen Nederlandse spelers mee, onder het mom van de ‘Hollandse School’ waarop voetballes wordt gegeven. Winston Bogarde, Michael Reiziger, Marc Overmars, Frank en Ronald de Boer, Edgar Davids, Boudewijn Zenden en in mindere mate Phillip Cocu en Patrick Kluivert: allemaal goede voetballers, maar ze worden op de Ramblas door de gemiddelde liefhebber waarschijnlijk niet aangeklampt of nagestaard.

Johan Cruijff in 1974 als speler van FC Barcelona. Foto Werek

Frank Rijkaard, de vierde Nederlandse trainer bij FC Barcelona, had meer succes dan Van Gaal en won in 2006 met assistent Henk ten Cate de Champions League. Maar hun Nederlandse spelers Mark van Bommel en Giovanni van Bronckhorst waren ook niet meer dan hulptroepen voor de Braziliaanse ster Ronaldinho – de piepjonge Argentijn Leo Messi was dat seizoen nog geen basisspeler. Zoals de Nederlandse keepers Ruud Hesp en Jasper Cillessen tweede keus waren. Richard Witschge, Jordi Cruijff en Ibrahim Afellay stonden ook vaker buiten dan binnen de lijnen.

‘De Verlosser’

Van de twintig Nederlandse voetballers in Catalaanse dienst staan er welbeschouwd drie op een voetstuk. Met stip op 1: Cruijff, niet voor niets El Salvador (‘De Verlosser’) genoemd. Daarna volgen zijn razend populaire ploeggenoot Neeskens (El Toro – de stier) en Ronald Koeman ( Floquet de Neu, sneeuwvlokje). Echte toppers hebben een bijnaam. Cruijff was de wegbereider voor zijn volgelingen. Michels vierde pas successen nadat hij Cruijff twee jaar later had binnengehaald.

Cruijff introduceerde het aanvallende positiespel waar Barcelona nu nog steeds om geroemd wordt. Als trainer vervolmaakte hij die speelwijze met zijn Dream Team. En dat alles ging gepaard met grote (internationale) successen. Bijna net zo belangrijk: Cruijff vernederde als speler Real Madrid, de club van de in Catalonië gehate generalissimo Francisco Franco. Neeskens was breekijzer op het middenveld. Bikkelhard, ook voor zichzelf. Hij bracht balans in het totaalvoetbal dat Michels en Cruijff voor ogen stond.

De huidige coach Ronald Koeman als speler van FC Barcelona. Foto Tony Marshall

Libero Koeman scoorde vanaf 1989 aan de lopende band bij Barcelona, uit vrije trappen met name. Zo hielp hij de club in 1992 met een poeier aan de eerste Europa Cup 1 in de clubhistorie. Mede door zijn verdienste als speler werd hij in augustus 2020 aangetrokken als trainer. En heeft hij nu nog altijd krediet, ondanks de wisselende resultaten in het afgelopen seizoen.

Voor Memphis Depay de uitdaging bij Barcelona boven zichzelf uit te stijgen. Bij Manchester United stelde hij teleur. Bij Olympique Lyonnais was hij wel de sterspeler die scoorde en sleurde. Hij zal in Catalonië moeten knokken voor een basisplaats, waarschijnlijk aan de linkerkant. De club schrijft in een verklaring dat met zijn komst „veelzijdigheid, vaardigheid en kracht in de aanval” worden toegevoegd.