Recensie

Recensie Boeken

Fruitige poenies en piemels

Kinderboek Gouden Griffel-winnaars Bette Westera en Sylvia Weve maakten een wild, wulps en treffend kinderboek over seks: gedichten, quizjes en voorlichting ineen.
Illustratie Sylvia Weve

Hoe zou de seksuele voorlichting op Paleis Huis ten Bosch eruit zien? Het veelbekroonde duo Bette Westera en Sylvia Weve heeft ongetwijfeld hard moeten lachen toen deze vraag zich aandiende voor hun nieuwe kinderboek Seks is niks geks. En vast nog harder om wat ze daarna verzonnen: ronduit hilarisch is het inkijkje dat Maxima in de vermeend gewone opvoeding van de drie A-tjes geeft als zij ‘Miss Poenie uit Suriname’ tot winnaar uitroept van de landelijke ‘Miss Vagina Verkiezing’ voor het meest geschikte woord voor het vrouwelijk geslachtsdeel (zoals een penis piemel heet).

In haar toespraak vertelt de koningin – door Weve wild en wulps in haar karakteristieke groteske stijl verbeeld – hoe ze thuis nu allemaal het woord poenie in de paleisgangen voortdurend uitproberen. Daaraan toevoegend: ‘We hebben ook meteen briefjes op de kamerdeuren van de meisjes laten prikken met “heb je vandaag al een keer poenie gezegd?” Ze deden er eerst een beetje giechelig over, maar inmiddels weten ze niet beter meer. Aangezien Miss Poenie […] gewonnen heeft, wil ik – mede namens mijn man en dochters – iedereen vragen alle andere kutwoorden te schrappen.’

Abrikoos en wortel

Deze scène typeert de dames Westera en Weve die met hun dichtbundels Doodgewoon (2014, over de dood) en Uit elkaar (2019, waarin echtscheiding centraal staat) al eerder bewezen uit te blinken in het luchthartig tegemoet treden van lastige thema’s – ze kregen voor beide boeken de grootste Nederlandse kinderliteratuurprijzen, de Gouden Griffel én de Woutertje Pieterse Prijs.

Bovendien illustreert dit citaat treffend dat als het over seks gaat het ook over taal gaat, over hoe ongemakkelijk het kan zijn er over te praten. Vaak vervallen we in gegiebel, ‘alsof seks gewoon te leuk is voor woorden’, aldus het voorwoord. Uitgebreid aandacht is er daarom voor ‘hoe zal ik het zeggen’.

En de keuze is reuze: van de wetenschappelijke penis en vagina tot een rits ‘fruitige poenies en piemels’ (‘perzik, abrikoos, dadel’, ‘wortel’, ‘banaan’, ‘noten’) tot verneukeratieve ‘piemels op oorlogspad’ (‘roede, sabel, sloopkogel’). Ze komen allemaal voorbij, met als hoogtepunt ‘het enige echte Nederlandstalige Piemel en Poenielied’: een swingend pleidooi voor het standaard aanduiden van de penis als piemel en de vagina als poenie (wat eigenlijk zoveel als hemelse bloem betekent). Geestig zonder onderbroekenlollig te zijn en goed getroffen daarbij zijn de geraffineerd in elkaar overvloeiende beelden van twee hartstochtelijk dansende geslachtsdelen.

De eigenzinnige, achter de tekst en over de bladzijde doorlopende illustraties in zeegroen, oranje en licht geelgroen, spatten overigens sowieso allemaal van de pagina’s. Behalve dat Weve zich naar hartelust heeft uitgeleefd op alle vormen penissen en vagina’s die er bij mensen en dieren bestaan (‘de langste, de oudste, de best verstopte, de lulligste’) zijn er ook beelden die recht in het hart raken. Zoals, in het hoofdstukje ‘Seks bij mensen’, de expressieve, ogenschijnlijk in enkele losse lijnen neergezette afbeelding van een vrijende man en vrouw wier lijven vurig en liefdevol in en door elkaar lopen. Raak is ook het minimale meisjesportret met donker omrande ogen en de letterlijk en figuurlijk vertroebelde blik naast het gedicht ‘Verkracht’.

Schurende onderwerpen

Westera weet bij dit soort schurende onderwerpen knap de juiste toon te treffen. Waar Weve ruimte aan de verbeelding geeft, laat zij juist terecht weinig aan de verbeelding over. Seks is niet altijd ‘te leuk voor woorden’. Het gedicht ‘Verkeerde lijven’ begint bijvoorbeeld zo: ‘Ik ben geboren in een jongenslijf,/ maar in dat jongenslichaam zit een meisje./ Ik denk dus niet dat ik een jongen blijf’. Zodra het onderwerp het echter toelaat speelt Westera volop met taal. Neem ‘Bloter’: ‘Hoe groter/ hoe bloter het voelt/ om nog open/ en bloter dan bloot/ in mijn blootje/ te lopen’.

Waarin Seks is niks geks overigens verschilt van Doodgewoon en Uit elkaar is dat de soepel lopende gedichten worden afgewisseld met quizjes over dubbelzinnige woorden als ‘peniskoker’, ‘potloodventer’ en ‘eendenbek’, en laagdrempelige informatieve teksten. Die hybride vorm past bij het gevoelige onderwerp. Tegelijkertijd geeft die je soms te veel een gevoel dat je een voorlichtingsboekje leest. Maar dan wel het allerbeste in zijn soort.