Omtzigt laat ideologisch gat achter

Partijcrisis De crisis in de partij is het gevolg van vele jaren zoeken naar de koers. Wat nu? Partijleden zeggen: terug naar het midden.

CDA-congres in de Rijnhal in Arnhem, in 2010. Dat was het jaar dat het misging, vinden veel CDA’ers.
CDA-congres in de Rijnhal in Arnhem, in 2010. Dat was het jaar dat het misging, vinden veel CDA’ers. Foto Phil Nijhuis/Hollandse Hoogte/ANP

Het CDA is van oudsher geen partij waar openlijk ruzie wordt gemaakt. ‘Verbinden’ zit in het partij-dna. „Bijltjesdagen staan haaks op wat we als partij zijn”, zegt oud-Kamerlid Chris van Dam. „CDA-politici moeten weer een beetje zendelingen worden. Kafferen we elkaar uit of beseffen we dat we het samen moeten doen?” CDA’ers, zegt Bart van Horck, leider van de beweging Midvoor, „zoeken altijd het compromis tussen twee verschillende politieke uitersten. Daar zijn we altijd heel goed in geweest.” En Dave Ensberg, een CDA’er die vorige maand uit onvrede zijn lidmaatschap opzegde, zegt: „Het CDA is een brede volkspartij met verschillende stromingen. Dat is een rijkdom, maar die moet je wel goed onderhouden.”

Want aan verbinding wordt de laatste jaren weinig meer gedaan. Het CDA, decennialang een stabiele machtspartij in het politieke centrum, struikelt van crisis naar crisis. Het CDA verloor bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart vier zetels, twijfelt sindsdien tussen macht en oppositie en verloor vorige week een Kamerlid aan wie het vijf zetels dankt: Pieter Omtzigt. Affaires rond mondkapjeshandelaar Sywert van Lienden, die donderdag zijn CDA-lidmaatschap opzegde, en donateur Hans van der Wind, die mogelijk na een forse donatie invloed had op partijstandpunten, vergroten de instabiliteit. De crisis is de culminatie van elf jaar onrust en ideologische herbezinning in de partij. Het was, zegt Dave Ensberg, „een constante dynamiek van onrust, resoluties op congressen en moties van boze leden”.

Strijd tussen twee groepen

De spanning heeft ideologische wortels: het conflict tussen sociaal-conservatieve CDA’ers en christelijk-sociale partijleden heeft het debat in de partij de afgelopen jaren bepaald. De eerste groep heeft er geen moeite mee dat de partij in Noord-Brabant en Limburg samenwerking zoekt met radicaal-rechtse partijen als FVD en PVV. De tweede groep is dit een gruwel.

Het ging volgens veel CDA’ers mis in 2010, toen de partij na een groot verlies bij de verkiezingen een gedoogsamenwerking aanging met de PVV in het kabinet-Rutte I. Dat trauma is nooit verwerkt. Zeker niet omdat de partijtop de jaren erop een conservatieve koers inzette, op zoek naar burgers die zich zorgen maken over migratie en globalisering. Die koers paste niet bij het CDA, vonden veel partijleden. Het CDA was toch niet alleen van de harde taal? Het was ook de partij van ‘rentmeesterschap’, ‘compassie’, ‘omzien’ naar elkaar.

Maar de tijd van de grote middenpartijen met een fletse boodschap was voorbij, vond Buma. Landelijk campagneleider Nelleke Weltevrede schreef in 2017 in het tijdschrift Christen Democratische Verkenningen dat „verbindende politiek [..] veel minder bruikbaar dan vroeger” is. Het CDA moest zich volgens haar richten op de zogeheten „squeezed middle”, de angstige middenklasse. „Dat gaat niet met een zeer genuanceerde boodschap waarin voor elk wat wils is.”

In die tijd mocht het CDA wel wat positiever naar de wereld kijken, zegt partijideoloog Frank van den Heuvel. „In met name Brabant en Limburg hebben we zo veel oude KVP-stemmers verloren, katholieken die zoeken naar gemeenschapszin. Die zitten nu vaak bij de SP, PVV en VVD. Maar dat is meer een vluchtheuvel dan dat ze zich er écht thuisvoelen.” Tegenover het rechts-populistisch pessimisme kan het CDA volgens hem een „optimistisch alternatief” zijn. „Juist de katholiek-sociale leer is ook een vooruitgangsgeloof.”

