Het gevoel dat een sjekkie staat voor vrijheid en gezelligheid, is vervlogen. Tabaksfabriek Niemeyer sluit na 203 jaar de deuren

Tabak Een slof sigaretten bovenop je maandsalaris en gratis roken op het werk. Oud-medewerkers van BAT Niemeyer kijken met weemoed terug, maar de kennis over de schadelijke kant van roken sloeg het bestaansrecht onder de tabaksfabriek in Groningen weg. In de zomer 2022 gaat de deur voorgoed dicht.

Exterieur van de tabaksfabriek BAT Niemeyer in Groningen. Na 203 jaar gaat de fabriek in de zomer van 2022 voorgoed dicht.
Exterieur van de tabaksfabriek BAT Niemeyer in Groningen. Na 203 jaar gaat de fabriek in de zomer van 2022 voorgoed dicht. Foto’s Corné Sparidaens en Bert Janssen/HH

Aan het begin van de productielijn van BAT Niemeyer hangt een wereldkaart waarop staat aangegeven waar de tabak vandaan komt: Kentucky natuurlijk, Tennessee, Brazilië, Paraguay, Thailand, Indonesië, Zuid-Korea, Tanzania, Oeganda en Zimbabwe.

Riepko Toxopeus is op al die plekken geweest, op zoek naar de beste tabak. Toxopeus was inkoper en mélangeur: de samensteller van de blends. „De componist”, zoals hij het zelf noemt. „Want een pakje shag is een symfonie.”

Hij is al jaren met pensioen, maar nog altijd nauw betrokken bij de Groningse tabaksfabriek. „Een medewerker van Niemeyer ben je voor het leven.”

‘Tox’, zoals ze hem in de fabriek noemden, trad in dienst in 1970, en maakte alles mee. De overname door het Britse Gallaher (1974), daarna door Rothmans uit Zuid-Afrika (1990) en uiteindelijk door British American Tobacco in 1999, dat recentelijk bepaalde dat de Koninklijke Theodorus Niemeyer in de zomer van 2022 dichtgaat.

„Dan heeft de schoorsteen 203 jaar gerookt”, zegt Toxopeus. Eerst in fabriekjes verspreid over de stad, die ook koffie, specerijen en andere koloniale waren leverden. In 1906 werden die samengevoegd in een grote nieuwe fabriek aan de Paterswoldseweg, toen nog in de weilanden. Van daaruit verspreidde Niemeyer een zoete, kruidige tabaksgeur over de stad, vooral bij westenwind. Toxopeus kon buiten ruiken wat er binnen op de band lag. Op vrijdag bijvoorbeeld Clan-pijptabak – hij rook het al op het station.

Naar Hongarije en Malang

Binnen zijn ze inmiddels begonnen met het ontmantelen van de productielijn. De machines gaan naar andere fabrieken van BAT. Vooral naar Pecs, Hongarije, waar het werk goedkoper is, en de mensen voorlopig nog even doorroken. In 2019 verhuisde de productie voor Australië en Nieuw-Zeeland, 22 procent van het volume, naar de BAT-fabriek in Malang, Indonesië, die gespecialiseerd is in de productie van sigaretten en kretek en minder in shagtabak.

Het is een tragedie, zegt Toxopeus, die met zijn bril en het schaarse haar op de slapen een vriendelijke leraar geschiedenis zou kunnen zijn – tabaksgeschiedenis in dit geval. Straks worden er in Nederland geen Samson en Javaanse Jongens meer gemaakt. De ‘halfzware’ en de fameuze ‘driekwart zware’ shag: ooit waren het de grote merken van Niemeyer. Nederland was een shagland en is het nu nog een beetje. Alleen in Noorwegen en Australië rolt ook een behoorlijk deel van de klanten zijn eigen rookwaar.

Rond 2000 produceerde Niemeyer 19 miljoen kilo tabak, vooral shag. Nu is dat 5 miljoen

Rond de eeuwwisseling produceerde Niemeyer nog 19 miljoen kilo tabak, voornamelijk shag. Tegenwoordig is er nog 5 miljoen kilo van over. Shag was ooit goedkoper dan sigaretten, voor ze allebei erg duur werden.

