Opinie

Het lijkt wel of ik Grand Hotel Europa voor niets heb geschreven

Toerisme De Italiaanse premier Mario Draghi wil het toerisme sterker laten terugkeren dan voor de pandemie. Hebben we dan niets geleerd?, vraagt zich af.
Toeristen in Venetië in 2018.
Toeristen in Venetië in 2018. Foto EPA

Een paar weken geleden was ik voor het eerst sinds de stilte weer in Venetië. Mij viel de eer te beurt om tijdens een besloten bijeenkomst zonder publiek op woensdag 19 mei om half tien in de ochtend de Nederlandse bijdrage aan de Architectuurbiënnale te openen. Omdat Stella’s kunstgalerie in Genua zich niet bepaald kan verheugen in de gebruikelijke aanloop, kon zij het relatief eenvoudig organiseren om mij te vergezellen. Op zondag 16 mei vertrokken wij om 7.05 uur met de Frecciarossa 9710 van Trenitalia van Genova Piazza Principe naar Venezia Santa Lucia om in de middag na de opening om 15.48 met de Frecciarossa 9744 terug te reizen. Dit gaf ons bijna vier volle dagen om het vagevuur te verkennen, want Italië bevond zich in die periode in de schimmige overgangsfase van de hel van de lockdown naar de zo vurig gewenste herovering van het paradijs van dagjesmensen en onbelemmerde consumptie.

Premier Mario Draghi van Italië had op dinsdag 4 mei tijdens een persconferentie al plechtig beloofd dat alles goed zou komen. „Als er één land is dat leeft van het toerisme”, zo zei hij, „dan is het ons land. De hele wereld wil naar ons toe komen. Helaas heeft de pandemie ons gedwongen om tijdelijk te sluiten. Maar wij zijn er opnieuw klaar voor om de wereld te ontvangen. [...] Het toerisme in Italië zal net zo sterk terugkeren als voorheen. Het zal sterker terugkeren dan voorheen. [...] De toeristensector staat centraal in ons nationale plan voor economisch herstel.”

Daarom wilde de Italiaanse regering versneld een green pass invoeren, hetgeen tot op heden nog niet helemaal is gelukt, maar de intenties waren helder. „Kortom”, zo besloot Draghi zijn persconferentie, „het moment is aangebroken om uw vakantie naar Italië te boeken. Wij verheugen ons erop om u opnieuw te mogen verwelkomen.”

Maar zover was het nog niet toen wij Venetië bezochten. Ons geheime lievelingshotel was, evenals vele andere hotels, nog niet heropend. Voor een fractie van de normale prijs konden we een suite boeken in het fameuze Carlton met uitzicht op Canal Grande. Terrassen waren schoorvoetend heropend, maar alles was nog ingewikkeld. De avondklok was nog steeds van kracht. Pas na verschillende pogingen lukte het ons om de procedure te doorgronden om de Gallerie dell’Accademia te kunnen bezoeken, waar bij de ingang onze lichaamstemperatuur werd gemeten en waar, ondanks het feit dat wij praktisch de enigen waren, strenge regels golden met betrekking tot mondkapjes, desinfectie van handen en verplichte afstand tussen de bezoekers.

De stad lag er kermend bij

En Venetië was leeg. Ik had de stad nog nooit zo gezien. Zij bestond uit weinig anders dan een overweldigende hoeveelheid historie, architectuur, rimpelloos water en plukjes verveelde inboorlingen die van hun ontbijt tot aan de avondklok weinig anders omhanden hadden dan hun Spritz. Hier en daar liep iemand over straat. In het majestueuze Carlton werd een tiental hotelgasten bediend door een gelijk aantal obers in livrei. Als we erop uit waren geweest om ons leven te verrijken met een carnavalsmasker, gekleurd glaswerk uit Murano of een miniatuurgondel, hadden we bij een willekeurige van wanhoop bijkans huilende uitbater van een souvenirwinkeltje een significante korting kunnen bedingen.

Venetië was mooi zo, natuurlijk was zij mooi. Maar het was ook tragisch om haar zo te moeten zien. De stad lag er kermend bij als een slachtoffer van misbruik dat met haar verwondingen is achtergelaten. Er waren geen dertig miljoen toeristen om ons af te leiden van het feit dat er bijna niemand meer woont. We hadden gehoopt een stad aan te treffen die haar authenticiteit tijdelijk herwonnen had, maar het werd ons in de feeërieke verlatenheid alleen maar pijnlijker duidelijk dat de stad al lang verworden is tot een decor en zonder de massa’s die komen om zichzelf in dat decor te fotograferen had de stad geen nut. Venetië was zinloos. Zij lag er met al haar breekbare pracht bij als een openluchtmuseum op een onbereikbaar verre planeet of als de ruïnes van Atlantis, die een onvergetelijke attractie zouden vormen als we ze al hadden ontdekt.

