Reportage

Meekijken hoe Ivo van Hove zijn acteurs beter maakt

Repetities Age of Rage Zeven weken keek NRC achter de schermen bij Ivo van Hove, die werkte aan Age of Rage, een montage van Griekse tragedies. Hoe zorgt hij dat zijn acteurs woede en kwetsbaarheid tonen?

Ivo van Hove tijdens een repetitie van ‘Age of Rage’ van ITA.
Ivo van Hove tijdens een repetitie van ‘Age of Rage’ van ITA. Foto Olivier Middendorp

‘Er ging niets juist. Het einde niet, het midden niet, het begin niet.” In de pauze van een doorloop, de eerste keer dat zijn voorstelling Age of Rage in zijn geheel wordt geoefend, etaleert regisseur Ivo van Hove een zeldzaam moment van deceptie. Niet om wat er allemaal misgaat bij de acteurs, maar vanwege storende zenders en verkeerde inzetten van de muziek. Die doen hem zuchten, heftig gebaren en het hoofd schudden.

Terwijl hij vooraf nog de acteurs had toegesproken en hen gemaand door te spelen als het fout ging: „Raak niet gefrustreerd – ik heb het nu vooral tegen mezelf.”

De frustratie in toom houden is niet gelukt. Er is te weinig tijd geweest om alle cues te repeteren, is de uitleg van de technici. In het deel van de doorloop na de pauze reageert Van Hove niet meer op technische malheur en is hij weer zijn oude stoïcijnse zelf.

Age of Rage is de nieuwe aflevering in de reeks van multimediale megaproducties als Kings of War en Romeinse Tragedies, internationale theaterhits van Van Hove bij Internationaal Theater Amsterdam. Dit keer heeft hij een zwik Griekse tragedies en teksten aaneengesmeed tot een verhaal in vijf delen over het perpetuum mobile van wraak, oorlog en geweld dat de Grieken teistert - en bij uitbreiding de hele mensheid. Aanstaande zondag (20 juni) is de première op het Holland Festival.

De Griekse tragedies over de Trojaanse oorlog koos Van Hove niet om de taal te celebreren. Van Hove staat een ‘actiegedreven’ tragedie voor ogen, waarin „de taal van het lichaam gelijkstaat aan de taal van het woord”. Het moet ruw en ruig worden. Al bij de opening beukt harde gitaarmuziek in op de trommelvliezen en het middenrif van het publiek. De inzet van theatrale middelen is in Age of Rage ambitieuzer dan ooit bij Van Hove: live muzikanten, dansers, videowall, zang, een soundtrack, wierook, vuur, acteurs die omhoog worden getakeld, een moddervloer, slijpstenen, een set met torens aan weerszijden en natuurlijk liters en liters bloed. Het wordt „een kruising tussen een hardrockconcert, Game of Thrones en het Songfestival”, zegt actrice Maria Kraakman, die zieneres Kassandra speelt.

Terwijl de zintuigen op allerlei manieren worden gebombardeerd, moeten de acteurs hun personages tot leven brengen. Hoe lukt ze dat? Hoe krijgt Van Hove hen tot het tonen van woede en kwetsbaarheid? Die relatie tussen Van Hove en zijn acteurs is het uitgangspunt van deze reportage.

Zachte tongval

Van Hove beschikt in Amsterdam over een ensemble met acteurs die behoren tot de beste van Nederland. In Age of Rage spelen onder meer sterren als Chris Nietvelt, Hans Kesting en Gijs Scholten van Aschat naast de acteurs van de toekomst: Ilke Paddenburg, Hélène Devos, Majd Mardo en Achraf Koutet. De vraag is: hoe laat Van Hove hen floreren?

NRC mocht vanaf de eerste repetitiedag (3 mei) meekijken. Het plan om fly on the wall te zijn blijkt onhaalbaar, vanwege de zachte, Vlaamse tongval van Van Hove en zijn gewoonte om niet vanachter de regietafel zijn acteurs toe te spreken, maar altijd naar ze toe te lopen als hij wat wil zeggen.

Bij elke onderbreking snelt hij in zijn karakteristieke dribbelpasje de vloer op. Als de acteurs praten, luistert hij, de handen vaak voor zich in elkaar gevouwen, in een bijna devoot gebaar. Als hij zelf spreekt, is het razendsnel, met een waterval van woorden, en vaak druk gesticulerend. Als hij meer aandacht wil of iets wil benadrukken, pakt hij de ander even kort bij de elleboog of pols.

Gevraagd naar zijn methode van acteurs regisseren, zegt Van Hove er geen te hebben. „Mijn benadering van acteurs is individueel. Ik probeer van ieder individu te begrijpen hoe zij of hij wil dat ik met haar of hem praat. Sommige acteurs krijgen graag context, anderen willen concrete aanduidingen.”

