Porgy Franssen: „Mijn leven buiten het toneel is altijd geklungel gebleven.”

Interview

Porgy Franssen: ‘Toneelspelen is lang mijn reddingsboei geweest’

Porgy Franssen acteur

Sinds corona zoekt acteur Porgy Franssen (64) mensen thuis op om hen voor te lezen voor het slapengaan. Pas recent ontdekte hij dat het ware leven buiten het toneel ligt.

‘Wat is eigenlijk de aanleiding om mij hier vanavond te laten komen, Tamara?”, vraagt acteur Porgy Franssen (64) aan de blonde vrouw op de grijze hoekbank. Ze wijst naar de man die in de keuken koffie maakt. „Toon en ik zijn vandaag vijf jaar samen.” Nu ze door corona geen mogelijkheid hebben om uit eten te gaan, heeft ze dit cadeau bedacht. Franssen kijkt ondertussen vorsend om zich heen. „Waar staat jullie bed eigenlijk?” Dat opklapbed blijkt ’s avonds uit de kast achter ons naar beneden te komen. „Je moet wel goed op de scherpe punt van het bed passen als je binnenkomt”, waarschuwt de vrouw des huizes. „Prima”, zegt Franssen. „Dan ga ik vanavond hier op de punt van de bank zitten. Zullen we ’m nog wel even verder naar achteren schuiven? Dan heb ik een beetje meer ruimte.”

Hij legt voor alle duidelijkheid de regels nog even uit. De kamer baadt nu nog in het middaglicht. Maar vanavond zal hij hier zijn entree maken in het donker. Dan moet er dus wel alvast een glas water voor hem klaar staan. En ligt mevrouw aan de linkerkant of aan de rechterkant van het bed? Dat moet hij allemaal weten. „Nu kletsen we nog. Maar vanavond is dat niet aan de orde.” In totaal zal hij zo’n vijftig minuten voorlezen. „Dus hoe laat zal ik jullie in bed leggen? Zullen we tien uur doen? En zal ik de sleutel na afloop door de brievenbus doen?”

Hij wil in elk geval nu alvast afrekenen (375 euro exclusief eventuele reiskosten). Want vanavond zal hij na het voorlezen als een dief in de nacht verdwijnen. Zijn oranje kimono legt hij klaar in de keuken. Daar zet hij ook de kaarsenstandaards neer. Zorgen zij dan dat de lucifers straks voor het grijpen op tafel liggen? „Graag met een nog niet afgestreken lucifer bovenop het doosje.”

Het idee voor Slaapverhalen werd uit nood geboren. Nadat corona vorig jaar maart alle schouwburgen leeg had geveegd, vielen vrijwel alle werkzaamheden en verdiensten van Porgy Franssen (64) stil. Hij was nog online te zien in Peachez van Toneelgroep Maastricht, maar verder bleef het stil. „Daarom heb ik dit bedacht. Het ging mij niet alleen om geld verdienen. Ik had ook enorme behoefte om weer een zinvolle invulling aan mijn leven te geven.”

Zijn eerste slaapverhaal las hij voor in Haarlem. Hij was best een beetje gespannen of hij onderweg zou worden aangehouden vanwege de avondklok. Die eerste avond gebeurde er bovendien iets geks. „De man viel direct in slaap. Dat viel mij tegen, want ik zit daar toch niet voor de kat z’n viool. Zijn vrouw lag vlak bij mij en stak opeens haar blote voet onder het dekbed naar me toe. Die voet werd tijdens die leessessie een gekke obsessie. Ik kreeg zin om die voet te pakken en te masseren. Maar ja, om de eerste keer al zo buiten m’n boekje te gaan…”

Verder bleef het altijd in het nette, bezweert Franssen. Bijna alle mensen die hem uitnodigden voor een slaapverhaal bleken serieuze cultuurliefhebbers. Eén keer ging het bijna mis. De sleutel die hij had meegekregen leek ’s avonds ineens niet te passen. Bleek-ie voor het verkeerde huis te staan. Nog een geluk dat er niet een wildvreemde vent opendeed. Had hij daar mooi voor aap gestaan, in zijn oranje kimono. „‘Wat moét dat hier?’ ‘Ik kom voorlezen, meneer…’ Dan had ik vast een flinke dreun gekregen.”

Porgy Franssen is al zo’n veertig jaar acteur. Hij speelde rollen in ruim vijftig films en tv-series en in vele tientallen toneelstukken. Wat de crux is van toneelspelen? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. Uiteindelijk draait het allemaal om herhaalbaarheid. „Iedereen met een beetje talent kan wel een avond leuk uit de hoek komen. Maar reproduceer het maar eens. Probeer jezelf maar eens honderdvijftig keer te verrassen. Dan komt het aan op vakmanschap.”

Word je steeds beter als acteur?

