Analyse

Naar sport kijken is voor het hart gevaarlijker dan meedoen

Cardiologie De schrik is altijd groot als een jonge sporter neervalt. Is meer hartscreening nodig? „Hoe begrijpelijk die reactie ook is, ik denk dat het meer kwaad dan goed doet.”

De Deense voetballer Christian Eriksen wordt van het veld gedragen nadat hij een hartstilstand had gekregen. Hij werd snel gereanimeerd.
De Deense voetballer Christian Eriksen wordt van het veld gedragen nadat hij een hartstilstand had gekregen. Hij werd snel gereanimeerd. Foto Wolfgang Rattay/AP

Een week geleden zeeg de 29-jarige Deense middenvelder Christian Eriksen plotseling neer tijdens een voetbalwedstrijd tegen Finland. Totaal onverwacht werd Eriksen getroffen door een hartstilstand. Van het ene op het andere moment zweefde hij op het randje van de dood. Anders dan de naam hartstilstand doet vermoeden, staat het hart dan meestal niet volledig stil. Wat wel stilvalt is de bloedsomloop, doordat de pompfunctie van het hart verstoord is. De hartkamers gaan snel en chaotisch trillen en het hart trekt ongecoördineerd samen. Dankzij snelle reanimatie waarbij ook een automatische externe defibrillator (aed) werd ingezet, kwam Eriksen weer bij zijn positieven. Hij is door het oog van de naald gekropen.

Plotse hartdood bij jonge mensen is heel zeldzaam, maar tegelijkertijd is het ook de belangrijkste oorzaak van overlijden bij jonge sporters. Is intensief sporten dan zo slecht voor je hart?

Dat sporten goed voor je gezondheid is, staat buiten kijf, zegt sportcardioloog Harald Jørstad van Amsterdam UMC. „Het algemene advies is om per week minimaal 150 minuten te bewegen, meer mag ook. Dat is niet alleen goed voor je spieren maar ook gunstig voor je bloeddruk, longen, botten, hersenen, nieren en nog veel meer. Er zitten eigenlijk alleen maar voordelen aan meer bewegen.”

De vraag is echter wel of de curve van alleen maar voordelen eeuwig blijft stijgen, zegt Jørstad, en ook of de balans op een gegeven moment niet naar negatief doorslaat. „We weten wel dat iemand die twintig uur in de week sport in principe niet gezonder is dan iemand die dat tien uur per week doet. Op een gegeven moment kun je niet meer gezondheidswinst behalen door nog meer te sporten. Maar de vraag of méér sporten extra schade oplevert is niet eenvoudig te beantwoorden en moet je altijd per individu bekijken. Waar de grens ligt weten we niet precies. Extreme inspanning kan inderdaad een hartstilstand uitlokken, maar dat is extreem zeldzaam. Bedenk ook: Olympische sporters leven doorgaans langer dan de gemiddelde Nederlander. Extreem veel sporten is over het algemeen geen probleem, maar bij een heel kleine groep kan het onder bepaalde omstandigheden wel een risico zijn.”

Volgens Arend Mosterd, cardioloog in het Meander MC in Amersfoort, is de kans dat een jonge sporter door een hartstilstand wordt getroffen inderdaad heel erg klein. Een vuistregel is dat een hartstilstand zich jaarlijks bij minder dan een op de honderdduizend sporters onder de 35 jaar voordoet. De oorzaak is bij hen vaak terug te voeren op een aangeboren zeldzame hartafwijking, hoewel soms ook een hartspierontsteking of een forse klap op de borstkas de trigger kunnen zijn.

Klassiek hartinfarct

Bij oudere sporters is het risico op plotse hartdood tot wel tien keer hoger dan bij de jongere topatleet, zegt Mosterd: „Dan gaat het meestal om een hartstilstand die wordt veroorzaakt door een klassiek hartinfarct.” Jørstad beaamt dat: „Rond een leeftijd van 30, 40 jaar zien we een omslag naar hartziekte die duidelijk met een ongezonde leefstijl te maken heeft. De gevolgen van een te hoog cholesterolgehalte, een te hoge bloeddruk of het dichtslibben van de kransslagaders krijgen dan een grotere rol. In onze maatschappij is ongezond leven heel gemakkelijk, maar ik wil benadrukken dat deze hartproblemen voor 90 procent zijn te voorkomen. Dat moet ik vaak uitleggen. Zo zijn er bijvoorbeeld nog steeds mensen die beweren dat roken en sporten prima kunnen samengaan, maar dat is natuurlijk niet zo als je gezond wilt leven.”

De dramatiek van een hartstilstand tijdens een wedstrijd zit vooral in het onverwachte en het feit dat het ook jongere, schijnbaar kerngezonde atleten treft. Kun je sporters niet vooraf screenen op hartproblemen en daarmee ongelukken voorkomen? „Ja, dat is de heilige graal waarnaar we zoeken”, zegt Jørstad, die ook verbonden is aan Sport Medisch Centrum Papendal bij Arnhem. Door wetenschappelijk onderzoek met onder meer hartfilmpjes, echo’s, inspanningstesten en mri's probeert hij atleten met een hartrisico eruit te pikken. Dat is niet eenvoudig, zegt hij, „want het gaat vaak om zeer zeldzame ziektes, waarbij je het beeld dat je ziet per individuele sporter moet begrijpen.”

