Foto Merlijn Doomernik

Interview

Deze kunsthistoricus ziet dingen waar de meeste mensen overheen kijken

Wat maakt het leven de moeite waard? Kunsthistoricus en schrijver Wieteke van Zeil (47) ziet dingen waar de meesten overheen kijken. „Ik probeer het proces van kijken te beschrijven. Je hebt er niet veel aan om te horen wat je moet zien.”

‘Ooit was kunst overal. Om te zien en te voelen, je te verwonderen. Kunstenaars waren makers van de samenleving: schilderen, beitelen, vijzelen. Maar toen er musea kwamen, niet zo lang geleden, ging kunst in de vitrine. Dat heeft de afstand vergroot. Verboden aan te raken. En zijn we kunst in intellectuele termen gaan zien.”

Die afstand weer verkleinen is het mission statement van Wieteke van Zeil, kunsthistoricus en schrijver. Ze brengt het in praktijk in ‘Oog voor detail’, haar wekelijkse rubriek in Volkskrant Magazine. Letterlijk, door in te zoomen op een schilderij, een sculptuur en ook weleens een gebouw of borduursel.

Van Zeil (47) ziet dingen waar de meeste mensen overheen kijken. Een aapje in een hoekje van een religieus schilderij uit de vijftiende eeuw dat de kleren van een paus draagt, wat dat schilderij een gevaarlijk satirisch randje geeft. Bernini’s buste van een kardinaal met een cape waarin een knoopje niet is gesloten, zodat je vergeet dat het marmer is en denkt dat er „godnogantoe een knoopje ónder dat lege knoopsgat zit”. De plastic tuinstoelen op een schilderij van Raquel van Haver uit 2018 en de vraag wanneer er eigenlijk voor het eerst een plastic voorwerp is geschilderd. En hoe herken je plastic trouwens in verf?

Vaak begint het met een lach. Als ze ziet dat een twaalfde-eeuws schaakstuk een krijger is die in zijn schild bijt, bijvoorbeeld. „Ik word blij van dat speelse, dat iemand in Noorwegen dat ooit heeft zitten snijden uit een walrustand”. En zo ontstaat een verhaal over tanden, en blijkt die man Berserker te heten, waar het Engelse woord berserk, wildgeworden, vandaan komt. En dat ook zo goed bij deze tijd past en bij het gevoel als ze weer eens machteloos: ‘Doe normaal!’ naar de tv roept.

Dan verbindt ze freestyle alles met alles en is er even helemaal geen afstand tussen toen en nu. Het laat zien, zegt ze, „dat kunstenaars altijd al emoties hebben onderzocht en uitgebeeld. En dat ze zo ook ons uitbeelden. Dat maakt elk kunstwerk in potentie actueel, voor jou, nu.”

Dat is ook de boodschap van de tv-serie Kijken op gevoel, die ze maakte voor de NTR. In zes afleveringen, elk met één emotie centraal – woede, verlangen, eenzaamheid, weerzin, wanhoop en vreugde – laat ze zien hoe kunstwerken, oude en nieuwe, vermeende high art en vermeende lage cultuur, op doek, video of een muur, emoties uitdrukken. Of oproepen, zoals onwelgevallige standbeelden. En: kunst die woedend is op zichzelf, zoals Banksy’s tekening die zichzelf versnipperde. Met uitstapjes naar pop, hiphop, strips, film en tv, waaronder een gesprekje met actrice Malou Gorter (Oogappels), die uitlegt dat boos spelen „voor 80 procent over jezelf moet gaan”.

Foto’s Merlijn Doomernik

Naar kunst kijken is naar jezelf kijken?

„Het hoeft niet altijd over jou te gaan, maar je kunt iets herkennen dat ten diepste bij ons mensen hoort. In de eerste aflevering laat ik een Inuit-beeldje zien uit een oude legende over een zeegodin die razend kon worden en die je als visser en jager maar beter te vriend kon houden. Dat gaat ook over onze omgang met dieren, de vleesindustrie, de natuur. Het doet er niet toe uit welke cultuur of religie je die verhalen put. Omdat het in abstractie gaat over iets waar we allemaal mee zitten.”

Je noemde „vrij naar kunst kijken” het allerleukste wat er is. Hoe ben je dan dit jaar doorgekomen?

„Ik voelde me een enorme geluksvogel. Voor mensen die naar musea wilden en voor musea zelf was het een ramp. Maar als journalist kon ik vaak wel langskomen. Ook met het team van productiebedrijf Tuvalu waarmee we de tv-serie maakten. Maar nu is het wel een beetje op. Ik wil heel graag weer ergens kunnen binnenlopen. Dwalen hoort voor mij bij kunst kijken.”

Kunst geeft je de vrijheid om een andere weg te kiezen

Je wekt een georganiseerde indruk.

„Leuk om te horen. Maar hoe vaak ik niet word uitgelachen omdat ik weer iets vergeten ben! Waarom zeg je dit trouwens?”

Je tv-serie behandelt elementaire emoties. Ik dacht: wat zijn mijn associaties bij jou? Vrolijk, energiek, nieuwsgierig, gretig. En: gedisciplineerd.