„Nee, daar zit een grens aan. Ik merk dat ik sinds een jaar of tien niet meer echt groei. Op een bepaald moment ben je een heel goede violist geworden die in principe alles kan spelen. Omdat je het snápt. Dan is toneelspelen niet moeilijk meer. Je merkt pas dat acteren moeilijk is als je anderen slecht ziet spelen. Dan besef je: het is kennelijk toch best lastig. Al realiseer ik me altijd dat acteurs eigenlijk volstrekt onbelangrijk zijn. Ze debiteren een tekst die een ander heeft bedacht. Dat is het tragische aan acteren: je bent altijd iets aan het spelen wat je zelf niet gemaakt hebt. Wij zijn de glazen waar een ander zijn wijn in schenkt.”

Thuis, in het gezin in Eindhoven waar hij opgroeide, draaide alles om muziek. Porgy en zijn dertien broers en zussen traden van jongsaf aan op met een familieorkest. En met succes; de onbetwiste parel aan hun kroon was het winnen van de Gouden Stuiver bij het populaire tv-programma Stuif es In.

Geen van zijn dertien broers en zussen is toneel gaan spelen. Hij trad wel met zijn broer Hein en zus Olga op in een zelfgemaakt stuk op de Parade. Twee jaar geleden schreef hij een toneelstuk waarin alle broers en zussen Franssen zouden aantreden. Uiteindelijk ging het niet door, vanwege een interview in deze krant met hem en zijn tweelingzus Bess.

Lees ook het dubbelinterview met Porgy en Bess Franssen: ‘De code is: geen ruzie, geen conflict’

„Daarin zei ik: ‘Mijn vader stonk. En mijn moeder ook.’ Dat viel zo slecht in de familie, dat sommigen niet meer wilden meedoen. En een andere broer vond veertig keer spelen te veel. Een onbegrijpelijk argument in mijn ogen. Hij is toch ook tienduizend keer naar zijn werk gegaan?”

De klok van de kerktoren slaat tien uur. Exact op dat moment start Franssen de muziek op zijn laptop, en steekt hij de sleutel in het slot. Op onze tenen sluipen we de woning binnen, als inbrekers met permissie. De zonovergoten kamer van die middag is veranderd in een donker schimmenkabinet. De feloranje kimono die Franssen in de keuken had klaargelegd licht vaalbleek op. „Denk je om de punt van het bed?”, fluistert hij, voordat hij het gordijn naar de slaapkamer op een kiertje schuift.

Toon en Tamara liggen al in bed, dicht tegen elkaar aan. Toon heeft zijn bril nog op. Opeens zijn we deel van overrompelende intimiteit, die bijna ongemakkelijk maakt. Franssen lijkt er geen last van te hebben. Geroutineerd plant hij de kaarsenstandaards naast het bed, en steekt hij twee kaarsen aan. Schaduwen beginnen zachtjes te wiegen op de muur. Zittend op de punt van de bank, op minder dan een meter van de bedrand, begint hij voor te lezen; een verhaal van Sheherazade.

Het gedempte licht van de laptop werpt een spookachtige gloed over zijn gezicht. In zijn kimono oogt hij als een sprookjesfiguur uit 1001 Nacht. Zijn fluwelen stem kleurt het donker, en het donker kleurt tegelijk zijn stem. De synthesizermuziek van Ryuichi Sakamoto uit de laptop vervolmaakt het dekbed van verbeelding waaronder Toon en Tamara langzaamaan lijken weg te doezelen. Nu een klein uur staat Franssen op, en blaast hij voorzichtig de kaarsen uit. In de keuken verruilt hij onhoorbaar zacht zijn kimono voor het windjack waarin hij vervolgens naar huis zal fietsen, de kandelaars als floretten vooruitstekend over het stuur van zijn elektrische fiets.

Acteren is voor hem nog steeds het mooiste dat er is, zegt hij een paar dagen later, terwijl hij koffie maakt in zijn moderne appartement in Amsterdam. „Toneelspelen heeft mij alles gebracht: groei, kracht.” Al zal hij niet beweren dat het vak hem ook tot een volwassen mens heeft gemaakt. Want hij hoefde het toneel maar af te stappen of hij wist het al niet meer. „Mijn leven buiten het toneel is altijd geklungel gebleven, met verhoudingen en gedoe. Met kinderen bij verschillende vrouwen, en verantwoordelijkheden die ik niet aankon.”

Het klinkt alsof het toneel de enige veilige plek was.

„Het vak was heel lang de enige plek in mijn bestaan waar structuur was. Want om acht uur begint de voorstelling, honderdvijftig keer per jaar. Dat geeft houvast. En dan heb ik het nog niet over de kracht die je voelt als je speelt. Dan ben ik echt op de plek waar ik op mijn best ben.”

Wat verandert er als je begint te spelen? Word je dan een andere man?

