Reportage

Castrolanda: Hollands welvaren in hartje Brazilië

Landbouw In Brazilië streken begin jaren vijftig Nederlandse boeren neer, die nu met hun coöperatie Castrolanda melk, soja en vlees exporteren. Ze zijn groot fan van de ultrarechtse president Bolsonaro. „Hij lijkt wel een beetje op ons.”

De molen van Castrolanda, Brazilië, werd in 2001 gebouwd om 50 jaar Nederlandse migratie te gedenken.
De molen van Castrolanda, Brazilië, werd in 2001 gebouwd om 50 jaar Nederlandse migratie te gedenken. Foto Daniel Caron

Koob Petter (68) kan zich de juf van de lagere school in Staphorst nog herinneren. En het fietsen. Vanaf de boerderij in Rouveen naar school. Iedere dag, langs uitgestrekte weilanden, drie kilometer heen, drie kilometer terug. „Zeven jaar oud was ik toen we vertrokken. We gingen met de boot naar een ver land, vertelden mijn ouders. En de koeien mochten mee.”

Het is een zangerig soort Nederlands dat Koob Petter spreekt – een lange magere man in een geruite wollen spencer. In zijn ritmische Braziliaans-Portugees hoor je de Overijsselse tongval duidelijk terug. „Wij hebben altijd Nederlands gesproken met onze ouders. Maar mijn kinderen spreken het nauwelijks”, zegt hij met spijt in zijn stem.

In de woonkamer van zijn zus Geertje Salomons-Petter tikt een authentieke koekoeksklok, maar de tijd is hier stil blijven staan. Voor de ramen hangen wit gehaakte gordijntjes. In de tuin staan viooltjes. Bij een houtkachel pronkt glanzend koperwerk, ervoor staan vier paar klompen keurig op een rij. „Ik probeer de sfeer van de jaren vijftig te behouden, toen onze ouders naar Brazilië kwamen”, zegt Geertje (66). In de keuken snijdt ze plakken koek terwijl verse koffie door een papieren filter druppelt.

Geertje en Koob behoren tot de eerste generatie van vijftig Nederlandse boerenfamilies die tussen 1951 en 1954 vanaf het platteland van Drenthe, Overijssel, Friesland en Groningen naar het zuiden van Brazilië vertrokken. Pioniers die de naoorlogse armoede in Nederland wilden ontvluchten. Met speciale steunprogramma’s voor landen als Australië, Canada en het destijds onbekende Brazilië, stimuleerde de Nederlandse regering de boerenmigratie.

De families kochten vijfduizend hectare goedkope grond in de zuidelijke deelstaat Paraná in de gemeente Castro, bouwden er huizen, een kerk en boerderijen en stichtten landbouwcoöperatie Castrolanda: een samentrekking van Castro en Holanda. Nu, zeventig jaar later is de Cooperativa Castrolanda verantwoordelijk voor een omvangrijk deel van de nationale melkproductie. De Nederlandse boeren in het gebied hebben een goede naam opgebouwd met grote zuivelmerken zoals Colônia Holandesa (met molenlogo), het merk Batavo (inmiddels verkocht) en Frisia. Voor de internationale markt levert Castrolanda volop soja, maïs, granen, aardappelen en varkensvlees.

Elke zaterdag horlepiep

Hoewel de meerderheid van de inmiddels 3.600 werknemers van de coöperatie Braziliaans is, blijft de invloed van de Nederlandse boerenmigranten in Castrolanda zichtbaar. Alleen al door de enorme molen midden in het dorp. „Die hebben we laten bouwen in 2001, toen we het vijftigjarig jubileum van onze migratie vierden”, zegt Rafael Rabbers (46) terwijl hij een steile trap in de molen beklimt.

Rabbers, zoon van boeren uit Drenthe, behoort tot de eerste generatie die in Brazilië is geboren. „Ik voel me vooral Braziliaan maar heb wel alle Nederlandse gewoontes en verhalen meegekregen, en daar ben ik trots op.” Hij runt het dorpsmuseum en het cultureel centrum dat is gevestigd in de molen. „Ik ben de enige molenaar in het dorp. In het weekend en bij speciale gelegenheden draai ik de molen. En iedere zaterdag hebben we repetities van het boerenkoor en van de horlepiep, een traditionele klompendans. Mensen uit Nederland zijn verbaasd als ze hier komen. Daar zie je deze folklore vooral in plaatsen als Volendam, voor de toeristen, maar hier beleven we het echt. Het is voor ons een houvast, een stuk identiteit.”