De eis vooraf is wel dat acteurs hun tekst kennen als de repetities beginnen. Van Hove: „Het grote voordeel is dat acteurs automatisch hebben nagedacht over wat ze gaan doen. Soms levert hun voorbereiding dingen op waarvan ik zeg: dit is goed, dit gaan we zo doen. Een andere keer is het anders.”

Hij praat wel met acteurs over de achtergronden van hun personages, maar hij is niet van de psychologische portretten. „Ik ben iemand die situaties regisseert en mensen in bepaalde situaties brengt. Ik ben ook iemand die zichzelf in de moeilijkheden regisseert, waardoor ik denk: hoe moet ik nou verder? Daar ben ik niet bang voor. Mijn twijfels deel ik met mijn acteurs.

„Veel meer dan een psychologisch regisseur ben ik een gedragsregisseur. Iemand die zich afvraagt hoe mensen zich gedragen in een situatie als ze daarmee geconfronteerd worden. Er zit psychologie achter, maar op basis van de informatie die het stuk biedt. Ik ga er geen levensverhaal bij verzinnen. Dan krijg je acteurs die zeggen: ‘Dat zou mijn personage nooit doen.’ Dan zeg ik: ‘O? Heeft u meneer Hamlet al ontmoet?’ Waar haal je dat vandaan?”

Het repetitieproces van Age of Rage brengt allerlei situaties voort, die samen een beeld scheppen van de werkwijze van Ivo van Hove. Hier komen ze.

1 De beginsituatie

Zelf is Van Hove tot in de puntjes voorbereid op de dag dat de acteurs voor het eerst bijeenkomen – een feit waarvoor ze hem roemen. Zeven weken voor de première zijn het decor, de kleding en de muziek al gereed en presenteert Van Hove zijn concept voor de voorstelling. Dat is uitzonderlijk in het theater. De meeste regisseurs voegen die elementen pas in de laatste weken toe, maar Van Hove beschouwt weken in een leeg lokaal werken met acteurs als kunstmatig. Hij wil meteen kunnen zien, met muziek, kostuums en decor, wat werkt en wat niet.

Bij de repetities bevindt zich voortdurend een groot team achter tafels naast de tafel van Van Hove en zijn regieassistenten: licht, geluid, muziek, choreografie, dramaturgie, scenografie, kostuums, productie. De acteurs gaan pas een scène spelen als Daniël ’t Hoen, de regieassistent die de repetities leidt met microfoon, heeft gecheckt of elke afdeling er klaar voor is. Ook als de acteurs spelen, zegt hij vaak even iets tegen een teamlid.

Van Hove repeteert ‘chronologisch’: hij begint op pagina 1 van het circa 100 pagina’s dikke script van Age of Rage. De eerste weken leest hij vaak ter controle mee als de acteurs spelen, met een potlood langs de zinnen.

2 De leessituatie

Op de eerste dag wordt de tekst aan tafel gelezen. Er valt nog niets te regisseren. Al wordt meteen duidelijk dat er overeenstemming moet komen over de uitspraak van Griekse namen. Je zegt ‘Zuis’, met een ui. „Als we maar allemaal hetzelfde zeggen”, besluit Van Hove over de Griekse oppergod Zeus.

3 De liedsituatie

„Hij is bezeten. Hij heeft visie, weet wat hij met een stuk wil. Hij durft risico’s te nemen. Hij kan goed focussen”, zegt Gijs Scholten van Aschat als hij Van Hove moet karakteriseren. De focus ligt vanaf dag één ook op een rappe voortgang. Op 10 mei verstrakt zijn gezicht als de acteurs de tekst van het lied niet kennen. In de ochtenden is er dan een week gewerkt aan zingen en dansen.

De situatie deze middag is dat Ilke Pad denburg (Ifigeneia) en Chris Nietvelt (Klytaimestra), moeder en dochter, al neuriënd samen komen tot een droevig lied, want Ifigeneia moet sterven. Paddenburg vraagt hoe ze moet zingen, voluit of schetsmatig. In haar woorden: „Wil je een mooi lied, of een raken naar het lied?” Van Hove: „Goede vraag. Van raken naar moet het dat lied worden.”

Ifigeneia overpeinst wat haar te wachten staat in een monoloog. Van Hove stuurt: „Je argumentatie begint emotioneel, niet rationeel.” En: „Je moet oppassen dat je niet al je pijlen verschiet.” In het begin, zegt hij, „moet je durven van gedachte naar gedachte te gaan, nog in een emotionele kleur. Niet van verlies, maar van: hoe kan het dat we in zo’n wereld leven?”

Ze wordt geofferd om wind voor de Griekse vloot van haar vader (Agamemnon/ Hans Kesting) te vragen. Paddenburg: „Heb ik niet dezelfde frustratie als Hans over die wind?” Van Hove: „Frustratie, ja, en onmacht. Tegenover al die dingen: de geschiedenis van de familie, Zeus.”

