Foto Fairphone

Analyse

Zonder hergebruik van producten zijn Parijse klimaatdoelen onhaalbaar

Essay Het huidige klimaatbeleid richt zich vooral op het verduurzamen van energie. Maar dat is slechts een deel van het probleem: het grootste deel van alle uitstoot gaat op aan het winnen en verwerken van grondstoffen.

Supermarktketen Jumbo heeft recent zijn drankkartons voor biologische zuivel vernieuwd. De buitenste laag van de verpakking is ‘geoptimaliseerd’, het gebruikte karton is een fractie dunner en 100 procent ongebleekt en de dop is gemaakt van biologisch afbreekbaar materiaal. Bij elkaar scheelt dat 30 procent CO2-uitstoot ten opzichte van de oude verpakking, staat met enige trots op het pak vermeld.

Dat is mooi, maar het roept wel de vraag op waarom het bedrijf dit (voorlopig) alleen doet voor zijn biologische producten. Als het zoveel beter is voor milieu en klimaat, zou het dan geen goed idee zijn om de vernieuwde verpakking voor alle zuivel in te voeren? Jumbo zelf wil er niet veel over kwijt. De nieuwe kartons geven de biologische zuivel „een nieuwe uitstraling”, schrijft een persvoorlichter in een reactie per e-mail. „De mogelijkheden en ervaringen van deze nieuwe verpakking nemen we uiteraard mee in de (her)ontwikkeling van toekomstige verpakkingen van andere productlijnen.”

Veel urgentie spreekt er niet uit deze woorden. Jumbo verkoopt, net als de meeste supermarkten, veel meer ‘gewone’ dan biologische zuivel. Om impact te hebben, zou het milieuvriendelijker verpakkingsmateriaal beter kunnen worden ingezet voor de gewone zuivel. Nu lijkt marketing – een uitstraling die kennelijk past bij liefhebbers van biologische producten – een belangrijk argument voor verduurzaming.

90 procent van goederen wordt weggegooid

Jumbo is hierin geen uitzondering. Veel bedrijven bewegen mee met hun klanten. Als die om meer duurzaamheid vragen, bieden zij die aan. Zolang klanten dat niet doen, is er geen reden tot spoed.

Ten onrechte. Want de zogeheten circulaire economie, waaraan Jumbo met zijn nieuwe verpakking bijdraagt, is geen franje, maar een noodzakelijk onderdeel van een strategie om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen, en de temperatuur op aarde op een aanvaardbaar niveau te houden. Daarnaast helpt een circulaire economie om verdere aantasting van de biodiversiteit tegen te gaan, en om ook voor toekomstige generaties voldoende grondstoffen beschikbaar te houden.

Een circulaire economie werkt volgens de drie r’s. Er worden zo min mogelijk grondstoffen gebruikt (reduce). Producten worden zoveel mogelijk hergebruikt (reuse). En als het echt niet anders kan, wordt het materiaal uit oude en kapotte producten teruggewonnen om opnieuw te gebruiken (recycle). In theorie bestaat er in een circulaire samenleving geen afval meer – een motto dat afvalverwerkers tegenwoordig graag op hun vuilniswagens zetten.

Minder circulair

Maar de praktijk blijkt weerbarstiger. Volgens het nieuwste Circularity Gap Report, een initiatief van het World Economic Forum, wordt nog steeds ruim 90 procent van alles wat de mensheid gebruikt weggegooid. De wereld is de afgelopen twee jaar zelfs iets (een half procent) minder circulair geworden. Vorig jaar was meer dan 100 miljard ton aan materialen nodig om de wereld draaiende te houden – een nieuw record.

Volgens het rapport is 70 procent van alle CO2-uitstoot het gevolg van het winnen en verwerken van grondstoffen. Het huidige beleid, dat voornamelijk gericht is op het verduurzamen van energie, is daarom lang niet genoeg om de internationale klimaatdoelen te halen. Met alleen een energietransitie bereikt de wereld volgens het rapport hooguit 15 procent van wat in 2015 in Parijs is afgesproken, de andere 85 procent zal moeten komen uit het ombouwen van de mondiale economie tot een circulair systeem.

