Opinie

Pak misbruik op het Binnenhof nu goed aan

#MeToo In de Kamer ontbreekt een adequate aanpak van misbruik in eigen gelederen. In het Europees Parlement zijn goede voorbeelden voor hoe het wel kan, schrijven en .

Het Tweede Kamerlid Dion Graus (PVV) ligt onder vuur. Zijn ex-vrouw en fractiemedewerker zou hem hebben beschuldigd van het aanzetten tot prostitutie, een gerechtelijk vooronderzoek loopt; een andere fractiemedewerker zou hem bij de Kamervoorzitter en een vertrouwenspersoon hebben beticht van seksueel wangedrag. Twee voormalige PVV-medewerkers zouden ontslag hebben genomen omdat ze zich seksueel geïntimideerd voelen.

Het zijn berichten uit NRC van de afgelopen weken, en ze baren ons grote zorgen. Berichten ook, die bovendien te weinig opvolging aan het Binnenhof krijgen.

Het was logisch geweest als PVV-leider Wilders, verantwoordelijk voor de fractie, een onderzoek had ingesteld, maar hij weigerde. Deze week kondigde Graus dan eindelijk zelf een onafhankelijk onderzoek aan. Dat er een onderzoek komt, is terecht. Blijft onderzoek uit en worden beschuldigingen genegeerd, dan voelen mensen zich onveilig. En iemand is pas schuldig als zijn schuld is bewezen.

De aankondiging van dat onderzoek heeft te lang op zich laten wachten. En intussen werd pijnlijk duidelijk hoe juridisch ingewikkeld het is wanneer Kamerleden van wangedrag worden beticht. De fractie kan als goed werkgever een onderzoek instellen, maar kan het Kamerlid nooit dwingen zijn zetel op te geven. En ook de Kamervoorzitter is aan handen en voeten gebonden. Wat moet er veranderen?

Verscherpte gedragscode

Sinds april heeft de Tweede Kamer een nieuwe procedure, een verscherpte gedragscode en een College van onderzoek integriteit. De leden van dit college kunnen adviseren een Kamerlid maximaal een maand te schorsen – mits de Kamer daar in meerderheid mee instemt. Deze nieuwe procedures zijn een goede stap vooruit. Maar: incidenten die speelden voor inwerkingtreding van deze regeling, vallen er niet onder. Bovendien geeft de recente gang van zaken genoeg aanleiding om te bekijken of deze nieuwe procedures wel toereikend zijn.

Het loont de moeite over de grens te kijken. Daar immers, zijn tal van voorbeelden van hoe het ook kan. In 2014 bijvoorbeeld, hield een medewerker van het Europees Parlement een blog bij over grensoverschrijdend gedrag van Europarlementariërs. Al snel postten tientallen andere medewerkers ook anoniem hun ervaringen.

Lees ook: Kamerleden zijn geen vrije jongens, pas de gedragscode aan

Deze MeToo-beweging in het Europees Parlement heeft voor een aantal serieuze verbeteringen gezorgd. Het Europees Parlement heeft nu een onafhankelijke adviescommissie die klachten over intimidatie of misbruik afhandelt, interne onderzoeken kan instellen en de voorzitter kan adviseren over eventuele sancties richting de betrokken parlementariër.

Ook krijgen parlementariërs en medewerkers van het Europees Parlement sinds enkele jaren bewustwordingstrainingen over intimidatie, net als in de Verenigde Staten en Canada. Dergelijke trainingen, voorlichting over ongewenste omgangsvormen en structurele aandacht voor de wegen die je als slachtoffer kunt bewandelen, zouden ook in Nederland kunnen bijdragen aan bewustwording en openheid. En dus aan een veiliger werkklimaat.

In het Verenigd Koninkrijk wordt grensoverschrijdend gedrag, waaronder seksuele intimidatie, expliciet genoemd in een nieuwe gedragscode. Daarmee is het eenvoudiger om parlementariërs te wijzen op de norm en eventuele repercussies af te dwingen. Het zou goed zijn te onderzoeken of regels voor ongewenste omgangsvormen ook in de Nederlandse gedragscode explicieter moeten staan.

Passief kiesrecht

Een ander hiaat in de Nederlandse situatie is het ontbreken van consequenties wanneer een Kamerlid door de rechter is veroordeeld. In onder andere Curaçao en het Verenigd Koninkrijk verliezen Kamerleden in zo’n geval hun zogenaamde passief kiesrecht, het recht om gekozen te worden als volksvertegenwoordiger. Nederlandse parlementariërs daarentegen, behouden hun zetel. Dat moet anders.

Intimidatie en misbruik komen in alle geledingen en politieke kleuren voor en zijn helaas van alle tijden. Maar wat niet van deze tijd is, is het wegkijken, het opwerpen van drempels die een melding belemmeren of zelfs geen gehoor aan een melding geven. Als volksvertegenwoordiging moeten we laten zien dat seksueel misbruik en intimidatie onaanvaardbaar zijn. Dat begint bij het erkennen dat er een probleem is – en daarnaar te handelen. Die plicht hebben we aan iedereen op het Binnenhof, maar bovenal aan al die mensen die dit overkomt.

Laat de huidige berichtgeving een wake up call zijn voor het Nederlandse parlement om hier ook serieus werk van te maken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.