En de toeristen zullen komen, want ze moeten uitrusten van anderhalf jaar stilzitten in huis

De Nederlandse inzending voor de Architectuurbiënnale thematiseert de lotsverbondenheid van Venetië met het massatoerisme. De architecturale installatie City to Dust, die Studio LA op uitnodiging van curator Hashim Sarkis voor deze zeventiende Biënnale heeft ontworpen, bestaat uit een vloer van grote terrazzotegels die de plattegrond van Venetië verbeeldt en die door bezoekers betreden wordt. De vloer is zo ontworpen dat iedere stap van elke bezoeker de potentie heeft om breuklijnen in de tegels te veroorzaken. Elke stap is voor iedere bezoeker een lijfelijke confrontatie met zijn of haar potentieel schadelijke impact op de omgeving waar hij of zij tijdelijk te gast is. Gedurende de Biënnale zal de vloer steeds verder breken en afbrokkelen. De invloed van de individuele bezoeker lijkt gering, maar in de loop van de tijd wordt zichtbaar hoe de collectieve kracht van alle bezoekers samen de stad vermorzelt. De barsten in de vloer waarop de stad staat afgebeeld, vormen een soort craquelé zoals op een oud olieverfschilderij, dat op een suggestieve manier zichtbaar maakt dat er van de stad weinig meer over is dan haar verleden. Ik begreep wel dat ze mij hadden uitgenodigd om de installatie te openen en plechtig en eerbiedig de eerste barsten in de tegels te trappen, want ik kan mij geen betere manier voorstellen waarop de ruim vijfhonderd pagina’s van mijn roman Grand Hotel Europa op 132 vierkante meter kunnen worden samengevat.

Ik beschouw het als een schrale troost, want het lijkt wel of ik Grand Hotel Europa voor niets heb geschreven. We zouden toch moeten hopen dat het anderhalve jaar stilstand waartoe het virus ons heeft genoopt, benut is voor reflectie. De lockdown heeft ons de gelegenheid geboden om er uitgebreid over na te denken of we werkelijk alles zo snel mogelijk precies zo in ere willen herstellen zoals het was voordat de pandemie ons overviel of dat er misschien bepaalde facetten van ons oude leven zijn die we beter definitief achter ons zouden laten, zoals bijvoorbeeld het massatoerisme.

Het verlaten Venetië dat ik in mei heb mogen zien, toont de ambiguïteit van de kwestie. Venetië is minstens een eeuw niet zo mooi geweest als ze was zonder toeristen, maar tegelijkertijd heeft Venetië zonder toeristen geen schijn van kans om te overleven. De lotsbestemming van het massatoerisme, waaraan de stad zich wanhopig, volledig en onomkeerbaar heeft uitgeleverd, is de dood van Venetië, omdat de toeristen haar ziel vertrappen, maar tegelijkertijd is zij zonder toeristen ten dode opgeschreven, omdat alles wat haar ooit tot een bloeiende, levende, adembenemende en echte stad maakte, is opgeofferd aan de toeristische monocultuur.

Cruiseschepen

Dit alles toont aan dat weldoordacht beleid onontbeerlijk is. Helaas is er in Italië geen spoor van een dergelijke reflectie op het toerisme. De beleidsmakers en politici hebben in de afgelopen maanden geen enkele andere visie ontwikkeld dan vol in te zetten op een overhaast en volledig herstel van het goede oude massatoerisme van vóór de pandemie. Toerisme moet en zal sterker terugkomen dan voorheen. Het gebrek aan fantasie is stuitend.

En zo geschiedde. Met enige vertraging is de belofte van Draghi alsnog bewaarheid. Ondanks de belofte van de regering dat de cruiseschepen niet langer zouden aanmeren in de lagune van Venetië, hebben de eerste cruiseschepen alweer precies daar aangemeerd. Ze houden hun aankomst- en vertrektijden geheim in een poging te voorkomen dat hun arme, overgevoelige passagiers worden geconfronteerd met de protesten. Italianen krijgen een bonus om in eigen land op vakantie te gaan. Stella en ik kunnen deze zomer niet naar het strand, want alle stranden van Ligurië zijn al voor de hele zomer volgeboekt. En de gemeente Genua organiseert een duizelingwekkende estafette van onvergetelijke zomerevenementen, waaronder een openluchttheater onder ons huis, om nog meer toeristen te trekken. Het is in Italië een cliché om Il Gattopardo van Giuseppe Tomasi di Lampedusa te citeren en te zeggen dat alles moet veranderen als we willen dat alles blijft zoals het is en het is in dit geval niet eens van toepassing. Hier wordt, na even te hebben stilgestaan, extra hard gas gegeven op een doodlopende weg.

De Guardia di Finanza (de Italiaanse FIOD) en het Openbaar Ministerie van Genua hebben bewijs verzameld voor het feit dat onze Nederlandse trots Booking.com door misbruik te maken van het mechanisme van ‘reverse charge’ alleen al in Italië voor honderden miljoenen en waarschijnlijk voor miljarden aan belasting heeft ontdoken en nog steeds wordt het blinde geloof gehuldigd dat toerisme de publieke zaak ten goede komt.

Ouderwets genieten

En Nederland? Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de kleurcode voor Italië op 10 juni jongstleden veranderd van oranje naar geel. Ik vind het nogal lachwekkend dat de Nederlandse autoriteiten besluiten dat Italië veilig is, terwijl er op die dag nog steeds bijna drie keer zoveel besmettingen in Nederland voorkomen als in Italië (in Nederland gemiddeld 1.729 per dag op weekbasis op een bevolking van 17 miljoen en in Italië 2.101 op een bevolking van 60 miljoen) en Nederlanders zelf het gevaar vormen, maar daar gaat Italië niet moeilijk over doen, dus niets staat het ouderwetse genieten op dat ene pleintje in de weg. En ze zullen komen, want ze moeten ontzettend uitrusten van anderhalf jaar stilzitten in huis en de zomervakantie is heilig. Over een paar weken zal het net zijn alsof er nooit een pandemie heeft plaatsgevonden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.