„Wel om hard te werken. Als je iets wil bereiken moet je je best te doen – dat zeg ik ook altijd tegen mijn kinderen. Maar ik kan chaotisch zijn, ik ben slecht in archiveren. Bij elk museumbezoek maak ik wel tweehonderd foto’s. Die rubriek begon als zomerserie en ik kon niet voorzien hoe het zou groeien. Mijn archief zit grotendeels in mijn hoofd en een deel van wat ik als chaotisch ervaar, is natuurlijk ook het leuke van dat dwalende, associatieve.”

Op tv zet je Medusa vol in feministisch perspectief, tot en met badass Rihanna met slangenhaar die ‘Man Down’ zingt.

„Ja, het is absurd dat Medusa een mooie vrouw was die werd verkracht en dat zij daarvoor werd gestraft door een godin en zo afschrikwekkend lelijk werd gemaakt dat je versteende als je haar aankeek.”

Ik dacht dat Medusa pas in de twintigste eeuw een icoon van vrouwelijk empowerment werd. Maar je laat zien dat het ouder is, met een Medusa-kop van Bernini. „Hij heeft haar getourmenteerde ziel een gezicht gegeven”, zeg je.

„Ze ís ook getourmenteerd. Bernini is de enige die haar zo laat zien. Al is strikt kunsthistorisch de feministische interpretatie misschien niet te verantwoorden, maar dat is niet erg. Kunst is niet alleen voor academici. Je neemt je ervaringen mee, die vrijheid sta ik me toe. Een enorme verandering vergeleken bij toen ik studeerde. Nu vind ik kijken echt een spel.

„Spelen is de essentie, daar kom ik op uit als je vraagt wat het leven de moeite waard maakt. Als je je vermogen om te spelen verliest, verlies je veel zin in het leven. Omgekeerd benauwt angst, ontneemt het je letterlijk de lucht om te lachen, of de vrijheid een andere weg in te slaan. Spel is ‘een vrije handeling’, zei historicus Johan Huizinga. ‘Bevolen spel is geen spel.’ Het idee dat zich altijd meerdere opties kunnen openen, spelen is open-ended: dat ik, net als een kunstenaar bij het maken, kan bedenken: ik sla nu deze weg in, of juist een andere. Die openheid is waarom ik van kunst hou. Andere mensen houden om precies dezelfde reden van voetbal, denk ik.”

‘Bioom’ (2019), kunstwerk en speeltoestel van Yasser Ballemans in Amsterdam-Zuidoost, dat in de slotaflevering van Kijken op gevoel figureert. Het verbeeldt een mangrovebos met wortelstelsel, met bovenin nestkasten voor migrerende zwaluwen. Foto Merlijn Doomernik

Kunst kan niet bestaan zonder spel-regels. En het breken ervan.

„Mag iets wel, of niet? Dat is zo mooi om over na te denken. Er zijn natuurlijk generaties kunstenaars die puur volgens de regels iets hebben gemaakt, doen wat ze geleerd hebben. Maar de besten doorbreken ze, creëren een nieuw spel.”

Wat jij niet doet: kunstenaars vastpinnen in een stroming. Iemand als Pierre Bonnard een ‘late impressionist’ noemen. Schrijver en dichter K. Schippers zei eens dat Bonnard alleen zichzelf was, een zoekende kijker, die de ruimte schildert zoals die eruitziet als je er niet echt naar kijkt.

„Ik denk nu meteen aan een schilderij van Berthe Morisot in Musée d’Orsay, waarbij ze met niet meer dan een paar vegen een meisje schildert, spelend in het gras. Ik heb dat lang als screensaver gehad. Ik realiseerde me dat zij kinderen schildert zoals je ze uit je ooghoek ziet bewegen. Je houdt ze niet scherp in de gaten, maar als ze te dicht bij het water komen of zo, sla je meteen aan. Verder zijn ze een soort schim. Daar heeft K. Schippers het ook over, ruimte die je net niet ziet – te gek toch als je dat kunt vangen in verf?”

En nu nog eens in woorden.

„Ik probeer het proces van kijken te beschrijven. Je hebt er niet zoveel aan om te horen wat je moet zien. Hoe gaaf je Rembrandt moet vinden. Zelf kijken kun je alleen zelf doen.

„Ik ben zelf totaal niet opgevoed met kunst. Mijn lieve vader vond dat allemaal maar overbodig. Hij was elektrotechnisch ingenieur, een vrij behoudende man. Kunst vond hij niks, ook omdat hij niet had meegekregen dat je er wat mee kunt. Hij vond dat ik een technische studie moest doen, dan zou ik als vrouw financieel onafhankelijk worden. Dat is feministisch, al vond hij het woord ‘feminisme’ niks. Nu is hij heel trots. Mijn moeder heeft alzheimer en hij leest haar elke dag een stukje uit mijn boeken voor.