Doordat atleten regelmatig trainen en wedstrijden doen past het hart zich aan op het soort inspanning dat ze moeten leveren, legt Jørstad uit. Duursporters zoals hardlopers en voetballers krijgen gemiddeld een wijder hart. Krachtsporters zoals gewichtheffers of worstelaars krijgen een dikker hart. En het hart van bijvoorbeeld wielrenners, roeiers en schaatsers wordt zowel wijder als dikker.

Zo’n sporthart kan op zich geen kwaad. „Er zijn geen aanwijzingen dat die aanpassingen in het hart slecht zijn voor iemands gezondheid”, zegt Jørstad. „Maar toch kunnen de verdikkingen zoals je die ziet bij een sporthart ook het gevolg zijn van een ziekteproces, bijvoorbeeld een te hoge bloeddruk, een hartklep die niet goed opent of een hartspierziekte. Door hartspierziekten kan het hart ook wijder worden. Ik moet heel goed het onderscheid kunnen maken tussen een sporthart en een hart dat zo geworden is door onderliggende ziekte."

Arbeidskeuring voor topsporters

Hoewel Mosterd vindt dat regelmatige controle nuttig is voor professionele atleten, „als een soort arbeidskeuring voor topsporters”, is hij fel gekant tegen hartscreening voor jonge sporters aan het begin van hun carrière. „De discussie daarover laait altijd weer op als ineens fitte jonge mensen neerstorten op het sportveld. Dat is natuurlijk verschrikkelijk om te zien. Mensen vinden dan dat alles uit de kast moet worden gehaald om dat te voorkomen. Hoe begrijpelijk die reactie ook is, ik denk dat het meer kwaad dan goed doet.”

Mosterd vreest dat zo’n algemene test veel jonge sporters ten onrechte ongerust zal maken. Twee jaar gelden schreef hij daarover een commentaar in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde naar aanleiding van een Brits onderzoek bij 11.168 voetballers van 15 tot 17 jaar. „Er moeten 266 voetballers gescreend worden om één persoon met een verhoogd risico op plotse hartdood te identificeren, waarbij het niet zeker is of die persoon daadwerkelijk een hartstilstand zal krijgen én daaraan zal overlijden”, schreef hij. Daarbij zullen 18 van die 266 „de medische molen” ingaan met vervolgonderzoek en controles. „Dat heeft mogelijk gevolgen voor hun welzijn en kwaliteit van leven, terwijl er geen gevallen van plotse hartdood worden voorkomen”, zegt Mosterd. „Niet aan beginnen dus, je kunt veel beter mensen leren reanimeren, want daar red je bewezen wel levens mee.”

Jørstad relativeert de belasting van het testen: „Voor de mensen bij wie afwijkingen op de hartfilmpjes worden gezien betekent het ook nog niet meteen dat ze beter niet meer kunnen sporten. Vaak kunnen we het oplossen door regelmatig extra controles te doen of door trainingen aan te passen. Daarnaast is de uitslag belangrijk om mensen in de omgeving van deze sporters te informeren, zodat die goed weten wat zij moeten doen mocht het onverhoopt toch misgaan.”

Beide cardiologen zijn het er wel over eens dat sporters op zich niet de grootste risicogroep zijn voor het optreden van een hartstilstand, en al helemaal niet de jongere sporters. Dat blijkt ook uit een onderzoeksamenwerking van Mosterd met cardioloog Ruud Koster van Amsterdam UMC: van de meer dan 2.500 hartstilstanden die in 2006 tot 2008 in de provincie Noord-Holland werden geregistreerd waren er 143 sportgerelateerd. Daarvan waren slechts zeven sporters onder de 35 jaar.

Snelle reanimatie

„Het goede nieuws is ook”, zegt Mosterd, „dat sporters die een hartstilstand krijgen het er in de helft van de gevallen levend van afbrengen. Dat is deels te danken aan snelle reanimatie door omstanders, maar het lijkt er ook op dat sporters er vanwege hun goede lichamelijke conditie beter uitkomen dan anderen die het overkomt. En sinds dat onderzoek zijn er ook veel meer aed’s gekomen bij sportclubs.”

„De kans dat iemand buiten het sportveld een hartstilstand krijgt is vele malen groter”, zegt ook Jørstad. „Dat wordt meestal niet op camera gevangen, en heeft daardoor niet zo'n grote impact. Maar elke hartstilstand is een tragedie. Het kan bij iedereen gebeuren, juist bij de voetbalenthousiasten buiten de lijn.”

In die zin zijn internationale voetbalwedstrijden niet zozeer op het veld een risico voor ernstige hartproblemen, maar vooral daarbuiten. Daarvan getuigt ook een Duits onderzoek dat donderdag verscheen in Scientific Reports. Tijdens het wereldkampioenschap voetbal in 2014 belandden er in Duitsland 3,7 procent meer mensen met een hartaanval in het ziekenhuis dan in dezelfde periode een jaar later. Hoewel er in deze jaren gemiddeld geen verschil was te zien in het overlijdensrisico, was er wel duidelijk een piekje zichtbaar op 13 juli 2014, de dag dat Duitsland de finale speelde tegen Argentinië. Duitsland won toen met 1-0.