‘Stappen voelt als iets van heel lang geleden’

Spitsuur Julia van Damme en Michiel Heerkens gingen vlak voor corona losbarstte samenwonen. „Maar we zijn niet van die typische samenwoondingen gaan doen, zoals een hond nemen.”

Michiel: „We gingen toen het kon veel stappen. Sowieso. We houden echt van Brabantse gezelligheid.”
Michiel: „We gingen toen het kon veel stappen. Sowieso. We houden echt van Brabantse gezelligheid.” Julia: „Dat je allemaal een borreltje hebt en lekker lult met elkaar. Dat vinden we het allerleukste.” Foto David Galjaard

Julia: „We zitten nog wel een beetje in het ritme van het studentenleven.”

Michiel: „Ik denk dat we een uur voor ons werk begint pas opstaan. Het is chill dat we zo dicht bij ons werk wonen. Ik loop er in vijf minuten heen en jij ook. Ontbijt skippen we.”

Julia: „We hebben nog niet de fase bereikt dat we ’s ochtends heel actief zijn. Samen ontbijten en eerst de dag bespreken en zo, dat doen we echt niet. De wekker gaat, dan ga ik douchen en dan naar mijn werk.”

Michiel: „We zijn gaan samenwonen net voor corona begon.”

Julia: „Op 29 februari kregen we de sleutels van ons appartement. Voor ons is 2020 wel in alle opzichten een heel nieuw jaar geweest. We kregen bijvoorbeeld allebei een baan. Ik werk deze maand een jaar, jij ook zoiets.”

Michiel: „Al heeft het samenwonen ook weer niet zo veel veranderd voor ons. We kennen elkaar al zó lang. En het opstaan ’s ochtends gaat ook steeds beter.”

Julia: „Toen we nog studeerden, kwamen we misschien tien minuten voor ons college begon ons bed uit. Sinds vorig jaar moeten we echt vijf dagen per week om negen uur aan het werk zijn. Zeker toen het winter werd, was dat moeilijk. Nu zijn we altijd al vóór de wekker wakker.”

Michiel: „Ik ben sinds februari afgestudeerd; ik heb een master data science gedaan. Nu ben ik vijf dagen per week datawetenschapper bij een bedrijfje in Breda.”

Julia: „Ik werk op maandag en dinsdag als ambulant jeugdzorgwerker. Dan kom je bij mensen thuis. En op donderdag en vrijdag ben ik open met mijn eigen bedrijf, een wasserij waar mensen met een beperking werken – een vorm van dagbesteding.”

Michiel: „Bij het gros van de dagbestedingen moeten mensen de hele dag bloemschikken of strijkkralen sorteren. Jouw insteek is dat mensen echt iets dóén, werk leveren voor klanten.”

Julia: „Er is ook werkdruk, al oefen ik nooit écht druk op onze medewerkers uit. Als het een dagje wat minder met iemand gaat, weet ik dat ik zelf ’s avonds de was moet doen.”

Michiel: „Of ik.”

Julia: „We doen dat ook vaak samen. Superfijn.”

Zelden op de bank

Julia: „We kunnen niet goed stilzitten, dus ’s avonds zitten we niet vaak gewoon op de bank.”

Michiel: „We zien heel vaak vrienden. Als je sommigen hoort praten over Netflix, over seizoenen lang achter elkaar kijken… Vaak bekijken wij twee afleveringen en dan haken we weer af.”

Julia: „We zijn wel altijd veel bezig met koken. Ik heb een speciaal account op Instagram waar ik recepten op zet. Na het eten drinken we lekker een koffietje, of een wijntje bij het eten. Daar nemen we de tijd voor. En na het eten wandelen we veel. Soms gaan we even langs de wasserij, dan moet er nog een was in de droger. Maar we gaan ’s avonds ook vaak naar een terras. Ik bedenk altijd wel iets wat we kunnen doen – om lekker onderweg te zijn. Daarnaast moeten we natuurlijk ook nog de boekhouding en administratie van de wasserij doen. Ook dat doen we samen.”

Michiel: „Als ik klaar ben met werken, besteed ik de rest van de tijd aan haar bedrijf. Het zit nu nog in de opstartfase. Hoe meer tijd we daar nu in stoppen...

Julia: „...Hoe beter het gaat.”

Michiel: „Ik zou het heel gek vinden om op de bank te gaan liggen, terwijl zij nog zit te werken. Dat samen doen, is veel gezelliger.”

Julia: „Ons weekend zit elke dag wel volgepland. Ik kan vaak genoeg zeggen: ‘Dit weekend gaan we eens even niemand zien, da’s ook weleens goed’. Maar dan is het vrijdagavond en denk ik: wat ben ik aan het doen? Ik ga iemand bellen!”

Michiel: „We gingen toen het kon veel stappen. Sowieso. We houden echt van Brabantse gezelligheid.”

Julia: „Dat je allemaal een borreltje hebt en lekker lult met elkaar. Dat vinden we het allerleukste. Het is zo raar… Want er is én corona én we zijn allebei gaan werken. Dus stappen voelt als iets van heel lang geleden. We kunnen niet langer drie keer per week tot vier uur ’s nachts in de kroeg staan. We zijn iets serieuzer.”

Michiel: „Dat is niet erg. Ik vind mijn werk superleuk. En je moet een keer geld gaan verdienen.”

Julia: „Om leuke dingen te doen. We hebben nog superveel dromen. Dan kun je beter maar even hard gaan werken.”

Klappen opvangen

Julia: „Onze dromen gaan vooral over reizen. We willen kijken of we een campertje kunnen kopen en dan een jaar gaan rondreizen. Zoveel mogelijk van de wereld zien.”

Michiel: „We zijn ook wel met de toekomst bezig.”

Julia: „Ook omdat ik een eigen zaak heb.”

Michiel: „En we flansen niet meer al ons geld weg. In mijn studententijd had ik aan het eind van de maand standaard nul euro op mijn rekening staan. Nu proberen we te sparen, zodat we klappen kunnen opvangen. Het samenwonen bevalt supergoed.”

Julia: „De laatste tijd voordat we samenwoonden, waren we al heel veel samen.”

Michiel: „We hoeven ons niet aan elkaar aan te passen en kunnen nog steeds dronken thuiskomen of geen zin hebben om op te ruimen. We zijn ook niet van die typische samenwoondingen gaan doen. Zoals een hond nemen…”

Julia: „…Of wekelijks de boodschappen doen.”

Michiel: „Bij ons is het nog steeds elke dag zo van...‘Shit, ik ben dit weer vergeten.’”

Julia: „Soms staan we wel drie keer per dag in de supermarkt.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl