Recensie

Recensie Boeken

In het kamp ten prooi aan avances

Tweede wereldoorlog Uit dozen met brieven, documenten en foto’s reconstrueerde Eva Taylor-Tazelaar het leven van haar moeder, die als verzetsstrijdster gevangen zat in drie kampen.

Sabine Zuur aan het begin van de oorlog.
Sabine Zuur aan het begin van de oorlog. Foto uit boek

Over deze vrouw wil je wel een boek lezen. De wijze waarop Eva Taylor-Tazelaar haar moeder voorstelt op de eerste bladzijden van Sabines oorlog maakt meteen nieuwsgierig. Thuis hadden ze het niet breed, vertelt ze – het waren de jaren van de wederopbouw. Paardendekens voor het raam moesten ’s nachts de kou verdrijven. Maar als moeder uitging dan zag ze eruit als een filmster. Chic. Aan aandacht had ze geen gebrek.

Wat de mensen die naar haar keken niet wisten: Sabine Zuur had last van enorme stemmingswisselingen. ‘Dan trok ze lades uit de kast, gooide dingen door de kamer en werd ze woedend vanwege een kleinigheid.’ Het duurde lang voordat dochter Eva begreep waar die woede vandaan kwam. Dat haar moeder getraumatiseerd was door de oorlog.

Eva Taylor-Tazelaar had ook een boek kunnen schrijven over haar vader Peter Tazelaar, de beroemde Engelandvaarder uit Soldaat van Oranje, die na de oorlog geheim agent werd. Maar over hem is al vaak geschreven, over haar moeder niet. Als Sabine in 2012 overlijdt, vindt haar dochter dozen vol brieven, foto’s, papieren en documenten die betrekking heb op de oorlog. Het blijkt een schat.

Koekjes

Sabine raakt in de eerste jaren van de oorlog via vrienden betrokken bij het verzet. Ze helpt mensen onderduiken. Toch is Sabines oorlog geen verzetsverhaal, het gaat vooral over leven in gevangenschap.

In april 1943 wordt Sabine gearresteerd, ze is waarschijnlijk verraden. Via de Polizeigefängnis aan de Amstelveenseweg in Amsterdam en Kamp Amersfoort belandt ze in Ravensbrück, ten noorden van Berlijn, en uiteindelijk in Mauthausen, Oostenrijk.

In Amsterdam smokkelen Sabine en haar moeder intieme briefjes de gevangenis in en uit. Die maken het mogelijk het verhaal met veel details te vertellen. Op 10 augustus 1943 schrijft Sabine: ‘Ik zit nu met vier vrouwen boven de veertig en geweldig Christelijk. Bovendien allen nieuw. De oudste is hier pas tweeënhalve week. Niets leuk.’ Toch probeert ze de moed in erin te houden. Ze vraagt haar moeder om een permanent te ‘bespreken’ bij kapper Legrand voor als ze vrij komt, en om zoveel mogelijk koekjes te sparen van haar favoriete bakker Groenheyde. ‘Als ik dan thuiskom eet ik alle koekjes achter mekaar op.’

Er zijn geen brieven van Sabine uit haar tijd in de concentratiekampen. Ze is Nacht und Nebel-gevangene: familieleden mogen niet weten waar ze verblijft en als ze overlijdt – de kans daarop is groot – worden ze niet geïnformeerd. Wel vertelt ze later over die periode in een interview, onder meer over de lange treinreis van Ravensbrück naar Mauthausen in maart 1945. ‘Toen we na vier dagen eindelijk ’s nachts op een stil station uitstapten, waren er al verschillende doden. De stervende en de totaal uitgeputte vrouwen werden daar, buiten ons gezichtsveld, meteen doodgeschoten. Ik herinner me de schoten.’

Kleine flirt

Vooral het laatste deel van het boek, over Mauthausen, beklemt. Het is grotendeels gebaseerd op brieven die een Duitse gevangene, Franz Josef Gebele, daar aan haar schrijft. Gebele is Berufsverbrecher, een crimineel, veel ouder dan Sabine, en zit al lang gevangen. Hij is verliefd op Sabine. Omdat hij een goede positie heeft in de kamphiërarchie kan hij veel voor haar regelen: kleren, eten, medische verzorging. Daarmee redt hij het leven van de zieke Sabine. Maar de brieven die hij haar in het kamp stuurt (de antwoorden zijn niet bewaard) laten ook zien dat hij haar op gruwelijke wijze onder druk zet om te beloven dat ze na de bevrijding met hem zal trouwen. Zijn toon wordt steeds dreigender. ‘Kleine flirt van me’, schrijft hij, ‘een beetje meer respect, mevrouw, anders zal ik u moeten straffen, ben ik bang.’ Het heeft er alle schijn van dat Sabine niet gediend is van de avances. Maar afwijzen kan ze Gebele niet, daarvoor is haar situatie te precair.

Sabines oorlog is een liefdevol geschreven eerbetoon aan de moeder van de auteur, die – en dat is prettig – zelf bescheiden op de achtergrond blijft. Het leest als een roman. En dat is knap, want Eva Taylor-Tazelaar schreef niet eerder een boek – ze was moeder en huisvrouw, eigenaar van een winkel voor woninginrichting en projectmanager bij een goed doel. Voegt dit verhaal heel veel toe aan wat we al weten over de kampen? Nee, maar dat hoeft ook niet. Het is een verhaal dat het waard is om verteld te worden.