Opinie

Sluit een verbond met gevaarlijke dieren

Natuur In een ontmoeting met wolf, beer of tijger voelen we dat we nu eens niet de machtigste zijn, schrijft .
Een tijger in het Tesso Nilo Nationaal Park op Sumatra. Deze foto is genomen met behulp van een valstrik met camera. Het dier is zo twee keer in dezelfde nacht op de foto gezet.
Een tijger in het Tesso Nilo Nationaal Park op Sumatra. Deze foto is genomen met behulp van een valstrik met camera. Het dier is zo twee keer in dezelfde nacht op de foto gezet. Foto AFP

Voordat de wolf ons land weer binnentrok, was Nederland anderhalve eeuw wolfloos. Sinds een paar jaar lopen wolven hier weer rond. Op de Veluwe zijn onlangs drie welpjes geboren; afgelopen maart werd een drachtige wolvin, op de vlucht geslagen voor recreërende mensenmassa’s, doodgereden.

De terugkeer van de wolf en andere grote roofdieren stelt ons voor problemen. Wat doen we als een wolf niet alleen schapen, maar ook een huisdier buitmaakt? En wat als een wolf tegenover een mens staat? Wat is de etiquette tussen mens en wolf? Verschillende factoren spelen in onze omgang met gevaarlijke dieren een rol. De betekenis die in een samenleving aan wolf, beer, leeuw of tijger wordt gegeven, is daarbij niet te onderschatten. Want zoals de mens onderdeel is van de natuur, zo zijn dieren onderdeel van de cultuur. Om beter zicht te krijgen op werkbare omgangsvormen tussen mens en mens-bedreigend roofdier, is het inspirerend om eens te kijken naar Sumatra, waar de tijger nog een vanzelfsprekend onderdeel van het bestaan is.

In de jaren negentig onderzocht ik op Sumatra de relatie tussen de boerenbevolking en de tijger. Hoe konden zij samenleven met zo’n gevaarlijk dier? Toen Indonesië nog door Nederland gekoloniseerd was, viel het de Nederlandse machthebbers al op dat de Indonesische bevolking weigerde tijgers te doden, ondanks de hoge prijs die werd uitgeloofd. Tijgers, zo bleek, zijn geen ‘gewone’ dieren maar werden, en ook nog in de tijd van mijn onderzoek, beschouwd als voorouders, als goddelijke wezens. In een mythisch verleden sloot de mens een verbond met het tijgervolk.

Net als bij het Bijbelse verbond tussen God en de mensen, gaat het om een afspraak waarbij zowel de tijger en de mens rechten en plichten hebben. Kern van het verbond met de tijger is dat mensen en tijgers afspreken elkaar niet te storen; dat het bos van de tijgers is, en het dorp de mensen toebehoort. Alleen als de mensen zelf de sociale regels van het dorp overtreden – wanneer bijvoorbeeld een erfenis niet eerlijk is verdeeld, als er sprake is van overspel – kan de schuldige door een tijger worden aangevallen. En al is dat een terechte straf, toch heeft dan, en dan alleen, de mens het recht die tijger te doden.

Zo’n niet-aanvalsverdrag heeft een geruststellende werking. Een onbeheersbare natuurlijke kracht, de tijger, wordt omgezet in beheersbaar sociaal gedrag: je conform de leefregel gedragen. Dat dit verbond zo lang goed heeft gefunctioneerd – en ook de tijger heeft beschermd – komt zeker ook omdat tijgers, net als andere potentieel gevaarlijke dieren, daadwerkelijk maar zeer zelden aanvallen.

Franciscus en de wolf

Dit soort ‘afspraken’ tussen mens en mens-bedreigend dier speelden ook in Europa. Overgeleverd is het pact dat de Italiaanse heilige Franciscus van Assisi sloot met een wolf, die begin dertiende eeuw de omgeving van Gubbio terroriseerde. Franciscus riep de wolf tot de orde, en het dier beloofde geen mensen of dieren meer te grijpen zolang de bewoners van Gubbio hem van voedsel voorzagen. Het tafereel werd vastgelegd door de schilder Sassetta; we zien hoe een notaris de afspraken noteert terwijl wolf en heilige geduldig toekijken – de poot van de wolf rust in de hand van Franciscus.

De wolf van Gubbio, schilderij van Sassetta (ca. 1437–1444). Beeld Getty Images

Over beren werd in Europa lang verteld dat ze meisjes verleidden en met hen krachtige zonen grootbrachten. Maar ook dat ze met het ontwaken uit hun winterslaap de lente opriepen, dat ze zieken konden genezen en voorspoed brachten. Probleemloos was de omgang tussen mens en beer vermoedelijk niet.

Nu in ieder geval niet, zo laat de recente Werdegang van beer Bruno zien. Bruno is een jonge beer die in het voorjaar van 2006 zijn geboortegrond, het Italiaanse Trentino, verlaat om kriskras door het Duits-Oostenrijkse grensgebied te struinen. Aanvankelijk heet hij nog JJ1 – de eerste nakomeling van Jurka en Joze, het berenpaar dat vanuit Roemenië in Italië is uitgezet – maar al spoedig wordt het dier ‘Bruno’ gedoopt. De beer komt regelmatig in de buurt van huizen en verorbert schapen, kippen en konijnen.