4 De psychologisch-spelsituatie

Week 3. In deze situatie krijgt Hekabe (Janni Goslinga) een dode zoon voor haar voeten gelegd. Van Hove benadrukt dat Goslinga deze schok „niet psychologisch moet benaderen”. Maar ze zegt dat ze vanzelf van alles gaat voelen. Als ze bij het spelen van de scène eruit stapt en stopt met spelen, zegt Van Hove: „Niet nadenken Janni, gewoon doen.” Goslinga: „Ik weet het.” Van Hove gaat bij haar staan en suggereert hoe zij over het dode lichaam kan strijken. „Dan komt hij tot leven.”

Als Agamemnon (Kesting) opkomt, botsen de twee, want ze acht hem medeschuldig aan de dood van haar kind. Na een paar keer spelen, zegt Van Hove: „Eén seconde. Janni, dit is een crisis. Het is niet dat je implodeert, maar je explodeert. En je bent in charge. Dus niet in het verlies gaan hangen. Hij moet jou gaan helpen.”

Als ze daarna voluit speelt, steeds luider: „Janni, let op je stem. Het is maar repetitie.” De keer erna spreekt ze rustiger, maar ook met meer tussenpozen. Van Hove: „Janni, je neemt te veel tijd. Dan maak je het jezelf moeilijk.” Later herinnert hij haar eraan dat ze in deze situatie ‘in control’ is: „Ze wordt terug koningin. Niet kwaad.” Plots staan er twee leiders tegenover elkaar, zegt hij. „Uit de emotie. Een toponderhandelaar.”

Zin voor zin wordt er gezocht naar de juiste toon. Met de zin „U bent bang voor de massa” moet Goslinga Agamemnon „meteen belachelijk maken”. Als ze daarna een aanklacht afsteekt is ze „in de mood van een revenge maniac”. De zin moet gezegd „op kracht, niet op woede”.

5 De klein-spelsituatie 1

Ondanks of juist vanwege alle moord en doodslag hamert Van Hove erop dat scènes zo ‘klein’ mogelijk moeten worden gespeeld. Zelfs als bij Maarten Heijmans de ogen wordt uitgebeten. Hij schreeuwt kermend zijn tekst, maar hij moet schakelen. Van Hove: „Nu een andere kleur, niet die paniek. Je hoort hulp aankomen, dus je wordt rustiger.”

Ook tegen de boze dader, Janni Goslinga (Hekabe) zegt hij: „Ik zou dat schreeuwen willen vermijden.” Ze moet „in alle redelijkheid” tegen Heijmans zeggen waar hij deze wrede straf aan te danken heeft: „Het was hebzucht.” En als Heijmans met vergelding dreigt, zegt Van Hove dat hij het „niet in geroep” moet zoeken. Waarna de acteurs de scène spelen volgens de aanwijzingen.

6 De klein-spelsituatie 2

Week 5. Scène tussen Chris Nietvelt (Klytaimestra) en Hélène Devos (Elektra), moeder en dochter. De dochter maakt haar moeder bittere verwijten omdat ze haar man, Elektra’s vader, heeft vermoord. „In mijn werk vind je liefde op goede plekken”, heeft Van Hove eens gezegd en daar stuurt hij nu op aan: op onverwachte genegenheid die er ondanks alles is tussen moeder en dochter – als het ware onder de woorden. Hij adviseert: „Het mag klein zijn. Dit kan gewoon een gesprek tussen moeder en dochter aan de keukentafel zijn.”

Van Hove doet voor hoe Devos haar moeder moet afweren als die haar probeert te sussen en omarmen. „Beslist niet boos.” Devos stelt voor dat ze samen naar de grond zakken. Van Hove stemt in. Als ze de scène weer spelen, roept hij naar Devos dat ze zich als een „egeltje” moet opkrullen. Haar irritatie moet zo klein mogelijk, „naturalistisch, realistisch”. En even later: „casual geïrriteerd”.

Ook een andere keer is een nog niet gesleten liefde een wenk om een schrille ruzie (tussen gewezen echtelieden Menelaos en Helena) een onverwachte, andere invulling te geven. Menelaos wil Helena doden. Bij zijn opkomst geeft een aanzwellende gitaar zijn intenties aan. Helena smeekt, maar Van Hove wil dat Nietvelt dat ‘klein’ houdt. Als de twee bekvechten zoekt hij vertrouwelijkheid en refereert hij aan eerder werk van hemzelf, naar een film van een van zijn inspiratiebronnen, Ingmar Bergman: „Het is Scènes uit een huwelijk. Deze mensen kennen elkaar zo goed.”

Dat is het voordeel van een ensemble en acteurs die al jaren en soms decennia met Van Hove samenwerken: dit is voor hen een glasheldere verwijzing. Zij kennen het stuk dat Van Hove tien jaar op het repertoire hield (2004-2014) ongetwijfeld door en door.

7 De legitimeringssituatie

Zijn keuze voor een ‘actiegedreven’ tragedie verklaart Van Hove uit wat de bestudering van de tragedies hem leerde: „Dat iedereen na het plegen van een moord opkomt om deze te legitimeren. Mensen praten zich naar hun actie toe. Voeren de actie uit, legitimeren de actie en zijn al weer op weg naar een andere actie. Zo zijn de Griekse tragedies geschreven. Alleen doordat de koorzangen ertussen zitten, ligt de actie steeds stil.”

