Recensie

Recensie

200 jaar schatten verzamelen

Tentoonstelling Vijf vinken die Darwin meenam van de Galapagoseilanden liggen netjes op een rij.

Uit kunsthistorische musea is het allang bekend: het Stendhal-syndroom, waarbij een bezoeker zó bevangen is door de schoonheid van een schilderij of beeldhouwwerk dat hij of er zij er licht van wordt in het hoofd. Dat je ook in een natuurhistorisch museum iets dergelijks kunt doormaken, bewijst Van onschatbare waarde in Naturalis. Een jubileum-expositie, ter ere van het tweehonderdjarig bestaan van het Leidse natuurhistorisch museum (dat in 1998 de huidige naam kreeg). Daarbij zijn vijfentwintig topstukken uit de collectie te zien – sommige, zoals het oudste herbarium ter wereld, En Tibi, werden nog niet eerder vertoond.

En dat maakt indruk. Veilig achter glas, in een donkere ruimte, zijn de schatten te bewonderen. Een oud apothekerskabinet met ‘meermin-ribbe’. Een reuzenalk, een olifantsvogelei, een stuk huid van een reuzengrondluiaard, een imposant dodoskelet... En als klap op de vuurpijl vijf vinken die Darwin meenam vanaf de Galapagoseilanden tijdens zijn reis met de Beagle, van 1831 tot 1835. Die ‘Darwin-vinken’ (hij verzamelde er 31 in totaal; het merendeel bevindt zich in Londen) inspireerden hem uiteindelijk tot de evolutietheorie. Netjes liggen de vinken op een rij. De ene wat forser, de andere wat gevlekter, en met afwijkende snavelvorm.

Mondjesmaat mogen er bezoekers binnen (na tijdslotreservering), en dat versterkt de bijzondere ervaring. Wat een voorrecht om zo’n ‘privébezoek’ te mogen brengen aan de Diepenveenmeteoriet, en aan de állerlaatste quagga ter wereld. Op 12 augustus 1883 blies een vrouwtjesquagga in Artis haar laatste adem uit, en daarmee was deze roodbruin-wit gestreepte ondersoort van de zebra uitgestorven (in het wild kwam de quagga toen al vijf jaar niet meer voor). De merrie werd opgezet en belandde uiteindelijk in de collectie van Naturalis.

Na afloop zie je buiten de zaal foto’s en filmpjes van BN’ers met hún favoriete museumstuk. Dat doet wat afbreuk aan de intieme beleving, maar het is best leuk om het loflied van tatoeëerder Henk Schiffmacher op de dodo te horen („mijn kinderdromen gingen vaak over botten”).