Door aardbevingen beschadigde woning in Slochteren. Het Staatstoezicht op de Mijnen wil dat onveilige huizen in de Groningen sneller worden versterkt.

Foto Sander Koning/HH/ANP

Interview

Inspecteur-generaal: ‘Groningen krijgt niet de urgentie die het verdient’

Versterken woningen Inspecteur-generaal Theodor Kockelkoren van het Staatstoezicht op de Mijnen ziet te weinig urgentie in de versterking van onveilige huizen in de gaswinningsgebieden. De problemen in Groningen tonen volgens hem aan dat toezichthouders meer tegenkracht moeten bieden tegen Den Haag.

Theodor Kockelkoren (52) was begin 2018 nog maar net een week aangesteld als inspecteur-generaal van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) toen Groningen werd getroffen door de zware beving bij Zeerijp.

Als onafhankelijke toezichthouder kondigde hij direct ‘code rood’ af in het gebied: de veiligheid van Groningers moest in zijn ogen centraal staan, en niet de leveringszekerheid van het gas.

De beving in Zeerijp bleek achteraf een keerpunt te zijn. Oud-minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) besloot de gaskraan in maart 2018 helemaal dicht te draaien.

Nog steeds steekt Kockelkoren veel tijd in Groningen. In juli verschijnt een voortgangsrapportage over de problemen in het gebied. Het Staatstoezicht op de Mijnen blijft met waarschuwingen komen en adviseerde het kabinet al tot tweemaal toe om Groningen aan te pakken als een crisis.

„Ik zou graag willen dat ik minder tijd aan Groningen kwijt was, want dat zou betekenen dat het beter zou gaan. Maar dat is niet zo”, verzucht Kockelkoren vanaf zijn keukentafel in Abcoude. „We missen echt de urgentie.”

Theodor Kockelkoren Foto Merlijn Doomernik

De gaskraan gaat dicht en de kans op zware aardbevingen neemt af. Waarom gaat het dan nog niet goed in Groningen?

„Natuurlijk stopt de gaswinning, maar de aardbevingen gaan door. Ze worden wel minder, maar ze zijn er nog wel. Daardoor blijven mensen in onzekerheid zitten. De versterking van onveilige huizen moet veel sneller gaan, maar de overheid levert onvoldoende.

„We zien dat veel Groningers al jaren wachten op een veilig huis. Een deel van de mensen heeft daardoor langjarige stress. Van het wachten worden ze letterlijk ziek. Ze zijn radeloos, omdat ze niet weten wat ze moeten doen en hebben voor hun gevoel ook totaal geen handelingsperspectief.”

Jullie hebben tweemaal het kabinet geadviseerd de Groningse zaak aan te pakken als een crisis. Maar dat bleek tevergeefs. Wordt er te weinig naar jullie geluisterd?

„De eerste keer dat we een crisisaanpak adviseerden in 2019 nam de Tweede Kamer een kamerbrede motie aan om onze adviezen over te nemen. Daar kwam een versnellingsaanpak uit voor de versterking van huizen, maar die heeft onvoldoende effect gehad. Daarom hebben we nogmaals een crisisaanpak geadviseerd in 2020. Ook daarover kwamen moties, maar die hebben het niet gehaald.

„Ik kan de Tweede Kamer natuurlijk niet overrulen: dan zouden we in een toezichtsdictatuur belanden. Maar het is erg frustrerend. Groningen is een nationale crisis en we zien niet de urgentie die je bij een crisis verwacht.”

In Noord-Groningen moeten mogelijk zo’n 26.000 huizen worden versterkt, zodat mensen bij een zware beving veilig hun huis kunnen verlaten.

Die versterkingsoperatie loopt tot nog toe zeer stroef. Elk afzonderlijk huis moet worden geïnspecteerd, beoordeeld en uiteindelijk versterkt – een proces van vele jaren. Tot nu toe zijn pas zo’n 2.000 huizen daadwerkelijk versterkt. De helft van de 26.000 huizen heeft nog geen eerste inspectie gehad.

Door aardbevingen beschadigde woning in Slochteren. Het Staatstoezicht op de Mijnen wil dat onveilige huizen in de Groningen sneller worden versterkt.

Foto Sander Koning/HH/ANP

Vorig jaar waarschuwde het SodM dat als de versterking in dit tempo doorgaat, de hele operatie nog twintig jaar gaat duren. Is er sindsdien iets verbeterd?

„Er wordt wel hard gewerkt en er is vooruitgang, maar als we vooruitkijken, duurt het met dit huidige tempo nog steeds zo’n 20 jaar. Dat kan niet. Deze opgave moet binnen zes tot zeven jaar gerealiseerd zijn.”

In 2028 moet de versterkingsoperatie klaar zijn?

„Dat moet haalbaar zijn. De overheid krijgt het aan Groningers niet uitgelegd dat dit langer gaat duren. In 2015 is er gesproken over de noodzaak van de versterking en gezegd dat het in vijf à zeven jaar gerealiseerd zou zijn. Dan waren we nu klaar geweest. Terwijl we nu nog aan de start staan.”

Is het wel mogelijk om al die 26.000 huizen in zeven jaar te inspecteren, beoordelen en versterken?

„Je moet het omdraaien. Zeven jaar is de opgave en van daaruit moet er gekeken worden naar wat er nodig om is om deze opgave te realiseren.”