De productie nam af naarmate er meer bekend werd over de schadelijke gevolgen van roken. In de afgelopen dertig jaar nam die kennis enorm toe, en leidde dit tot steeds strengere regelgeving en hogere prijzen. Er zijn steeds nadrukkelijkere waarschuwingen op de verpakkingen gekomen en op steeds meer plekken is roken verboden.

Het gevoel dat een sjekkie staat voor vrijheid en gezelligheid, is vervlogen.

De periode na de oorlog tot begin jaren negentig zijn te beschouwen als de gloriejaren van het roken. Bijna iedereen rookte: thuis, op het werk, op televisie, voor de klas. Iedereen stonk naar rook en was onbekommerd ongezond bezig. Wat niet wist, wat niet deerde.

Sinds 1974 was Niemeyer al geen familiebedrijf meer. In de tijd van Gallaher en vooral Rothmans stegen de volumes naar recordhoogte. Een goudmijn was het, daar in Groningen. In boekjaar 1977-1978, bijvoorbeeld, verkocht het bedrijf voor 370 miljoen gulden aan tabaksproducten (sigaretten en shag). In 1984-1985 was dat al 792 miljoen gulden, en in de jaren negentig ging de omzet over de miljard gulden heen.

In de toptijd had Niemeyer, inclusief de koffieafdeling (Gala), 1.200 medewerkers. Het was een middelgroot bedrijf, maar ook een wereldspeler, én een familie waarin groot en klein elkaar kenden. De sleutelspelers van toen hebben elkaars nummer nog in hun telefoon.

In weerwil van het imago van tabaksfabrikanten was Niemeyer een sociaal bedrijf, zegt Deddy Nienhuis, die bijna een halve eeuw de pakjes ontwierp.

Op kaderniveau en hoger werd volgens Nienhuis nooit iemand ontslagen: er werd ‘een oplossing gezocht’. Een wat stroef draaiende manager liep in een nieuwe rol als fotograaf alle door Samson (‘Laat de leeuw in je los’) en Javaanse Jongens (North Sea Jazz) gesponsorde muziekfestivals af. Zomaar Keith Richards in reclame gebruiken mag natuurlijk niet, maar Richards op een podium voor een reuzenleeuw van Samson fotograferen viel onder ‘vrije nieuwsgaring’, totdat de Tabakswet van 2002 tabaksreclame verbood, inclusief de sponsoring van evenementen.

Interieur van de tabaksfabriek BAT Niemeyer in Groningen. In de toptijd had Niemeyer, inclusief de koffieafdeling (Gala), 1.200 medewerkers. Het was een middelgroot bedrijf, maar ook een wereldspeler. Foto’s Corné Sparidaens en Bert Janssen/HH

Nienhuis vertelt ook dat de medewerkers binnen gratis konden roken en maandelijks een slof sigaretten of shag bovenop hun loon kregen. Op de heetste, meest vochtige afdeling van de fabriek werkte een grote groep Molukse Nederlanders. Bij de aankondiging van de sluiting, in november vorig jaar, werd afscheid genomen van zestig medewerkers van Iederz, het sociale werk-leerbedrijf.

Bij Nienhuis thuis, in de villabuurt van Groningen, liggen de sigaretten voor de gasten in bakjes op tafel, alsof de jaren zeventig nooit zijn afgelopen. Hij steekt er één op. Nienhuis – zijden sjaal en gulle, in kortademigheid gesmoorde lach – ontwierp álles voor Niemeyer. Kelly, Columbus, Roxy („Roxy. Ja graag!”). De sjekkiesrokende Javaanse jongens. De leeuwenkop van Samson: „vriendelijk maar krachtig”. De wimpel eronder maakte hij lachend.

In de gloriedagen kwam de wereld naar Niemeyer toe. Ze contracteerden coureur Jantje Lammers, die in een vaste column in het bedrijfsblad verhaalde over zijn avonturen in de Formule-1. Adèle Bloemendaal vroeg of ze nog iets voor Niemeyer kon betekenen, Don Johnson van Miami Vice belde uit Cannes. Toen ze de Duitse markt wilden veroveren, draaide Der Alte sjekkies van Javaanse Jongens.

Bazen met initialen

De bazen Niemeijer – met lange ij – werden tegelijk familiair en respectvol met hun initialen aangesproken: meneer Th.W., H.H.F. en de grote Th.E., een zéér voorname heer, de ‘kamerheer’ van koningin Juliana. Wat ze bij de koninklijke familie deden: roken waarschijnlijk, want daar waren – en zijn – ze dol op.