Werknemer op de boerderij van Jan Salomons en zijn zoon Robert met vierhonderd melkkoeien. Foto Daniel Caron
Dorpsmolenaar Rafael Rabbers op zijn molen uit 2001. In de verte de silo’s van de coöperatie. Foto Daniel Caron
Foto’s Daniel Caron

In de nok van de molen glijdt een zachte wind langs de wieken. Palmbomen bewegen sierlijk mee. Tussen de oud-Hollandse huisjes van baksteen met groen-witte houten luiken, verrijst in de verte de coöperatie: een bolwerk van grote silo’s voor de massaproductie van onder meer soja, maïs en tarwe, en een fabriek waar zo’n 1,5 miljoen liter melk per dag wordt verwerkt.

Willem Berend Bouwman, zoon van Nederlandse migranten en president van de landbouwcoöperatie, loopt langs een royaal uitgestald Delfts blauw servies door de gang naar zijn kantoor. Braziliaanse baliemedewerkers zijn druk aan het telefoneren. Van de zeven bestuursleden van de coöperatie zijn er nog vier van Nederlandse komaf, maar de coöperatie is vrijwel volledig Braziliaans. „Ik spreek nu Nederlands met jou maar normaliter spreek ik vrijwel de hele dag Portugees”, zegt Bouwman.

Hij is opgewekt, de zaken gaan goed. De Braziliaanse media berichtten vorige week dat de economie in het door corona zwaar getroffen Brazilië (bijna een half miljoen Covid-doden) langzaam opkrabbelt. Dat is mede te danken aan de groei van de agrarische sector, onder meer door de export van soja naar China en de productie van vleesproducten waar Castrolanda deels op drijft. De Braziliaanse economie zou met de huidige groei van bijna 1,5 procent weer terug zijn op het niveau van voor de pandemie.

Castrolanda is ook getroffen door de coronacrisis en de boeren zijn het niet altijd eens met het lakse coronabeleid van de ultrarechtse president Bolsonaro. Toch kunnen ze zich als behoudende christenen wel vinden in zijn conservatieve ideologie. „Wij zijn blij met deze president”, zegt Willem Bouwman. „Hij schept orde in ons land. Voor ons landbouwers is deze regering goed. Er is meer economische vrijheid dan onder de vorige, linkse regering, wij kunnen volop produceren. Bolsonaro heeft een stel goede technische ministers, vooral op Economische Zaken en Landbouw.”

Handelsverdrag met EU wankelt

De tevredenheid over Bolsonaro valt vrijwel overal in deze Nederlandse landbouwkolonie te beluisteren. Volgens de boeren, die massaal op hem hebben gestemd, brengt hij na jaren corruptie onder de arbeiderspartij van oud-president Luiz ‘Lula’ da Silva, de ‘moraal’ terug in Brazilië. Kritiek op hem hoor je nauwelijks.

„Bolsonaro komt misschien wat grof over en zegt niet alles even tactvol”, zegt Koob Petter terwijl hij met zus Geertje het dorp achter zich laat en een smalle landweg inslaat naar de boerderij van zijn zwager. „Eigenlijk lijkt hij daarin wel een beetje op ons, nazaten van Nederlanders. Wij hebben ook de mentaliteit van recht voor z’n raap.” Zijn zus Geertje knikt. „Bij Nederlanders is het of ja of nee. We houden het kort maar krachtig en we maken het niet mooier dan het is. Veel Brazilianen doen dat wel maar Bolsonaro niet, voor hier is dat nieuw.”