Het Oxford Institute for Energy Studies bevestigde in de twee maanden geleden verschenen studie Beyond Energy: Incentivizing Decarbonization through the Circular Economy de noodzaak om breder te kijken dan alleen naar energie. De focus op energie past in een ‘lineair’ model voor emissiereducties, schrijven de onderzoekers, in een economie die doorgaat zoals altijd, maar dan met schonere energie. Een goed voorbeeld daarvan is de elektrische auto. De auto-industrie, en het gedrag van de consument verandert niet echt. De bedoeling is dat iedereen nog steeds een eigen auto heeft, maar dan eentje die rijdt op duurzame energie.

Emissiereducties worden daardoor voortdurend teniet gedaan door de groei van de wereldeconomie. Dat is precies wat de cijfers laten zien: hoewel het gebruik van duurzame energie exponentieel is toegenomen, stijgt de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer gewoon verder.

„Investeringen [in klimaatbeleid] gaan allemaal over energie”, schreef ook Wouter van Dieren, lid van de Club van Rome, een paar maanden geleden in een opiniestuk in NRC, „terwijl ze zouden moeten gaan over datgene waar die energie voor nodig is: productie, materialen, bouw, reizen, transport, voedsel, kleding”.

Dat zal niet eenvoudig zijn. De circulaire economie bestrijkt de complete productie- en consumptieketen. Veel mensen denken bij circulair in eerste instantie aan het scheiden van plastic, het inzamelen van glas of het slopen van auto’s – met andere woorden aan het einde van de kringloop. Maar het probleem zit juist aan het begin. Al in de ontwerp- en productiefase van spullen moet hergebruik van alle materiaal een van de belangrijkste afwegingen zijn.

Foto Fairphone

„We moeten de dingen zo maken dat we vanaf het begin weten hoe we het gebruikte materiaal opnieuw kunnen inzetten”, zei Michael Braungart al tien jaar geleden in een interview in NRC. Braungart is een Duitse chemicus die samen met de Amerikaanse architect William McDonough in 2002 het boek Cradle to Cradle schreef. Daarin beschrijven ze een nieuwe manier van ontwerpen: niet van wieg naar graf, maar van de ene wieg naar de volgende.

In het interview vertelde Braungart uitgebreid over de ongerijmdheden die hij tegenkwam in de productie van spullen. Zoals een richtlijn die het verbood om in televisies lood te verwerken – een giftig metaal dat beter niet in het leefmilieu terecht kan komen. Fabrikanten vervingen lood door een combinatie van metalen, die niet veel minder giftig waren en waarvan sommige behoorlijk schaars beginnen te worden, zoals bismut. En voor de winning van een ton bismut is volgens Braungart tien ton lood nodig. Aan het einde van de levenscyclus van de tv’s zijn die metalen bovendien niet meer te scheiden en ze kunnen daardoor nauwelijks nog opnieuw worden gebruikt.

‘Integrale ecologie’

Zo zijn er eindeloos veel voorbeelden: de Europese Unie verbood het gebruik van kankerverwekkend asbest in remsystemen van auto’s, waarop de auto-industrie overstapte op antimoonsulfide, dat waarschijnlijk net zo kankerverwekkend is. Om auto’s op biobrandstoffen te laten rijden worden jaarlijks miljoenen tonnen aan palmolie geproduceerd. Maar voor palmolieplantages worden regenwouden (vaak illegaal) gekapt die per hectare tot wel 8.000 ton koolstof vasthouden, terwijl een palmolieplantage per hectare niet verder komt dan 70 ton koolstof.

Twee Franse wetenschappers, aangehaald in de eerder genoemde Oxford-studie, schreven een boek over ‘integrale ecologie’, waarin ze berekenden dat voor de productie van 1 kWh aan duurzame elektriciteit tot wel tien keer meer metalen nodig zijn dan voor 1 KWh met fossiele brandstoffen opgewekte elektriciteit. Nog steeds is dan de duurzame energie beter voor het klimaat dan fossiele, maar het laat goed zien hoe groot de uitdaging is.

Om de overgang naar een circulaire economie te versnellen zal de klimaat- en milieuschade van de huidige, lineaire economie niet langer afgewenteld mogen worden op de maatschappij als geheel. Simpel gezegd, de vervuiler betaalt. Zolang het mobiliteitsprobleem wordt opgelost door alle benzineauto’s simpelweg te vervangen door elektrische exemplaren, zolang elektronica zo gebouwd mag worden dat reparatie nauwelijks mogelijk is en zolang Jumbo het grootste deel van zijn zuivel mag blijven verkopen in de bestaande verpakking, terwijl er een duurzamer alternatief is, is een circulaire economie nog ver weg.