Diego Franssens

Een monument voor Vaderdag

Tien jaar zit Herman thuis. De scheurkalender in de keuken toont de datum waarop alles tot stilstand kwam. 21 oktober 2011, de dag dat zijn vrouw plots overleed. Zeven maanden daarna werd hij hard aangereden – de bestuurder reed door en werd nooit gevonden.

Hermans day-to-day balanceert op het koord tussen pragmatisme en zuinigheid. Een spiegel die een houder behoeft, plaatst hij in de broodrooster, een portret van zijn overleden vrouw vindt zijn bestemming in een koffiemolen. Herman gebruikt geen wasmiddel, maar raspt schilfers van repen Sunlight-zeep met een kaasschaaf. Als volwaardige maaltijd eet hij perziken uit blik – „het beste eten dat er is” – uit een grote witte kom. Daarna drinkt hij het sap op.

„Mijn vader is gevoelsmatig geïmplodeerd”, zegt de Vlaamse fotograaf Diego Franssens. „Hij besloot thuis te blijven, in zijn eigen huis en tuin. Onmacht is het. Hij is niet meer zo mobiel sinds het ongeluk maar het verdriet is de shock waar hij niet uitkomt. Dus kwam ik hem steeds meer opzoeken. Er gebeurden de vreemdste dingen. Die ben ik gaan fotograferen.”

De camera werkte drempelverlagend – als excuus om dichtbij te komen, intiem te worden. Na vier jaar kwam Franssens erachter dat hij met een boek bezig was. En aankomende zaterdag start de tentoonstelling, Herman, in Museum Dr. Guislain, gevestigd in een oud psychiatrisch ziekenhuis in Gent. Voor Vaderdag geven de meesten zonen hun vaders de verplichte stropdas, of een stuk karton beplakt met macaroni. Franssens maakte voor zijn vader een monument.

„Ik heb hem het boek gegeven, en hij heeft daar wel twintig seconden ingekeken. Toen legde hij het weg. Het is zeer confronterend voor hem. Maar ik denk dat toen ik het huis verliet, hij het toch bestudeerd zal hebben. Ik hoop dat hij eens komt kijken naar de tentoonstelling, maar dat verwacht ik niet, hij leeft als een kluizenaar.”

Herman is nu 82 en de ketenen van zijn sterfelijkheid beginnen te trekken. „We spreken veel over de dood”, zegt zijn zoon. Hij heeft een bloembak in de tuin. Ik heb hem voorgesteld dat we hem daarin begraven. Dat vond hij een geweldig idee.”

Diego Franssens
Diego Franssens
Diego Franssens
Diego Franssens
Diego Franssens

Diego Franssens

Diego Franssens

Diego Franssens

Diego Franssens

Diego Franssens

Diego Franssens

Diego Franssens

Diego Franssens