Reportage

Je ziet steeds meer neuzen in de coupé

Mondkapjes in de trein De meeste treinreizigers dragen nog mondkapjes, maar niet altijd uit volle overtuiging. „Heel irritant die regels, maar ik hou me er wel meestal aan.”

In de trein dragen de meeste mensen nog een mondkapje
In de trein dragen de meeste mensen nog een mondkapje Foto Ilvy Njiokiktjien

Ze dacht dat ze de volgende ochtend niet meer wakker zou worden. Haar lichaam gloeide van de koorts en ze hoestte zo hard dat het leek alsof haar hart er langzamer van ging kloppen. „Maar plots sprak de Heilige Geest tot me”, zegt de Groningse Lucy Koko (40) in de trein van Utrecht naar Venlo. „Die zei dat ik water met zout moest nemen en dat hielp tegen het hoesten. Ook bad ik elke dag. Dankzij God leef ik nog.”

In maart vorig jaar werd Koko geveld door het coronavirus. En als zzp’er in de zorg heeft ze vele anderen zien lijden aan het virus. Ze is daarom huiverig voor de aanstaande (gedeeltelijke) afschaffing van de mondkapjesplicht. „Het is te vroeg. Mijn familie woont op Curaçao en gisteren zijn daar mensen positief getest op corona na het bijwonen van een voetbalwedstrijd, ook al mocht je het stadion alleen maar binnen met een vaccinatiebewijs of een negatieve PCR-test.”

Volgende week zaterdag vervalt naar verwachting een deel van de mondkapjesplicht. Het dragen van een mondkapje is dan niet meer verplicht op plekken waar anderhalve meter afstand gehouden kan worden. In het openbaar vervoer blijft de plicht daarom nog wél van kracht. Vrijdag neemt het kabinet een definitieve beslissing over de mondkapjesregel.

Ik word misselijk als ik met een kapje op moet rennen

Sam scholier

In de eerste klas van de trein zitten de middelbarescholieren Sam en Lune uit Soest en Bussum, zonder mondkapje op. „Het is net als met de avondklok”, zegt Sam. „Het is gewoon onduidelijk of het goed werkt, zo’n mondkapje. Maar meestal doe ik ’m wel op hoor, als het moet. Ik kan er wel een mening over hebben, maar het is gewoon verplicht.” Wat haar betreft wordt de mondkapjesplicht in de treinen en stations ook snel afgeschaft. „Ik word helemaal misselijk als ik met een mondkapje op naar de trein moet rennen.”

En hoe hebben de twee tieners de coronamaatregelen in het algemeen ervaren? „Ik zeg daar niks over”, zegt Lune, terwijl ze geconcentreerd wat tabak in een vloeitje strooit. „Ik hou niet van corona. Ik doe er niet aan mee. Ik denk er niet over na. Daarom weet ik ook niet of corona echt is. Ik vind het gewoon heel irritant dat er allemaal regels zijn, maar ik hou me er wel meestal aan.”

‘Waar bemoei jij je mee?’

Schoonmakers Rita (61) en Eva („leeftijd zeg ik liever niet.”) lopen met poetsdoeken en vuilniszakken door de trein. Eva vraagt reizigers vriendelijk om even van hun plek op te staan, zodat ze de prullenbakjes kan legen. Rita poetst het meubilair.

„Van mij mag het. En ook in het openbaar vervoer”, zegt Rita over de aanstaande afschaffing van de mondkapjesplicht. „Mensen houden hun eigen er toch niet meer aan. Laatst sprak ik een reiziger erop aan en die zei: ‘Oh ja, waar bemoei jij je mee? Doe gewoon je werk.’”

Lees ook hoe het begon: Nu moeten we toch echt aan de mondkapjes

„Ga maar door de trein lopen”, zegt Rita. „Dan zie je hoeveel mensen hun mondkapje niet op hebben.”

In de trein dragen de meeste mensen hun mondkapje over neus en mond. Maar het zijn er relatief minder dan een paar maanden geleden. Hoe minder coronabesmettingen, hoe meer mensen hun mondkapje laten zakken, lijkt het. Bij sommige reizigers zit het kapje onder hun neus, bij enkele onder hun kin.

‘De lucht die je inademt’

Het mondkapje van Max (22) uit Sittard zit juist boven zijn kin, vanwege zijn baard. Hij vindt het „op zich wel fijn” dat de mondkapjesplicht gedeeltelijk wordt afgeschaft. „Die lucht die je inademt als je een mondkapje op moet en de vorige avond pintjes hebt gedronken en hebt gerookt… Maar eigenlijk vind ik dat alleen gevaccineerden geen mondkapjes meer hoeven te dragen”, zegt Max, die net als veel anderen zijn achternaam liever niet in de krant ziet. „De mondkapjesplicht zou moeten blijven gelden voor niet-gevaccineerden.” Zelf mag hij een afspraak maken voor een vaccinatie, maar hij wil eerst nog de voor- en nadelen daarvan tegen elkaar afwegen. Maar als hij zich niet laat vaccineren, heeft hij zichzelf toch met zijn zelfbedachte mondkapjesregel? „Ja, dat is waar. Maar ik denk aan het collectief, niet aan het individu.”