Boerderij Chácara Recanto Alegre.Foto Daniel Caron

De boeren maken zich wel zorgen over het imago van Bolsonaro in Europa. Zijn pleidooi voor het openstellen van de Amazone voor economische ontwikkeling kan Brazilië economische schade opleveren, realiseren ze zich. Steeds meer supermarkten in Europa dreigen Braziliaanse producten te boycotten als de natuur niet beter beschermd wordt. Het grootste handelsakkoord ter wereld, de deal tussen het Zuid-Amerikaanse landenblok Mercosur en de Europese Unie die in 2019 werd gesloten, wankelt. Hoewel er twintig jaar is onderhandeld voordat de deal werd getekend, moet het Europees Parlement het nog goedkeuren. Steeds meer Europese landen weigeren het akkoord te ratificeren. Ze willen strengere naleving van de milieuregels door Brazilië. Bolsonaro’s retoriek heeft de deur in Europa verder dichtgedaan.

„We leven in Brazilië, dit is ons land en dit land moet vooruit”, zegt Jan Salomons, de 71-jarige echtgenoot van Geertje. Hij kwam als peuter met zijn ouders naar Brazilië en heeft nu samen met zijn zoon Robert een boerderij met vierhonderd Hollandse melkkoeien. De kritiek uit Europa zou hij het liefst aan zich voorbij laten gaan, zegt hij. „Maar”, valt Koob zijn zwager in de rede, „ook al zijn we het er niet mee eens, en stemmen we bij de volgende verkiezingen weer op Bolsonaro, we kunnen niet denken: ‘Ach, laat ze in Europa maar praten.’ Want stel dat we straks niet meer kunnen exporteren omdat vlees uit Brazilië geboycot wordt, wat dan?” Verderop heeft Koob een grote boerderij met een veestapel voor de slacht. „We volgen de geluiden van de internationale markt en we zullen ons ergens moeten aanpassen, maar we maken ons nog niet al te druk.”

Voor coöperatiepresident Willem Bouwman heeft de druk vanuit Europa, de dreigende boycot van de supermarkten en de harde opstelling rondom het vrijhandelsakkoord, iets hypocriets. „Het is oneerlijk. Voor ons boeren gelden in Brazilië strenge regels. Zo moeten we 25 procent van onze landbouwgrond behouden voor natuur, daar mogen we niets op verbouwen. Ook mogen we niet dicht bij de rivier aan akkerbouw doen. Europa heeft de eigen natuur en bossen allang vernietigd ten behoeve van industrie – wil Europa nu ons de les lezen? De branden in de Amazone zijn vreselijk, daar zijn wij ook tegen, maar de Amazone is groot. Je kunt het bos beschermen en daarnaast in een deel produceren.”

Het huis van Geertje Salomons-Petter is volledig ingericht in Nederlandse jaren 50-stijl. Foto Daniel Caron
Interieur van een keuken van Nederlandse immigranten in het museum van Castrolanda. Foto Daniel Caron
Foto’s Daniel Caron

Volgens Bouwman ligt vooral de Franse president Macron dwars omdat hij onder druk staat van zijn eigen boeren. Die zouden bang zijn voor Braziliaanse concurrentie. „Wij kunnen immers veel goedkoper produceren en vooral veel meer. We zullen eruit moeten komen en een evenwicht moeten vinden met de EU, want de deal is nodig. De wereld heeft voedsel nodig en wij hebben hier alle ruimte en klimatologische voordelen om veel te produceren.”

Molenaar gezocht

In de molen van Castrolanda gaat Rafael Rabbers achter een antiek draaiorgel staan en begint te spelen. Normaliter bespeelt hij het draaiorgel op Koningsdag, met Sinterklaas en met Sint-Maarten, feesten die hier groots gevierd worden. Hij maakt zich zorgen over de toekomst van de molen. Als hij er niet meer is, is er niemand die het kan overnemen. Bij de Castrolanda-kinderen uit gemengde Braziliaans-Nederlandse huwelijken merkt hij weinig interesse.

Vorig jaar zou Rabbers naar Nederland gaan, zijn tweede bezoek sinds zijn twaalfde, om daar de internationale molenconferentie bij te wonen. „Het is door Covid-19 toen niet doorgegaan en nu wordt de conferentie online gehouden. Ik wil mijn zorgen delen. Misschien hebben andere deelnemers goede ideeën over hoe ik de volgende generaties kan prikkelen voor dit stukje cultuur.”