Een voorbeeld van dit goedpraten is hoe Chris Nietvelt (Klytaimestra) verdedigt waarom het rechtvaardig was dat ze haar man doodde. Die had op zijn beurt haar dochter vermoord, zegt ze (Ifigeneia geofferd): „Moet ik mij alles laten welgevallen?” Van Hove vraagt Nietvelt in haar monoloog „verbazing” te tonen over de daden van haar man en te laten merken dat haar eigen moordactie „tegen heug en meug” was.

8 De danssituatie 1

De acteurs hebben de eerste weken naast de tekstrepetities dans-, zang- en percussietraining. Er is zelfs een blafles, voor een scène waarin ze als honden dansen, om te voorkomen dat ze hun stem beschadigen. Dansleider is Wim Vandekeybus, zelf gerenommeerd choreograaf. Dit doet hij alleen voor Ivo, zegt hij. Het is de tweede keer. Zijn medewerking nu is een uitvloeisel van hun samenwerking bij Elektra/ Orestes bij de Comédie-Française in 2019. „Ivo zag dat en zei: ‘Wow, de volgende keer wil ik veel meer dans’.”

Al die extra’s zijn leuk, zegt Maria Kraakman. „Het is fysiek ook pittig hoor. Er zijn drie dansers en dan merk je dat acteurs niks gewend zijn. Wij vinden het al zwaar als we drie keer ons been moeten optillen.”

Ja leuk, zegt ook Scholten van Aschat. „Het is een spannend project, maar met veel gedoe: dansen, percussie. Dat is niet mijn grootste talent. Daar moet je je als acteur aan aanpassen.”

9 De danssituatie 2

10 juni. Voor de doorloop is er een dansrepetitie voor dansers en acteurs onder leiding van Vandekeybus, met diverse vormen. Hij doet een beweging voor. „Ik noem het de dans van de zon.” De wapperende handen blijven als het ware op dezelfde plek terwijl de danser zelf van links naar rechts beweegt en terug. De handen beschrijven „vanzelf” een halve cirkel. „Understand?” Hélène Devos trekt een scheef gezicht, dat uitdrukt dat ze het nog moet zien. Een paar oefeningen verder zegt Vandekeybus tegen haar dat ze zich geen zorgen moet maken. „Just enjoy!”

Op de vraag of de acteurs zijn dansen wel onder de knie krijgen, zegt de choreograaf dat hij graag meer tijd had gehad. „De doorloop wordt chaos”, voorspelt hij. Niet dat hij opziet tegen fouten. „Als ze er maar voor gaan.”

10 De voordoensituatie

De meningen lopen uiteen. Ivo van Hove meent dat hij niet veel voordoet. Ook zijn acteurs huldigen het standpunt dat hij alleen af en toe iets voordoet. Maar de verslaggever ziet een regisseur die bijna bij elk gesprek op de speelvloer wel even een zin voorzegt of een beweging of looprichting voordoet. Hij houdt van fysiek, expressief theater en is ook een fysiek, expressief regisseur.

Bijvoorbeeld in de situatie in week 4 met Achraf Koutet, 25 jaar, de jongste acteur van deze groep. Van Hove spreekt met hem over de scène waarin hij als Aigisthos de dood van Agamemnon bezingt. „De eerste keer dat hij zegt: ‘Hier ligt de man die geboet heeft voor zijn vaders valse daad’, gulpt het allemaal uit hem, begrijp je?” Vervolgens bespreken ze het moment dat hij een wilde overwinningsdans inzet.

De goden hebben zijn vader gewroken (Thyestes, die het vlees van zijn kinderen, de broers van Aigisthos, kreeg voorgezet door de vader van Agamemnon). Als Koutet zijn tekst heeft gezegd, zegt Van Hove tegen hem dat het goed komt en doet dan het volume en de intentie voor. Hoe Koutet hard „De goden!” moet roepen en daarbij een vuist in de lucht kan steken. Waar Aigisthos spreekt over het vlees, slaat Van Hove zich op de borst, roepend: „Het is mijn vlees.” Dan kalm: „Begrijp je?”

Van Hove zet alle middelen in om Koutet tot expressief spel te bewegen. Bij een andere zin geeft hij de onderliggende intentie: „Het is toch om gek van te worden!” De regisseur vertrekt zijn gezicht en maakt een wanhoopsgebaar om het uit te beelden. „Dat is belangrijk.” Hij slaat dan Koutet met twee handen op de borst en trekt aan zijn overhemd, roepend: „Mijn broers! Mijn broers! Mijn vlees!”

Om dan in één adem weer kalm door te gaan met uitleg over wat Aigisthos/ Koutet daarbij denkt: „‘Mijn broers zijn verworden tot voedsel.’ En dan de derde strofe doe je rustig: ‘Ik was toen nog een baby’.”

