Zo sms’t premier Rutte: ‘te gek!!’

Openbaarheid Voor het eerst zijn sms’jes van premier Mark Rutte (VVD) openbaar gemaakt. Ze zijn kort, opgewekt en de afzender wil niks missen.

Demissionair premier Mark Rutte (VVD) vorige week na afloop van een gesprek met informateur Mariëtte Hamer.
Demissionair premier Mark Rutte (VVD) vorige week na afloop van een gesprek met informateur Mariëtte Hamer. Foto Bart Maat/ANP

Wie de sms’jes van de premier leest, ontdekt wat zijn naaste medewerkers en vrienden al heel lang over Rutte weten: dat hij graag de controle houdt, dus liever helemaal niets overlaat aan het toeval.

Het ministerie van Algemene Zaken heeft donderdag sms’jes van demissionair premier Mark Rutte (VVD) openbaar gemaakt na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB). Daarmee zijn voor het eerst sinds de uitspraak van de Raad van State in maart 2019, die oordeelde dat sms-berichten ook onder de WOB vallen, telefoonberichten van de premier publiekelijk in te zien. De sms’jes werden opgevraagd door de Volkskrant, van Rutte is bekend dat hij veel via sms communiceert.

„Maak ajb strakke q en a”, komt een paar keer terug in de vrijgegeven stukken: Rutte wil weten wat de vragen kunnen zijn over een ontwikkeling, en wat er dan het beste geantwoord kan worden. Hij wil ook overduidelijk niets missen, ook over nieuwsberichten van media als Omroep West. Dat de strandtenten in Den Haag opengaan, wil hij weten hoe het zit.

Wat ook opvalt: de berichten van Rutte zijn bijna altijd kort en lezen vaak als een uitroep, door zijn uitbundige gebruik van uitroeptekens. „Zeker!!” of „Eens!!” Je ziet in de korte teksten ook de bijna altijd opgewekte premier die heel veel geweldig lijkt te vinden: „Te gek!” en „super!!”, of „top!!”

Het sms-verkeer van de premier dat is vrijgegeven betreft onder meer de berichtjes die Rutte begin maart vorig jaar, vlak voor het uitbreken van de coronapandemie in Nederland, naar ambtenaren en bewindspersonen van de ministeries van Volksgezondheid, Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid stuurde. Zo stuurde hij onder anderen minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) de contactgegevens van iemand die „grote voorraden” mondkapjes kon leveren (pdf).

Grapperhaus en minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) kregen ook het artikel The Hammer and the Dance van Tomas Pueyo doorgestuurd waarin werd gepleit voor het volledig neerslaan van de pandemie middels een harde lockdown. Rutte vroeg De Jonge of hij het artikel, dat destijds veel aandacht trok, wilde „valideren”, zo mogelijk „eerst buiten het RIVM om?”

Waarom de premier niet wilde wachten op een reactie van de experts van het RIVM, is onduidelijk. Opmerkelijk is dat dit sms’je enkele dagen na een toespraak van de premier werd verstuurd waarin hij stelde dat de adviezen van RIVM-experts leidend zouden zijn bij de aanpak van de pandemie.

Uitlezen telefoons

Wanneer ambtenaren en bewindspersonen appjes of sms’jes moeten overhandigen voor een aanvraag via de WOB, wordt hun telefoon met speciale apparatuur uitgelezen. Sms- en appberichten worden, in tegenstelling tot e-mails, niet automatisch op servers van de ministeries bewaard en kunnen daarom gemakkelijker verwijderd of aangepast worden. Na het uitlezen van de telefoons staan de berichten wel op servers. Het verwijderen van werkcorrespondentie van ambtenaren en bewindspersonen is niet toegestaan.

Rutte kwam de afgelopen tijd onder vuur te liggen voor het cultiveren van een gesloten bestuurscultuur en het tegenwerken van transparantie over regeringsbeleid. De term ‘Rutte-doctrine’ werd gemunt in de nasleep van de Toeslagenaffaire en slaat op het beleid om zo min mogelijk informatie over besluitvorming van kabinetten met de buitenwereld, ook de Tweede Kamer, te delen.

De toon en inhoud van de sms’jes van Rutte staan in schril contrast met berichten van de Britse premier Boris Johnson die in het Verenigd Koninkrijk gelekt zijn door Dominic Cummings, de voormalig adviseur van de premier. Daarin was bijvoorbeeld te lezen dat Johnson een plan van zijn minister van Volksgezondheid Matt Hancock „totally fucking hopeless” noemde.