Sinds Buma’s vertrek in 2019 slaat de partij voorzichtig een andere weg in, terug naar het midden. In 2019 verscheen het koersdocument Zij aan Zij, waarin gebroken werd met Buma’s conservatisme en meer klassiek christen-democratische teksten stonden. Het gaat bij het CDA meer over gemeenschapszin en kritiek op het kapitalisme. Toch keerden deze begrippen niet of nauwelijks terug in de campagne van lijsttrekker Wopke Hoekstra. Hij koos, ingefluisterd door zijn campagneteam, weer voor een rechtser verhaal, onder meer toen hij weigerde het minimumloon te verhogen en de WW wilde versoberen.

Maar wat het CDA blijft verdelen, is de vraag wat de rol van de overheid moet zijn. Die kwestie verklaart ten dele de hevige emoties rondom Pieter Omtzigt. Als Kamerlid toonde Omtzigt aan hoe de overheid onschuldige burgers als fraudeur behandelde in de Toeslagenaffaire. Hij schreef in zijn boek Een nieuw sociaal contract dat burgers beschermd moeten worden tegen de overheid.

Dat raakt een snaar bij CDA’ers. Tegenover christen-democraten die zichzelf als lid van een machtspartij beschouwen, is een sterke stroming die de overheid wantrouwt. Zij willen, in de traditie van Abraham Kuyper, opkomen voor de ‘kleine luyden’. Deze tweede vleugel is met Omtzigt de belangrijkste woordvoerder kwijtgeraakt. Dave Ensberg zegt: „Omtzigt schrikte CDA’ers af omdat hij te radicaal zou zijn. Maar in essentie was het echt een christen-democratisch verhaal over de verhouding tussen staat en burger. We zijn altijd voor de nachtwakersstaat geweest, die alleen noodzakelijke taken uitvoerde.”

Lees ook dit profiel van Pieter Omtzigt: Hij voelde zich nooit echt thuis in de CDA-fractie

Balkenende was laatste verbinder

Al in de ‘paarse’ jaren negentig, toen het CDA in de oppositie belandde, werd in alle rust een meer liberaal-conservatief verhaal bedacht door de latere partijleider Jan Peter Balkenende en de latere minister Ab Klink. Ze zagen een grotere rol voor de markt en een kleinere rol voor de overheid, bijvoorbeeld in de zorg. Maar Balkenende bleef balanceren tussen de linker- en rechtervleugel, zegt Ensberg: „Hij verbond als laatste leider de conservatieve en de christelijk-sociale vleugel.”

Na 2010 werd het anti-overheidsdenken dominanter, feller, zegt de Leidse CDA’er en ambtenaar Bart van Horck. „Dat wordt verkocht als ‘de samenleving versterken’. Dat hoort niet bij het CDA. Traditioneel voor ons denken is dat de overheid als schild voor de zwakken dient.”

Op een partijcongres eind 2019 keerde toenmalig fractieleider Pieter Heerma zich tegen zowel de „kille markt” als de „verstikkende bureaucratie van de overheid”. Van Horck hoorde het met verbazing aan. Je zou maar ambtenaar zijn, zei hij nét iets te hard. Partijleden keken om, er was een stilte gevallen in het betoog van Heerma.

Het CDA, vindt Van Horck, moet staan voor het ‘sociale marktmodel’. Kijk naar Booking.com, zegt hij, het bedrijf dat 65 miljoen euro staatssteun kreeg, maar bonussen bleef uitkeren. „De PvdA zal zeggen: dichtreguleren! We nemen een wet aan. De VVD zal zeggen: kan me niet schelen, het is de vrije markt. En het CDA zal Booking aanspreken en zeggen: ‘luister vriend, je bent ondernemer, maar je hebt ook het algemeen belang waarmee je rekening moet houden’.”

CDA’ers die zich zorgen maken over hun partij zeggen vaak dat het CDA terug naar het midden moet, en weer aantrekkelijk voor conservatieve én sociaal-christelijke kiezers moet worden. Maar hoe levensvatbaar is het politieke midden nog? Juist de traditionele middenpartijen zijn leeggelopen. Die zijn dan ook dringend aan herbezinning toe, schreef politicoloog Matthijs Rooduijn deze week in NRC. Partij-ideoloog Van den Heuvel: „Ik denk dat het kán, weer een brede volkspartij worden. Maar het is wel ingewikkelder dan vroeger. Iedereen heeft zijn eigen groepje, bubbeltje.”

Oud-Kamerlid Chris van Dam zegt: „Juist nú hebben we bestaansrecht. Ik vind de essentie van de partij: verbinding van mensen en standpunten. Dat zat al in de oprichting, een samenkomst van katholieken en protestanten. Maar ook in deze geïndividualiseerde samenleving blijft er behoefte aan een partij die de verbinding weet te vinden.”