Gevraagd of hij talent heeft voor acteren, zegt Van Hove: „De acteurs zeggen van wel.” Zelf is hij sceptisch. ‘Ik kan 30 seconden goed zijn, een minuutje maximaal. Ik kan geen boog spelen in een stuk. Maar ik kan me wel inleven in de situatie. En dat is wat we doen. We spelen geen personages, maar situaties.”

Maria Kraakman vindt het fijn als Van Hove iets voordoet. „Dan zie ik op een andere manier dan in woorden wat iemand bedoelt. Het betekent niet: doe mij na. Hij geeft vooral het soort energie aan dat een scène moet hebben. Ik heb daar meestal wel wat aan.”

11 De medemakersituatie

Acteurs geven aan dat Van Hove openstaat voor hun inbreng en dat ze dat waarderen. Dat blijkt in diverse situaties. De leukste vindt plaats als Klytaimestra (Chris Nietvelt) zich wraakvol uitspreekt bij het lijk van Kassandra (Maria Kraakman), die het bed met haar man deelde. Nietvelt doet eerst een keer voorzichtig voor hoe ze Kraakman woest in haar kruis wil bijten. Kraakman lacht alsof ze gekieteld wordt.

Van Hove, olijk tegen de verslaggever: „Dit is dus niet mijn idee.”

Tegen de anderen: „Ik ben mijn excuses hier al aan het maken.”

Nietvelt vraagt: „Is het te veel?”

Van Hove: „Dat moeten we zien in het geheel.” Als ze het uitvoert, grommend en wel, schiet iedereen in de lach.

Je bent vrij om ideeën aan te bieden, maar wel binnen het concept dat voorligt, zeggen de acteurs. Daar zijn ze in getraind, blijkt ook uit een ander geestig aanbod van fysiek spel. In week 6 is de repetitie terug bij het begin. De dialoog aan het begin van de voorstelling, tussen Kesting (Agamemnon) en Scholten van Aschat (Menelaos) moet meteen botsen, zegt Van Hove. Tegen Scholten van Aschat: „Ik wil dat je dat op hoge energie doet. Anders wordt het zo’n verhaaltje. En dan moet je niet meer inzakken.”

„Je wilt het sneller?”

„Ja.”

Beide oudere acteurs duwen elkaar stevig tijdens hun geschil, maar plots grijpt Kesting zijn collega vol in het kruis. Om daarna te vragen: „Is dit te veel, Ivo?”

Van Hove kijkt geamuseerd toe: „Voor mij niet.”

Waarna Kesting alsnog aan Scholten van Aschat vraagt hoe het met hem gaat. Die schreeuwt het jolig nog even extra uit en stelt hem dan gerust: „Ik ben uit de kinderen. Voor mij is het allemaal klaar.”

12 De fysiek-spelsituatie

Fysiek spel is een constante bij Van Hove. Maar het wordt geaccentueerd door de laag modder waarin de acteurs na de pauze spelen. Die komt bloot te liggen als de (verrijdbare) speelvloer naar achteren wordt geschoven. Aan de zijkant kunnen de acteurs af door waterbakken waarin ze hun voeten kunnen wassen.

Van Hove ziet de moddervloer als een manier om acteurs in een situatie te brengen waarin ze zich moeten aanpassen. „Er is niets anders mogelijk. De modder zul je moeten accepteren. Dan ga je vanzelf anders spelen: meer in contact met de grond, aardser.”

Op een gegeven moment gaat Orestes (Majd Mardo) zijn moeder Klytaimestra (Nietvelt) vermoorden, met hulp van zijn vriend Pylades (Maarten Heijmans). De acteurs bespreken onderling hoe ze haar door de modder sleuren. Heijmans geeft Nietvelt een duw tegen haar achterste met zijn voet en Mardo pakt haar bij haar enkel. Nietvelt kraait als Loekie de Leeuw: „Asjemenou.” Even daarvoor vloekte ze nog toen ze per ongeluk uitgleed in de modder, maar nu ligt ze er languit in.

De choreografie van het sleuren en slepen wordt geoefend, net als het doodsteken, met zakjes bloed. Als het bloed een keer omhoog spuit, zegt Van Hove blij: „Dat zag er fantastisch uit.” Het spelen met bloed in deze morbide moordpartij maakt kinderlijk plezier los. Mardo kweelt ‘Mamma’, als in ‘Bohemian Rhapsody’ van Queen. Waarop Van Hove grapt dat ze er ook een musical van kunnen maken. „Daar heb ik ervaring mee.”

Bedacht wordt dat er iets ‘respectvol’ met het lijk moet gebeuren. „In ieder geval dit”, zegt Kraakman en schort de omhooggeschoven jurk van Nietvelt naar beneden. De handdoek waar Nietvelt na afloop om vraagt, heeft ze met recht verdiend.

