‘Zelfs Afghaanse vluchtelingen zeggen dat het onderhand in Afghanistan beter is dan in Iran’

Presidentsverkiezingen Deze vrijdag kiezen Iraniërs een nieuwe president. De opkomst wordt laag. Het regime bekommert zich steeds minder om electorale steun van de bevolking.

Een verkiezingsbanier in Teheran voor een gemeenteraadskandidaat.
Een verkiezingsbanier in Teheran voor een gemeenteraadskandidaat. Foto Atta Kenare / AFP

Op een recente zondagavond, even voor middernacht, stelt een man tijdens een van de vele levendige debatten over de Iraanse presidentsverkiezingen via de audioapp Clubhouse een voor de Iraanse machthebbers pijnlijke vraag: „Hoelang gaat dit regime nog door? Zelfs Afghaanse vluchtelingen zeggen dat het onderhand in Afghanistan beter is dan in Iran.”

Een helder antwoord blijft uit onder zijn 760 digitale gespreksgenoten. Een volgende spreker, die van de gespreksleider het woord krijgt, blijkt zich juist zorgen te maken over vooroordelen tegen regime-aanhangers. Iemand met een anonieme account noemt de presidentskandidaten clowns en moordenaars. Weer een ander begint een verhandeling over de grondwet. „Het mooie van deze kamer”, interrumpeert de gespreksleider plechtig, „is dat we allemaal verschillende meningen hebben, maar toch naar elkaar luisteren. Het lijkt net een democratie.”

Maar buiten de smartphonewerkelijkheid is die democratie in Iran ver te zoeken. In de aanloop van de presidentsverkiezingen van 18 juni zijn slechts zeven van de 592 aangemelde kandidaten goedgekeurd door de Raad van Hoeders van de Grondwet, een grondwettelijk orgaan bestaande uit conservatieve sjiitische geestelijken. De overblijvers – allen mannen – vormen geen serieuze uitdaging voor de kandidaat die het regime naar voren schoof als gedoodverfde winnaar: Ebrahim Raisi, een vertrouweling van de opperste leider, de 82-jarige ayatollah Khamenei.

Hoewel verkiezingen in Iran nooit eerlijk waren, hadden ze van oudsher meer betekenis

Bij de presidentsverkiezingen van vier jaar geleden, toen Raisi ook al kandidaat was, kozen de Iraniërs in groten getale voor de relatief gematigde zittende president Hassan Rohani. Het gebrek aan keuze en de brede woede over de economische malaise in het land betekenen dat veel Iraniërs de verkiezingen ditmaal zullen boycotten. Ook de nog steeds niet uitgewoede coronapandemie is een remmende factor voor de opkomst.

De opperste leider heeft een bescheiden slotoffensiefje ingezet om de kiezers toch nog naar de stemhokjes te krijgen. Hij beschuldigde naar oud gebruik buitenlandse agenten ervan de kiezers het stemmen te willen belemmeren, en hield hen streng voor: „Niet stemmen wegens (economische) klachten is niet juist.”

Overheidspeilingen voorspellen niettemin een opkomst van 35 dan wel 40 procent, een onafhankelijke peiling komt uit op slechts 25 procent. In alle gevallen zou dit de laagste opkomst ooit worden. In 2017 kwam volgens officiële cijfers nog 70 procent van de kiezers opdagen.

Onverzoenlijke lijn

Dit is een belangrijke ontwikkeling. Want hoewel verkiezingen in Iran nooit eerlijk verliepen, hadden ze van oudsher meer betekenis dan in totale dictaturen als Egypte of Syrië. De Raad van Hoeders van de Grondwet verwierp weliswaar veel kandidaten, maar voor de Iraniërs viel doorgaans wel degelijk te kiezen tussen een aanhanger van de harde conservatieve lijn met een tamelijk onverzoenlijke opstelling jegens het buitenland en een geloofwaardige meer gematigde kandidaat, die openstond voor contacten met het buitenland. Daarom zochten veel Iraniërs toch steeds weer het stemhokje op en dat verschafte het regime een zekere legitimiteit. Dat niet de president en zijn regering maar de opperste leider Khamenei het laatste woord heeft over cruciale beslissingen, namen de kiezers op de koop toe.

Maar het regime bekommert zich nog minder dan voorheen om steun onder de bevolking. Dit bleek ook al uit de meedogenloze onderdrukking van diverse oprispingen van protesten, met name die in de herfst van 2019, uitgelokt door een drastische verhoging in de brandstofprijzen. In tientallen steden gingen mensen, die toch al moeite hadden om rond te komen, de straat op. De Revolutionaire Garde en de politie sloegen de protesten keihard neer. Volgens Reuters vielen zeker 1.500 doden.

