Opinie

Horror zonder horror is het engst

In haar engste droom ooit zag Joyce Roodnat een strakgespannen draad. Meer was er niet, maar ze werd wakker in blinde paniek. Horror zonder horror – dat is de ergste nachtmerrie. Onlangs zag ze de mooiste als idylle poserende nachtmerrie in tijden: The Sheep Song van de Vlaamse groep FC Bergman. Toen wist ze het zeker. Zelf een nachtmerrie zijn – dat is het engste.

Joyce Roodnat

Het, vind ik, mooiste kunsttijdschrift, Kunstschrift, wijdt zijn nieuwe nummer aan Albrecht Dürer, zestiende-eeuwse tekenaar. Met veel aandacht voor zijn verfijnde dieren (die slapende leeuwin! die jachthonden!). Terecht, maar ik veer op bij zijn aquarel van een nachtmerrie. Geen horror, alleen een verlaten heidelandschap met wat blauwe blobs erboven. Niks aan de hand, tot je in zijn mooie tekenaarshandschrift leest hoe hij bevend ontwaakte uit een kwade droom over een donderende hemelvloed. Een miniem beeld kan ondraaglijk zijn.

Ik herken dat. In mijn engste droom ooit zag ik een strakgespannen draad. Meer was het niet, maar ik werd wakker in blinde paniek.

Horror zonder horror – dat is de ergste nachtmerrie. Ik identificeer haar al op pagina 1 van de roman Twee weken weg van R.C. Sherriff. Uit 1931 en pas nu in knap kabbelend Nederlands vertaald. Op het omslag prijst een beroemde schrijver het boek aan als ongekend „opbeurend”. Prachtig boek, vind ik ook, maar opbeurend? Ik lees over een gezin dat in een Engelse badplaats vakantie houdt, precies als in vorige jaren, zelfde pension, zelfde wandelingen, zelfde alles. En ook al zijn de kinderen inmiddels volwassen, de ouders middelbaar, en zit overal de klad in, iedereen klampt zich eraan vast, uit pure angst voor de buitenwacht. Met als resultaat dat ze weerloos zijn als die buitenwacht aanklopt – bijvoorbeeld via een, onbetaalbaar beschreven, verlammende theevisite bij een proleet. Ze zitten zo klem, hoe moeten ze verder?

Bevalling van een lam in The Sheep Song van FC Bergman. Foto Kurt Van Der Elst

Hoera, ik mag de schouwburg weer in – om meteen de mooiste als idylle poserende nachtmerrie in tijden te zien: The Sheep Song van de Vlaamse groep FC Bergman. Zonder woorden, in verpletterende beelden, ontrolt zich de boze droom van een schaap. Zijn wens wordt vervuld (dromen zijn nogal eens onderdrukte wensen, schijnt het) en de consequenties zijn hels (laat onderdrukte wensen maar liever onderdrukt blijven). Het schaap verheft zich boven de kudde (echte schapen op toneel!) op zijn achterpoten en wandelt met de mensen. Wat heet, het danst zelfs voor hen uit. Maar hola, het is dusdoende een monster geworden, daar zit het met andere mensmonsters zoals Pinocchio en Michael Jackson. Geaccepteerd zolang het leuk is, dan uitgekotst. Een vrouw baart zijn lam – dat gaat eraan, elk lam is een offerlam. Wij zijn onnozel, we wilden poëzie zien maar in dit stuk snerpte eigenlijk meteen de nachtmerrie.

Het schaap wil terug naar de kudde, maar hij maakt de schapen bang (zo’n schaap schrikt, met zijn hele lijf). Hij is een mens. Zelf een nachtmerrie zijn – dat is het engste.