13 De worstelende- acteursituatie 1

Wat te doen als een acteur worstelt met zichzelf? Dan wordt er echt iets gevraagd van een regisseur. De aanpak van Van Hove in zo’n situatie is om niet in te gaan op de emoties van de acteur, maar juist zakelijk te blijven repeteren, blijkt in week 5.

Orestes (Majd Mardo) heeft zijn moeder vermoord. Hij praat tegen zijn ongelukkige zus Elektra (Hélène Devos). Mardo stopt na enkele zinnen in een scène. „Mag ik iets vragen? Eerst is hij zorgzaam voor haar en dan begint hij over Apollo.” Van Hove hurkt bij de twee acteurs en neemt het hoofd van Devos bij haar wangen in zijn handen: „Je pakt haar zo beet, maar dat is nogal heftig. Je moet lief zijn. Voor haar zorgen.” Daarbij strijkt hij met zijn vingertoppen over haar blote armen. „Het gaat erom dat ze samen zijn in de scène. En dan zullen we zien waar we komen.” Over Apollo zegt Van Hove dan pas: „Het belangrijkste is dat het niet jouw schuld is, maar van hem. Maar ik zie niet in dat je het hier in de heftigheid zou zoeken.”

Gijs Scholten van Aschat komt erbij, als Menelaos. Na de scène loopt Van Hove naar hen toe. Tegen Scholten van Aschat: „De situatie is dat hij vuil en verwilderd is. Je schrikt echt.” Tegen Mardo: „Jij wilt zijn hulp.” Van Hove doet voor hoe hij het shirt van Scholten van Aschat kan pakken. Tegen Scholten van Aschat: „En jij wilt er niks van weten.” Van Hove doet hem voor hoe hij Mardo kan wegduwen. Van Aschat: „Ik probeer hem te peilen?” Van Hove: „Ja, maar met gevoel, je bent zijn oom, het is familie.”

Als ze de scène weer spelen en Mardo Scholten van Aschat niet vastpakt, onderbreekt Van Hove het spel om hem daarop te wijzen. Als ze het weer spelen, stopt Mardo om te zeggen dat hij zijn spel „extreem pathetisch” vindt. Van Hove verheft zijn stem om te zeggen dat het „wél goed” is.

Mardo blijft worstelen. Onderbreekt zijn spel herhaaldelijk en zegt dingen als „Sorry, ik kom er niet in” en „Sorry, ik voel dat ik lelijk aan het spelen ben. Wrrraaah!” Om dan helemaal te stoppen: „Ivo, je moet me helpen. Ik heb nieuwe energie nodig.”

Nietvelt probeert te helpen en suggereert dat hij precies deze frustratie kan gebruiken.

Van Hove richt zich eerst tot Scholten van Aschat: „Voor jou is het belangrijk dat je niet bestraffend wordt. Je bent vaderlijk: zo moet je niet denken jongen.”

Scholten van Aschat: „Met meer empathie bedoel je? En niet toespreken? Oké.” Tegen Mardo: „Die vaderlijkheid maakt dat wij als publiek denken: die man gaat jou helpen. Het is een vader-zoonscène.”

Mardo: „Maar hij ziet ook een wrak, met wie hij niks doet.”

Van Hove: „Maar dat mag jij nu nog niet weten.”

Scholten van Aschat: „Je hebt nu nog hoop, terwijl je desperaat bent. Ik ben voor jou de enige uitweg.”

Mardo: „Ik weet het eigenlijk allemaal. Maar ik kom er niet.”

14 De worstelende- acteursituatie 2

Na de lunch wordt de scène hernomen, met dezelfde problemen. „Sorry Gijs, sorry guys”, zegt Mardo. „Het is een moeilijke scène om van nul te beginnen.” Van Hove laat hem begaan, ook als Mardo stoom afblaast door af te geven op de lunch, „een clusterbom”. Hij slaat de ogen neer en nipt van zijn koffie.

Kesting voegt zich als Tyndareos, grootvader van Orestes, bij het tweetal. Hij spreekt Orestes bestraffend toe. In zijn reactie op zijn opa schakelt Mardo van deemoed naar opstandigheid en beschuldiging. Van Hove: „Goed hoor.” Mardo: „Ja, weet ik veel. Je moet me helpen hoor.”

Van Hove wijst Mardo en Kesting op het belang van het feit dat Orestes de grootvader verwijt een slechte dochter te hebben verwekt, zijn moeder, de bron van alle problemen. Hij doet de intentie van deze woorden voor aan Mardo, tegen Kesting sprekend: „Jij bent de schuld dat ik in deze shit zit.” Tegen Mardo: „Dat is het moment dat alle woede eruit komt.”

Eerder zei Van Hove dat hij het meestal aan zichzelf wijt als het bij een acteur niet lukt. „Verdomme, ik leg het niet goed genoeg uit, denk ik dan. We moeten ook eens een andere manier proberen. Soms is het wachten tot het komt. Wachten is de grote kunst van een regisseur.”