„Dat is heel lang inderdaad zo geweest. Ik heb het bestaan zelf altijd heel moeilijk gevonden. Mijn leven lang ben ik somber geweest, heb ik antidepressiva geslikt. Dat begon onmiddellijk na de toneelschool. Toen ik daar nog les had, kon ik alles doen wat God verboden had. Ik ging elke avond naar de kroeg, was altijd dronken. Echt een fantastische tijd. Maar daarna moest het voor het echie…

„Het ging allemaal goed qua rollen en succes; ik won prijzen en kreeg mooie recensies. Maar ik werd steeds ongelukkiger. Er ontstond een enorme discrepantie tussen wat ik voelde op het toneel en wat ik voelde in het gewone leven. Dat gat van binnen werd steeds groter. Buiten het toneel voelde ik me somber en verdoofd. Ik maakte er een potje van als vader. Als ik de kinderen had, lag ik vooral in bed. Ik hou echt van ze. Zielsveel zelfs. Maar opvoedkundig heb ik totaal niks voorgesteld. Ik kon het niet, kon geen structuur aanbrengen. Laat staan dat ik iets te zoeken had op een ouderavond.”

Drama met vrouwen leek op drama zoals ik dat kende van het toneel

Dus het vak was allesbepalend voor je geluksmomenten?

„Zeker. Het vak en vrouwen. Verhoudingen leidden weliswaar vaak tot drama. Maar drama met vrouwen leek ook wel weer een beetje op drama zoals ik dat kende van het toneel. In feite leefde ik daar juist van op. Uiteindelijk vond ik toneel het allerbelangrijkste in mijn bestaan. De rest beschouwde ik als een slap aftreksel van wat ik op het toneel meemaakte. Alleen dáár gebeurde het. Daar lééfde ik.”

Een kleine tien jaar geleden besloot hij in therapie te gaan. „Vooral omdat ik last had van zelfmoordgedachten. Die heb ik eigenlijk altijd gehad. Ik heb nooit een serieuze poging gedaan, maar ik dacht er wel vaak aan. Ik heb veel fantasieën gehad over hoe ik het zou doen, zocht methoden na op internet. Uiteindelijk werd het obsessief; ik dacht er soms wel tachtig keer per dag aan. In feite leefde ik mijn leven lang met een groot geheim. Ik heb het indertijd nooit aan iemand verteld. Niet aan mijn familie, niet aan partners. Alleen aan mijn therapeut. Die vond het uiteindelijk zo gevaarlijk worden dat ik werd doorgestuurd naar een psychiater.”

Die psychiater onderwierp hem aan allerlei tests. En toen gebeurde het grote wonder, zegt Franssen. „Ik kreeg een sertralinepil van hem. Direct nadat ik ’m had geslikt voelde ik mij warm worden. Ik heb die pillen een jaar geslikt, en het is nooit meer teruggekomen.”

Met wijd opengesperde ogen: „Ongelofelijk hè? Die psychiater zei ook: ‘je hebt enorm geluk; bij jou is het een voltreffer geweest’.”

Heel af en toe steekt dat gevoel van vroeger weer even de kop op. Dan weet hij dat hij rustig aan moet doen. „Maar ik voel mij meestal als herboren.” Sterker nog, nu hij ontdekt heeft dat geluk ook buiten het toneel te vinden is, overweegt hij om binnen afzienbare tijd te stoppen met acteren. Hij gaat komend seizoen nog in 14 de musical – over Johan Cruijff – spelen (onder meer de rol van Rinus Michels) maar dat zal waarschijnlijk het laatste grote project zijn waar hij zich in stort. „Daarna zal ik alleen af en toe nog kleinere dingen maken.”

Hij beseft dagelijks dat hij nu in de beste tijd van zijn leven zit. „Ik ben veel rustiger, ook in relationeel opzicht. Eindelijk heb ik het gevoel dat ik op de plaats van bestemming ben.” Gisteren was zijn coach er nog. Toen hingen de grote ramen van zijn appartement nog vol met dichtbeschreven vellen papier. Op ieder vel stonden herinneringen uit een periode van steeds zeven jaar uit zijn leven.

„Op het eind ging het om: wat is je grootste vraag op dit moment? Dat was voor mij: doe ik wel wat ik zelf wil doen? En ook: ben ik het verongelijkte jongetje dat ik vroeger was inmiddels ontgroeid? Het antwoord is: dat jongetje in jezelf ontgroei je nooit. Je kunt het alleen maar vriendelijk aan de hand door je leven meenemen. Dat jongetje mag altijd bij me zijn. Maar als ik dat verongelijkte gedrag herken, tik ik ’m op zijn vingers.”

Eigenlijk best raar dat hij 64 heeft moeten worden om tot het inzicht te komen dat het ware leven buiten het toneel ligt. Al blijft hij het vak veel dank verschuldigd. „Het spelen was heel lang mijn reddingsboei. Dat vak hield me drijvend. Daar had ik alles onder controle. Inmiddels heb ik veel meer lol in het gewone leven gekregen. Vroeger wilde ik dood, maar ik wil nu juist graag tachtig worden. Ik kan tegenwoordig uren op mijn balkon in de zon zitten genieten. Terwijl ik hier vroeger vooral rusteloos door het huis heen en weer liep, als een gekooide tijger. Die rusteloosheid is helemaal weg. Dat beschouw ik als een ongelofelijk geschenk.”

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0800-0113 of www.113.nl.