Bij het 150-jarig jubileum in 1969 rookte prins Bernhard ‘de vredespijp’ met uit Canada ingevlogen indianen (Th.E. vroeg om ‘echte’ indianen ‘die hij niet kon verstaan’.). Bij de ceremonie kreeg Niemeyer het predicaat ‘Koninklijk’. Bij de ontmanteling moeten ze straks ook een kroontje van de gevel halen.

Het roemruchte ‘stippenplan’ van Niemeyer maakte al in de jaren zeventig een eerste onderscheid tussen sigaretten die ‘licht’ en ‘zwaar’ waren in teer en nicotine. De industrie nam ’t het bedrijf niet in dank af, want zo erkende het impliciet dat ‘zwaar’ misschien toch nadelen had. Johan Cruijff koos voor de ‘lichte’ Roxy Dual, legde hij uit in een grootscheepse campagne. „Als je toch wilt roken, rook dan verstandig.”

Samson sponsorde Borussia Dortmund, Roxy een tennistoernooi met Björn Borg en Tom Okker. Men maakte zich in die tijd minder zorgen om de gevolgen van het roken dan om de vraag of je wel een echte man was als je ‘light’ rookte. Het bedrijfsblad Niemeyer Nieuws, 1979: „Nu heeft marktonderzoek uitgewezen dat er nog veel mensen zijn die zich in feite generen om zo’n soort sigaret te roken.”

Op de billboards zat de Marlboro Man nog fier op zijn paard, maar achter de schermen was het ‘gedoe’ begonnen, zegt Menno Harms, destijds eerst bedrijfsjurist en later directiesecretaris van Niemeyer. In 1972 al erkende Niemeyer in een persbericht dat het roken van sigaretten schadelijk kon zijn. Het speelde een rol in een proces dat twee ernstig zieke rokers van shag van Samson in 1999 tegen Niemeyer aanspanden over de aansprakelijkheid voor hun verwoeste gezondheid.

Het ging onder meer over de vraag of het bedrijf stiekem extra verslavende stoffen aan zijn waren toevoegde. „Nee, nee, nee”, zegt Riepko Toxopeus, destijds getuige. Menno Harms, ook opgeroepen door de rechtbank van Assen: „Hoogstens drop, suiker en toffee-aroma.” Tot een schadevergoeding voor de zieken kwam het niet.

Rookvrije millennials

Nu is Nederland op weg naar een ‘rookvrije generatie’. De overgebleven rokers van vorige generaties worden bij elke blik op hun pakje met de huiveringwekkende gevolgen van hun verslaving geconfronteerd. British American Tobacco wil het niet meer meemaken. Toen het voornemen tot sluiting in april definitief werd, werkten er nog 185 mensen bij Niemeyer. „We zijn opgelucht dat er duidelijkheid is”, zegt een medewerker. Ook al is de boodschap dan niet fijn.

Thuis in Grijpskerk heeft Toxopeus wat hij zijn tabakszolder noemt. Op het laken van een biljart liggen grote bladen van nicotiana tabacum, de tabaksplant. Er is een ‘tabaksaltaar’ met tabaksparafernalia. De mélangeur opent pakjes en blikjes en laat ruiken. „Hier, hickory wood. Dat rokerige. Of dit, Neptune pijptabak. Iets choco, cognac. Verrukkelijk, vind je niet?”

„Het is zo’n mooi product. Fruitig, kruidig. Niet scherp of irriterend. Het is een plezier om het te roken. Shag: een typisch Nederlands product. Dat er nicotine in zit, dat verslavend werkt: that’s the product. Als ik op straat iemand passeer die rookt, geniet ik van die rook en probeer ik voor mijzelf na te gaan wat voor melange dat is.

„In mijn tijd ging de productie van vijf elders gesloten tabaksfabrieken naar Niemeyer. Nu zijn wij aan de beurt.” Het einde van Niemeyer is vermoedelijk ook het einde van Samson, waarvoor ze ook in Hongarije niet meer warmlopen.

Kent Toxopeus nog een jarenlange roker van Samson of Javaanse Jongens die over zijn gevoel over het verdwijnen van Niemeyer kan vertellen? Toxopeus denkt een tijdje na. „Het is toch te gek voor woorden dat ik geen shagroker meer kan bedenken?”