Wat is er voor nodig?

„Nu praten twee ministeries, de uitvoeringsorganisatie Nationaal Coördinator Groningen (NCG), zeven aardbevingsgemeenten en de provincie over de versterkingsoperatie. Dat leidt tot consensusbeleid.

Maar een crisis moet je aanpakken als een crisis, dus zou één partij het mandaat moeten krijgen. De Nationaal Coördinator is hiervoor jaren geleden in het leven geroepen. Maar die dreigt in het ergste geval een pingpongballetje tussen provincie, gemeenten en ministeries te worden. De NCG moet het mandaat krijgen voor de versterkingsoperatie met daarbij alle wettelijke en financiële middelen.”

Lees ook:NAM-baas Johan Atema: ‘Wij kunnen niet alles betalen wat de overheid belooft’

Waarom ontbreekt dat gevoel van urgentie?

„Er wordt altijd ingegrepen bij acuut gevaar, zoals een gasexplosie in een woonwijk, of een dijkdoorbraak. Maar in Groningen is dat acute gevaar lastiger te zien. Het lange wachten en de onzekerheid voor mensen leiden tot gezondheidsschade en stress, maar dat speelt zich vooral af achter de voordeuren van de huishoudens.

„Daarom gaat het SodM ook vaak naar Groningen. Dan eten we Groninger koek en drinken we koffie aan de keukentafels. Die gesprekken met de bewoners zijn indringend en drukken onze neuzen op de feiten. Je kunt heel makkelijk vanuit Den Haag denken dat de gaskraan bijna dicht is, de aardbevingen afnemen en daarmee de problemen verholpen zijn. Maar dat miskent de Groningse situatie.”

Haagse ambtenaren, politici en bestuurders praten te weinig met Groningers?

„Mijn indruk is dat ze dat vaker zouden mogen doen.”

Het SodM is de hoeder van mens en milieu wat betreft de Nederlandse ondergrond. Naast de Groningse gaswinning houdt het zich bezig met geothermie, windenergie op zee en zoutwinning. De komende jaren komen daar grote uitdagingen bij zoals het ondergronds opslaan van CO2.

Maar Kockelkoren ziet dat bewoners, organisaties en gemeenten steeds meer demonstreren tegen alle boor- en winningsplannen in hun nabije ondergrond. „Daar zijn de slechte ervaringen met de Groningse gaswinning debet aan”, zegt Kockelkoren.

De deskundigheid van de deskundige wordt steeds meer betwijfeld?

„Jazeker, dat is een wereld van verschil met twintig jaar geleden. De kennis van de ondergrond is per definitie beperkt omdat we niet precies kunnen waarnemen wat daar gebeurt. In de kennis waarmee we werken zit vaak onzekerheid, waarover zorgen ontstaan.

„Van Groningen hebben we geleerd dat we kritischer moeten zijn op kennis en rapporten. In het verleden is er iets te gemakkelijk gedacht over technische onzekerheden. Lange tijd dacht men dat het wel goed zou gaan omdat het nooit fout was gegaan. Daar zijn we nu veel kritischer op.

„Bovendien kijken we bij nieuwe projecten niet alleen naar de vergunnings- en winningsfase, maar ook naar de sluitingsfase. Wat doe je met een geothermieput na 20 jaar? Wat doe je met een ondergrondse zoutcaverne als die opslag niet meer nodig is? Daar moet van tevoren al over worden nagedacht.”

Maar hoe sterk is de positie van de toezichthouder daarin? Naar de adviezen van het SodM over Groningen wordt niet altijd even goed geluisterd.

„Naar aanleiding van Groningen en de Toeslagenaffaire moet er anders naar inspectiediensten worden gekeken. Niet alle zestien verschillende inspectiediensten zijn volgens de wet onafhankelijk. Het SodM pas sinds 2017. Die wettelijke onafhankelijkheid is wél belangrijk voor onze geloofwaardigheid richting de bewoners, maar ook richting Den Haag.

„Het komt voor dat beleidsambtenaren zeggen dat een bepaalde inspectiedienst iets niet moet gaan doen, of dat een rapport op een onhandig tijdstip komt. Iedereen mag ergens iets van vinden, maar het risico dreigt dat die invloed te groot wordt en dat daarnaar wordt gehandeld.”

Wat kunnen de inspectiediensten leren van Groningen en de Toeslagenaffaire?

„Toezichthouders kijken kritisch naar de regels en de naleving ervan. Maar we moeten ook alert zijn op het publieke belang. Realiseren de regels wat ermee wordt beoogd? In Groningen en met de Toeslagenaffaire zie je veel regels en protocollen, maar het publieke belang wordt er onvoldoende mee gerealiseerd.

„Een toezichthouder is meer dan alleen een handhaver. De inspecties zijn ook een tegenkracht. Een partij die tegen de wetgever en regering kan zeggen: even pas op de plaats, want dit beleid leidt niet tot waarvoor het bedoeld is. Dat is nog belangrijker dan da de regeltjes precies worden nageleefd. Al vergt dat een verandering in denken voor inspecties.”

Lees ook de reconstructie naar de vastgelopen versterking: Ondanks Haagse beloftes wil versterking van Groningse huizen niet vlotten