Een verkiezingsbanier voor de ultraconservatieve presidentskandidaat Ebrahim Raisi, donderdag in de Iraanse hoofdstad.

Foto Atta Kenare / AFP

Diezelfde Revolutionaire Garde heeft haar greep op het land de laatste jaren flink weten te versterken. Veel bedrijven zijn in haar handen gevallen en ze vormt soms een soort staat in de staat, met een eigen onafhankelijk opererende inlichtingendienst. „De Garde heeft haar macht de laatste jaren enorm vergroot”, zegt Narges Bajoghli, een Iran-deskundige die aan de Amerikaanse Johns Hopkins Universiteit doceert. „Wie er nu aan de macht zijn, zijn de inlichtingendiensten, de leiders van de Revolutionaire Garde en het kantoor van de opperste leider.”

De enige echte weg naar hervorming

De verkiezingen komen op een gevoelig moment, niet alleen voor Iran, maar voor het hele Midden-Oosten. In Wenen voert Iran sinds april indirecte onderhandelingen met de Verenigde Staten over een hervatting van het internationale nucleaire akkoord van 2015. Dit voorzag in de beperking van Irans nucleaire activiteiten in ruil voor opheffing van economische sancties. De Amerikanen trokken zich onder voormalig president Donald Trump eenzijdig terug uit dit akkoord en legden nog veel meer sancties op. Daardoor werd de regering-Rohani, die zich steeds sterk had gemaakt voor de deal, opgescheept met alsmaar meer economische problemen.

Zowel Iran als de VS lijken nu vastbesloten het akkoord nieuw leven in te blazen. Ook Raisi, die hierover eerder kritisch was, toont nu meer enthousiasme voor een deal. Mogelijk hoopt hij krediet onder de bevolking te krijgen voor de economische opleving die in dat geval waarschijnlijk is.

Voor de zogenoemde ‘reformisten’ in Iran ziet het er intussen somber uit. Sinds de jaren negentig zagen ze het bemachtigen van gekozen instituties als het parlement en het presidentschap als de enige manier om tegengas te bieden aan de veel grotere macht van de opperste leider. Hun gedachte was altijd: het regime hoeft niet omver te worden geworpen, maar er kan worden geprobeerd om het van binnenuit stapsgewijs te democratiseren.

Lees ook deze column van Carolien Roelants: Onderhandelen met Iran en de geesten uit zijn verleden

„De hervormingsgezinden binnen het Iraanse regime zijn op een dood spoor beland en het islamitische regime heeft geen potentieel voor welke hervormingen dan ook”, concludeert Narges Mohammadi, een vooraanstaand Iraanse burgerrechtenactivist. Ze wijst erop dat een stem voor Rohani in de vorige verkiezingen uiteindelijk geen verschil heeft gemaakt. „De mensen stemden op Rohani zodat Raisi niet aan de macht zou komen en ze niet executies van mensen zouden zien. Maar de bloedbaden bij de opstanden tijdens Rohani’s laatste vier jaar en zijn politieke gedrag laten zien dat de mensen daarin zijn teleurgesteld.”

Raisi denkt: als de Iraniërs geld, eten en een betere economie hebben, dan kan ik uitstekend de controle over het politieke domein consolideren

Narges Bajoghli Iran-deskundige

Veel Iraanse ballingen betogen al heel lang dat de enige weg naar werkelijke hervorming ligt in een staatsomwenteling, het omverwerpen van het bewind van de ayatollahs en een vestiging van een seculiere regering. Ook sommigen in de regering-Trump neigden daartoe.

De meeste analisten, onder wie Bajoghli, achten zulke scenario’s op dit moment hoogstonwaarschijnlijk. Ze sluiten nieuwe opstanden niet uit, al wijzen ze er ook op dat de economie zich al enigszins lijkt te stabiliseren. Momenteel zitten de machthebbers volgens Bajoghli juist stevig in het zadel. En een nieuwe deal met de Amerikanen zou die trend alleen maar versterken en tot meer economische groei leiden. Bajoghli: „Raisi en consorten denken: als de Iraniërs geld op zak hebben en eten op tafel en hun economische toestand wordt beter, dan kunnen we ook heel goed onze volledige controle over het politieke domein consolideren.”

Lees ook dit artikel over de verkiezingen in 2017: ‘Ik wil weleens in een vrij land leven’