„Dat kunst nooit vanzelfsprekend was, voelde lang als een achterstand. Ik studeerde kunstgeschiedenis tussen kinderen voor wie kunst wél vanzelf sprak, die hun hele leven mee naar musea gesleept waren. Het duurde lang voor ik het gevoel had er grip op te hebben. Intussen ben ik het als voordeel gaan zien. Ik hoop zelfs dat ik kunst nóóit vanzelfsprekend ga vinden. Kunst is juist het niet-vanzelfsprekende, het toffe van het niet-weten, het kunnen ontdekken.”

Kunst is juist het toffe van het niet-weten, het ontdekken

En associëren.

„Ja! Weerzin kun je tonen door je tong uit te steken. Het begint al bij de Egyptische god Bes, die zo het kwaad buiten de deur moet houden. Een kind dat citroen eet, doet het ook, vanzelf: Bwèègggh! En dan kom ik uit bij de haka’s van de Maori en bij beelden van gapers bij apotheken. Dat is één route.

„Een andere is abjecte kunst. De weerzin die je kunt voelen als een kunstwerk iets in je openbreekt waarop je niet voorbereid bent. Zoals bij Berlinde de Bruyckere. Wij hebben een rare omgang met ons lichaam. We willen dat alles mooi en glad is, niet denken aan wat erin zit – pies, bloed, poep. Het lichaam als object van schaamte en lust en angst. Zij heeft dat doorbroken door beelden van mensen te maken die net geen mensen zijn. Daar kun je niet neutraal over zijn. Er zijn mensen die er zelfs misselijk van worden.”

Ik voelde afgrijzen bij de video van Christina Lucas, die een replica van Michelangelo’s Mozes kapotslaat. Jij noemt dat een crime passionnel.

„Dus zo diep zit jouw gevoel over het belang van het kunstenaarschap van Michelangelo. Ze heeft trouwens ontzettende moeite moeten doen om die replica te laten maken. Bedrijven wilden niet meer meewerken toen ze hoorden wat ze ermee van plan was. Haar werk gaat over kunstenaarsjaloezie, maar ook over iets patriarchaals, over de macht van een kunstenaar als vaderfiguur, waarvan je je niet kunt losmaken. En ook: een meisje probeert de aartsvader van drie religies stuk te slaan. Ik vind het mooi dat ze begint met afslaan van die horens. In de Hebreeuwse tekst van Exodus staat ‘stralen’, wat de hele middeleeuwen in het Latijn verkeerd is vertaald als ‘horens’. Waardoor je Mozes met horens tegenkomt in de kunst. Lucas herstelt dus een historische fout.”

Je hebt een paar ‘openbaringen’ beschreven, momenten van ‘awe’ – je mond valt open. Bijvoorbeeld toen je in een kerkje voor het eerst een middeleeuws schilderij zag dat het ook heel modern was.

„Je kunt het ook hebben als je je kind voor het eerst ziet kruipen, natuurlijk. Iedereen herkent dit wel: momenten van acuut bewustzijn, waarin de tijd bijna verdwijnt. Zulke verwondering wordt vaak ervaren als iets wat je ‘overkomt’, maar je moet wel bereid zijn het onbekende tegemoet te treden.

„Kunst nodigt daartoe uit. Als je de nieuwsgierigheid een beetje voedt, door naar kunst te kijken of een radio open te breken en te kijken wat erin zit… Dat is dezelfde soort ervaring, ik herken dat bij mijn zoon, die… Maar ik dwaal af. Terug naar…”

Zie je wel: discipline.

„… awe, dus. De kunst is om daar je leven lang ruimte voor te maken. Met het risico dat je wordt ontregeld, dat gevestigde ideeën onderuit worden gehaald. Kunst kan dat. Onder andere. Want het kan ook bij, zeg, moestuinieren.

Als je een beetje genereus bent, kom je al een heel eind

„Kunst is een cadeau, heeft Zadie Smith geschreven. En zoals bij elk goed cadeau: hoe minder verwachtingen, hoe beter. Wat ze erbij zei: kunst is genereus, geeft je de vrijheid iets anders te zijn in gedachten. Dat vind ik een belangrijke waarde: als je een beetje kunt relativeren, dingen een beetje grappig kunt vinden en een beetje genereus bent, kom je al een heel eind.”

Wil je mensen opvoeden?

„Totaal niet. Maar als ik schrijf over kunst ontstaat er hopelijk iets tussen mij en de lezer. Als je vraagt: heb je missiedrang – die heb ik wel. Niet om te laten zien hoe belangrijk kunst is. Memphis Depay legt het belang van voetbal voor de samenleving ook niet uit. Die zegt gewoon: ik speel, kijk maar.

Ik wil laten zien dat het mogelijk is om dingen anders te zien. Juist in deze tijd waarin iedereen wil weten: ben je links of rechts, man of vrouw, team-dit of team-dat, het is zo vernauwd. Kunst zegt: je kunt ook dáár eens kijken, of zó. Gevoelens zijn onvoorspelbare dingen. We leren al jong ze te beheersen en toch schieten ze alle kanten uit. Kunstenaars laten zien: dáár is nog een ademgaatje. Dat is vitaal in een samenleving die steeds meer wordt dichtgeplakt.”

Kijken op gevoel: vanaf woensdag 14 juli, wekelijks op NPO2, 22.05 uur.