In Duitsland is het voor het eerst in 170 jaar dat er een wilde beer opduikt, en Bruno is dan ook niet uit het nieuws weg te slaan. De oproep zich bij een mogelijke aanval „bäuchlings hinzulegen” werkt allesbehalve geruststellend. Ondertussen wordt geprobeerd om Bruno levend te vangen. Daarvoor worden Finse berenvangers met gespecialiseerde zoekhonden ingevlogen en het Wereldnatuurfonds levert beervriendelijke berenvallen. Niets werkt.

Op 19 juni van dat jaar marcheert Bruno door een vakantieoord en plundert bijenkorven. De Beiers overheid promoveert hem van ‘probleembeer’ tot ‘risicobeer’: een doodsoordeel. Enkele dagen later wordt hij geschoten. De jager blijft anoniem – Bruno heeft veel fans.

In Canada en Amerika heel normaal

Was dit afschot terecht? In alle opwinding werd vergeten dat wat blijkbaar in Europa als levensbedreigend wordt opgevat, in Canada en Amerika zo’n beetje business as usual is. Daar groei je op met beren, en fiets je even om als je er eentje bij de vuilnisstortplaats ziet rommelen. Bruno werd opgezet in het Natuurhistorisch Museum van München.

Daar bekijk ik in 2018 de crime scene, Bruno tussen de bijenkorven. Het tafereel heeft opvallend weinig tekst meegekregen. Misschien wist het museum niet goed wat voor verhaal ze eigenlijk wilden uitbeelden. Ging het om een eerbetoon aan een jonge beer die onterecht werd gedood? Of zien we een gevaarlijk dier dat terecht werd geëlimineerd?

Lees ook: Is er op deze planeet nog wel plek voor echte vleeseters?

In Nederland zullen wij vroeg of laat ook met dit soort dilemma’s te maken krijgen. Wat gebeurt er als een wolf een eerste hond of kat te pakken neemt? Die horen bij het gezin! Rudy Kousbroek bepleitte een relatie met dieren die „nuchter, niet sentimenteel en toch liefdevol, praktisch en realistisch” is. Mens en dier „zitten in hetzelfde schuitje” zo stelt hij in zijn boek Medereizigers uit 2009.

Dat klinkt als een goed uitgangspunt. Dat ‘schuitje’ moeten we dan wel zorgvuldig stofferen, als we er samen met wolf en beer in willen zitten, en bekleden met praktische informatie (wolven en beren zijn banger voor jou dan jij voor hen), gedragsregels (houdt afstand, laat geen eten slingeren) en met mooie beelden en verhalen over de verbondenheid van dier en mens. Want hoewel we een sacraal verbond zoals tussen mens en tijger niet meer zullen sluiten, we kunnen de verbondenheid op zo’n manier wel degelijk versterken.

Een belangrijke ervaring

In Europa, waar we vertrouwder zijn met de gevaren van de auto dan met de veel minder evidente gevaren van wilde dieren, kunnen we zo misschien wolf en beer weer een meer vanzelfsprekend onderdeel van onze cultuur maken. Dat is belangrijk. Wat zou het een verlies zijn, als we als mensheid niet in staat zijn deze bijzondere dieren in het wild te behouden. Bovendien: in een ontmoeting met wolf, beer of tijger, in het bespeuren van hun nabijheid, voelen we dat we als mens nu eens niet de machtigste zijn. Dat is een belangrijke ervaring en inspireert tot nederigheid tegenover de wilde natuur, een domein dat we al te gemakkelijk naar onze hand denken te kunnen zetten.

Gevaarlijke dieren hebben onze verbeelding altijd geprikkeld en de cultuur verrijkt. We zien al hoe het karakter van wolven en beren de verhalen veranderen. In recentere varianten van het Roodkapje-verhaal is de wolf opvallend vriendelijk. Weerwolven zijn sinds kinderheld Dolfje Weerwolfje niet eng, maar ‘een beetje anders’, de bioscoopfilm Wolf uit 1994 toont een woest aantrekkelijke Jack Nicholson als weerwolf. Dat gaat vanzelf. Om concrete problemen voor te zijn zou de overheid daarnaast schaapsherders en boeren kunnen ondersteunen door elektrische hekken te subsidiëren, gedode schapen ruimschoots te compenseren, en zo nodig in te grijpen.

Ik hoop dat we de grens tot waar we de wolf toelaten ruimhartig kunnen trekken, maar onsentimenteel genoeg zijn om dieren die exceptioneel bedreigend gedrag vertonen te vangen en te herplaatsen. Opdat we de wolf en de beer toelaten in onze ruimte, én op een leefbare afstand houden. Ook al zal dat altijd maatschappelijk debat opleveren – het korte leven van Bruno toonde dat wel aan.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.