Opinie

Tijdelijk een hogere staatsschuld is verstandig beleid

Politiek Een te strikte omgang met het begrotingstekort belemmert het doen van grote overheidsinvesteringen die na corona nodig zijn, schrijven , , , en .
Het Zonnepark op het Waddeneiland Ameland.
Het Zonnepark op het Waddeneiland Ameland. Foto Kees van de Veen

Op 31 maart presenteerde president Biden een pakket van zo’n 2.000 miljard euro voor reparatie en versterking van de Amerikaanse infrastructuur, voor transport, gebouwen, communicatie en onderzoek. Op dezelfde dag klonk in Den Haag een heel ander geluid. Het CPB presenteerde een raming van de Nederlandse economische groei op de middellange termijn, met de boodschappen: beëindig de bijzondere coronasteunmaatregelen en compenseer voornemens tot extra overheidsuitgaven door bezuinigingen van gelijke omvang, zodat de kosten van het herstel uit de coronacrisis niet op toekomstige generaties worden afgewenteld.

Dat is een recept van vroegere tijden. De hang daarnaar gaat voorbij aan de urgentie van dit moment, dat groter denken en sneller doen vereist. Dat er iets moet gebeuren aan de economie na corona, staat buiten kijf. Tegelijkertijd is de kapitaalmarktrente, de rente waartegen de overheid geld kan lenen, extreem laag. Deze combinatie biedt een uitgelezen kans om door middel van innovatie en investeringen de structuur van de Nederlandse economie te versterken. Vanwege alle onzekerheden na de pandemie moeten we nu niet op de rem trappen, de omvang van de staatsschuld mag geen anker voor het beleid worden, zoals ook de belangrijke ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte stelde. De uitgangspositie van de Nederlandse economie en de overheidsfinanciën na de vorige crisis zijn solide.

Bovendien leven we niet op een eiland. Een in ieder geval tijdelijke versoepeling van de Europese begrotingsnormen biedt ondersteuning voor een investeringsbeleid dat economische groei in heel Europa bevordert. Er wordt al jaren aangedrongen dat de sterke landen Duitsland en Nederland hun overschot op de betalingsbalans voor een deel inzetten voor extra overheidsuitgaven. Nu is de tijd daarvoor meer dan rijp. Wij roepen alle partijen op in een nieuw regeerakkoord hiervoor verantwoordelijkheid te nemen.

Geen lastenverzwaring maar investeringsruimte

Dat vereist misschien wat ‘omdenken’, omdat in de Nederlandse politieke psyche staatsschuld als zonde wordt beschouwd. Partijen kiezen doorgaans eerder voor lastenverzwaring voor het bedrijfsleven. Dat is aan het begin van crisisherstel de omgekeerde wereld. Bovendien hebben onze economie en samenleving groot onderhoud nodig, in het bijzonder op zes terreinen: klimaat, woningmarkt, onderwijs, bereikbaarheid, onderzoek en ontwikkeling, en ouderenzorg. Geen lastenverzwaring maar investeringsruimte, moet nu het motto zijn.

In het Europese Stabiliteits- en Groeipact hebben landen een maximum afgesproken voor de omvang van het begrotingstekort. Wij stellen voor niet één budgettair anker te formuleren, maar te variëren voor verschillende doelen van overheidsuitgaven. Voor uitgaven die de nadelige gevolgen van corona voor het bedrijfsleven en de samenleving moeten opvangen, moet een aparte afweging gemaakt worden hoelang de overheidssteun doorloopt en welk deel als afgeschreven moet worden beschouwd. Voor ‘consumptieve uitgaven’ kan het reguliere begrotingsbeleid worden toegepast binnen een eenmaal vastgesteld uitgavenkader. Voor uitgaven die op lange termijn de structuur van de Nederlandse economie verbeteren, zoals hierboven beschreven, en die het groeipotentieel en de brede welvaart vergroten, is een grotere staatsschuld passend.

Lees ook dit interview met Roel Beetsma, lid van het Europees Begrotingscomité: ‘Denk nu na over ander Stabiliteitspact’ Lees ook dit opiniestuk: Stimuleer de productiviteit en voorkom dat bedrijven afwachtend naar de overheid kijken

Het recept voor de toekomst is dus een mix van klassiek begrotingsbeleid voor de klassieke uitgaven, tijdelijk begrotingsbeleid voor de corona-uitgaven en langetermijnbeleid voor de grote vraagstukken van de toekomst. Hiermee kan ook worden ingespeeld op de door de Europese Commissie aangekondigde herziening van de regels in het Stabiliteits- en Groeipact. Wij verwachten dat hierbij de realiteit van een hoger schuldniveau van de lidstaten de basis zal zijn voor het beleid in de afzienbare toekomst, ook al ligt voor de lange termijn de norm van 60 procent nationale schuld vast in het Verdrag. Dat zou Nederland de ruimte moeten bieden om in de komende tien jaar een schuldkompas van 70 procent aan te houden als richtsnoer voor het te voeren beleid. Daarvoor is voldoende ruimte nu de Nederlandse schuld ruim onder het Eurozone-gemiddelde ligt.

Met deze afspraak in het nieuwe regeerakkoord zou ook een basis worden gelegd om het Nationaal Groeifonds tot meer dan een projectenpot te laten uitgroeien. Als we voor verstandige investeringen indicatief 100 miljard euro extra reserveren – zonder deze halsoverkop uit te geven, als dat al zou kunnen – dan verruimen wij onze denkhorizon.

Kritische vragen

Wij realiseren ons dat een dergelijke proactieve omgang met de overheidsuitgaven kritische vragen zal oproepen. Lopen we met een hogere schuld een extra risico op de kapitaalmarkten? Gaan we daardoor een hogere rente op onze leningen betalen? Wij denken van niet: nu in alle relevante landen de schuldenlast is opgelopen, valt er voor de kapitaalmarkten niet te arbitreren. Er is juist behoefte aan zekerheid biedende obligaties, van solide landen als Duitsland en Nederland, ook als die er een schepje bovenop doen. De staat kan vooralsnog leningen met een lange looptijd afsluiten zonder noemenswaardige kosten.

Lopen we niet een groot risico indien de algemene kapitaalmarktrente gaat oplopen, onder druk van inflatie – zie ook de recente volatiliteit in de VS? Nee, naar de mate dat inflatie de kop opsteekt, als dat al gebeurt, zullen de schulden als aandeel in het bbp sneller dalen. Schuiven we hiermee de lasten door naar volgende generaties? We stellen daartegenover dat de sociale ongelijkheid in ons land structureel is en door de coronacrisis fors is gegroeid. En dat we zwaar achterlopen in het realiseren van de ambities uit het Klimaatakkoord. Juist hierdoor worden de lasten, van achterblijvende investeringen, doorgeschoven naar volgende generaties.

We zullen links- of rechtsom brede welvaart moeten bevorderen in plaats van groeiende ongelijkheid accepteren. De conclusie moet dus zijn dat goed financieel beheer Nederland veel gebracht heeft, maar dat daar nu ook bij hoort: tijdig de bakens verzetten. Voor de generaties van morgen bieden overheidsinvesteringen van nu het vaccin voor hun gezonde toekomst.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.