15 De feelgoodcoachsituatie

‘Het gaat goed’ is het mantra van feelgoodcoach Van Hove. Na ‘Begrijp je’ zijn het de woorden die hij het vaakst zegt. Tegen al zijn acteurs.

Zoals tegen Maarten Heijmans (9 juni). In een lange monoloog beschrijft Heijmans (als Pylades) een moord. Halverwege, als hij almaar luider spreekt, staat Van Hove op en loopt naar de vloer met een gebaar van rustig aan. Heijmans stopt. „Wil je iets zeggen?” Van Hove geeft aan dat hij de ruimte voor zich moet zien en zo zijn tekst moet plaatsen: „Beeld voor beeld voor beeld voor beeld. En niet in de vertelling gaan.” En: „Je ziet jezelf de hele weg afleggen. Ik heb nu het gevoel dat je te goed weet wat er gaat gebeuren.” Heijmans moet van hem ook letten op wat hij met zijn handen doet. „Elke beweging is eigenlijk een beweging die een beeld tevoorschijn haalt.” Het doden doet Van Hove voor, alsof hij kalm een zwaard overneemt, met een felle steek en kreet. „En dan: BENG!” Tegen Heijmans: „Dus iets geserreerder. Dat het niet zo’n act wordt.” Als de acteur zijn verhaal opnieuw speelt, klinkt hij al anders. Van Hove complimenteert hem en zegt dat het allemaal goed komt.

Een dag later. Na afloop van de doorloop zegt Van Hove tegen veteranen Kesting en Scholten van Aschat dat het „heel goed” ging. Kesting legt een arm om hem heen en zegt: „Heel fijn om een complimentje te krijgen van iemand die ik zo sterk vind.” Van Hove incasseert de ironie met een lach en kaatst terug via de verslaggever: „Zie je nou onder welke omstandigheden ik hier moet werken? Niet te doen.”

16 De zelfwerkzaamheids situatie 1

Age of Rage is een groot stuk, dat zo efficiënt mogelijk wordt ingestudeerd. Dat vraagt om zelfwerkzaamheid, zegt Maria Kraakman. „Je hebt gezocht, je hebt iets gevonden en dat is het. Dan heb je de scène één keer gedaan. Weken later doe je het nog een keer. Dan gaat Ivo er wel vanuit dat je je aanpak van de scènes intussen hebt geïnternaliseerd en er nog een schepje bovenop doet. Dat is je werk. Dat moet.”

Week 6. Terug bij het begin, waarin moeder en dochter, Nietvelt en Paddenburg, wanhopig zijn als ze horen dat de dochter wordt geofferd door haar vader. Paddenburg houdt als Ifigeneia een lange jammerklacht. Van Hove wil hun liefdevolle band terugzien: „Vorige keer was dat ook intiem, niet alleen maar tragisch.”

Op gegeven moment komen dochter, vader, moeder omstrengeld bijeen. De wijze van omarmen wordt besproken. Hoe is de scène eerder gerepeteerd is de vraag. Kesting: „We waren meer samen. Dat was erger voor mij.” Tegen Paddenburg: „En onwaarschijnlijk verdrietig voor jou.” Regieassistent Rosemintje Verpaalen Weijts wordt erbij geroepen om haar aantekeningen over de verstrengeling te delen. Van Hove: „Het was alsof het een geboorte was. Dat heb ik nu gemist. Tussen hen in zat Ilke als een kindje in een baarmoeder.”

Scholten van Aschat: „Het is prettig werken met Ivo, omdat hij ontzettend leunt op zijn acteurs. Daar hou ik wel van. Hij gaat uit van je eigen kracht. Wat je aanbiedt gebruikt hij. Daar wordt een grote zelfwerkzaamheid bij verondersteld. Dat was voor mij even wennen de eerste keer, jaren geleden. Toen we na drie weken repeteren weer vanaf het begin door de tekst gingen en ik wat speelde, zei hij: ‘Wat doe je nou?’ Ik zei: ‘Nou ja, spelen. Uitzoeken hoe het zit.’ ‘Ja, maar dit hadden we niet afgesproken.’ Ik weer: ‘Afgesproken?’. Toen dacht ik: O, zo werkt het dus.”

17 De zelfwerkzaamheids situatie 2

Wat als een acteur zo ‘zelfwerkzaam’ is dat hij te veel suggesties doet waar de regisseur niet aan wil? Van Hove: „Met goede acteurs gebeurt dat niet. Dat is het voordeel van een ensemble. Een acteur hoeft niks te bewijzen, behalve dat we het beste theater ter wereld willen maken. Daar moet je committed to zijn.

„Dat betekent ook dat je het niet persoonlijk moet opnemen als ik kritiek heb. Vandaag hadden twee acteurs een idee dat ze voorspeelden. Mijn reactie was: ‘Ja, in een stuk van Alan Ayckbourn misschien.’ Dan schiet iedereen in de lach en dan is het ook afgelopen. Over mij maken ze ook grapjes, over mijn verdorven psyche, met al die heftige moorden. Dan zeg ik: Beter hier dan thuis.”

18 De rolstoelsituatie 1

Woensdag 9 juni. De dag ervoor blijkt Janni Goslinga haar middenvoetsbeentje te hebben gebroken. Ze zit met een ingepakte voet op de bank. „Bij de warming-up. Domme pech. Ik heb doorgespeeld en we hebben ijs op de voet gedaan, maar pas toen de adrenaline zakte, dacht ik: au! In het ziekenhuis zeiden ze: ‘Met die show kun je niet verder.’ Maar ik dacht: ‘Je hebt geen idee. Het is geen musical. Ik heb geen understudy’.” In de scènes die volgen zegt ze haar tekst vanaf het bankje voor de speelvloer.

Donderdag 10 juni. Buiten, in de zon, overlegt Van Hove met Goslinga. Hij protesteert bij de vraag of haar kwetsuur een ramp is. „Rampen gebeuren in Afrika. We gaan zien hoe ze de tekst voorlopig kan doen vanaf de kant of in een rolstoel.” Hij heeft eerder, in Londen, Kesting op krukken in Romeinse Tragedies laten meedoen. „Die kreeg raving reviews!

Goslinga wil het graag proberen. „Gister was ik gefrustreerd, maar ik heb besloten er vandaag met frisse moed tegenaan te gaan.”

Als zij zich voor aanvang van de doorloop in haar rolstoel op de speelvloer bevindt, met acteurs rondom zich, vraagt Maarten Heijmans aan Van Hove: „Maar waarom doen we dit? Ik voel me niet veilig als ik moet dansen en er staat een stoel met een uitgestoken been.” Van Hove antwoordt dat daar „in overleg met Janni” voor gekozen is en dan tegen assistent Daniël ’t Hoen: „Daarom moet ik even mijn praatje houden.” Tegen Heijmans: „Zij is de drijvende kracht in deel twee. Ze zal alleen aangevend spelen.”

Van Hove spreekt de groep toe. Goslinga zal de doorloop „zonder emotie” spelen, want dat zou maar tot bewegingen leiden, terwijl de voet moet rusten. De acteurs nemen door wie de rolstoel duwt.

Goslinga speelt vanuit haar rolstoel even furieus als anders. Van Hove staat een keer op, loopt naar de vloer en maakt een dempend gebaar, dat Goslinga niet ziet. Als hij zich omdraait trekt hij een grijns die uitdrukt dat hij er ook niks aan kan doen.

19 De bijltjesdagsituatie

Dinsdag 15 juni. De technische ploeg heeft in vier dagen het decor verhuisd van de oefenstudio’s in Amsterdam-Zuid naar de Rabozaal van de schouwburg aan het Leidseplein. Na de doorloop de week ervoor heeft het artistieke team overlegd en nu is het de dag „die door acteurs gekscherend Bijltjesdag wordt genoemd”, aldus Van Hove, „omdat er dan veel teksten gekapt worden. Bij Kings of War heb ik er de dag voor de première nog drie kwartier uit gehaald.”

De tekstaanpassingen zijn nu niet groot, zegt Van Hove. De rituelen van het koor, waar flink op geoefend is, worden versimpeld. Voor de acteurs is er een nieuw script. Het stuk is ook niet te lang, circa 3,5 uur.

20 De rolstoelsituatie 2

Dinsdag 15 juni. Van Hove spreekt door de microfoon de groep toe en zegt dat de blessure van Goslinga ernstiger is dan gedacht. Samen hebben ze besloten dat ze na de pauze niet meer meedoet en dat haar teksten in die delen worden verdeeld onder anderen. In deel twee, waar ze essentieel is, speelt ze in een rolstoel. Hij wijst op een nieuwe, compacte rolstoel, die zou worden gebruikt door olympische sporters. (Hoe Grieks, kan je denken.)

De speelvloer heeft inmiddels een opgang voor rolstoelen gekregen.

21 De laatste-weeksituatie

Dinsdag 15 juni. Nog twee dagen tot de eerste van drie try-outs. Nog vijf dagen tot de première. Elke dag wordt er nog gerepeteerd. Eerst wordt er geschaafd aan situaties die bij de doorloop misgingen. Dat zijn vooral technische overgangen. Er wordt door de tekst gesprongen.

De aanpassingen in de muziek worden niet direct gevonden en Van Hove maakt zich dan toch even kwaad. Met de grijze haren is de mildheid gekomen, maar de stress van de eindfase is er niet minder om.

Bij een monoloog van Hans Kesting komt nu Maarten Heijmans op gitaar krassende klanken maken. Dat is voor het eerst en Kesting vraagt wat de bedoeling is. „Een gesproken lied”, zegt van Hove. Hij neemt ruim de tijd om deze nieuwe uitvoering van de scène in orde te krijgen.

Gijs Scholten van Aschat zei het weken eerder al: „Je denkt steeds dat we het niet gaan halen, maar bij de première staan we er toch allemaal.”