‘Er was geen sprake van dat we in Limburg zouden blijven’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Na zijn studie reisde Michiel van Slobbe (70) door de Verenigde Staten tot hij het land uit werd gezet. In Nederland doet hij relatiebemiddeling.

Foto Simon Lenskens

‘Ik ben geboren in het zuiden van het land, uit ouders die daar niet vandaan kwamen. Mijn vader was directeur van de Laura en Julia-steenkoolmijnen, ik ben de derde van zes jongens. In de kerk was de voorste rij gereserveerd voor ons gezin. We gingen zes keer per week naar de kerk. Dat moest ook, het werd bijgehouden op school. Mijn moeder was zeer katholiek. Ze is gestorven toen ze 64 was. Op de avond na de begrafenis zei mijn vader: Zo, nu gaan we nooit meer naar de kerk. Hij is ook nooit meer geweest.

„Wij mengden niet met de mijnwerkers. Op school zat ik in de groep van de Hollanders, de kinderen van ingenieurs en beambten. Op zondagochtend was het zwembad open voor ons, dan waren we met zijn tienen of zo. ’s Middags zwommen de kinderen van de mijnwerkers, dan waren er wel tweehonderd in het bad. Wij werden op school niet geslagen met de klaarover-bordjes en wij gingen naar de middelbare – zij naar de Ondergrondse Vakschool. Superieur heb ik me nooit gevoeld. Dat mijn vader een goede baan had was zijn verdienste, niet de mijne.

„Na de middelbare school vertrokken mijn broers en ik, de een na de ander, uit Limburg. Er was geen sprake van dat we zouden blijven. „Wij zijn geen Limburgers”, zeiden mijn ouders altijd. Al waren ze heel actief in het verenigingsleven, in besturen, ze werden nooit echt geaccepteerd. Mensen bleven je zien als ‘die van boven de rivieren’.

„Ik ging de sociale academie doen in Amsterdam, precies in de tijd van de studentenrevoltes. Een meerderheid van de leerlingen besloot dat mijn hoofdvak, personeelswerk, niet thuishoorde op de sociale academie. Dus werd die opleiding gestaakt. Met twaalf anderen kon ik hem voortzetten op een andere plek in de stad. Aan de revoltes deed ik niet mee. Ik ging graag kijken als er reuring was, maar ik zou nooit een steen gooien naar de politie. Wel had ik lang haar en vriendinnetjes. En als mensen zeggen ‘je moet’ doe ik het juist niet.

‘Na mijn studie had ik geen idee wat ik wilde doen. Een jeugdvriend uit Heerlen, iedereen noemde hem Boy, zei: ‘kom bij mij langs’. Hij had op een strand in Portugal de man van zijn leven ontmoet en was met hem naar New York verhuisd. Ik kocht een enkeltje en trok bij hem in. Vanuit New York ben ik gaan liften door Amerika. Texas, LA, San Francisco. Later ook Mexico, Guatemala, Belize.

„Het was een mooie tijd. Ik was jong, had geen bindingen, geen geld. Van mijn vader kreeg ik geen cent, hij vond dat ik gewoon een baan had moeten zoeken. In Houston sliep ik voor 12 dollar per nacht in een hotel met kakkerlakken. ’s Ochtends vroeg stond ik langs de weg tussen Hondurezen, Mexicanen, Afro-Amerikanen, dan kon je worden opgepikt voor werk. Olievaten verrollen, klussen met asbest, verhuizingen. Mij kozen ze altijd, ik was jong, sterk en wit – opnieuw bleek ik bevoorrecht.

„Na twee jaar werd ik Amerika uitgezet. Tijdens mijn werk op een vuilniswagen in Harlem vroeg een politiepatrouille naar mijn green card. Ik werd in de boeien geslagen en na twee nachten in de cel op het vliegtuig naar Nederland gezet. „Ga je nu normaal doen?”, zei mijn vader. Ik ging in een kraakpand wonen, bij een van mijn broers, en begon mijn werkende leven als personeelsmanager, later zelfstandig interimmanager en executive searcher.

‘Ik was jong, sterk en wit – opnieuw bleek ik bevoorrecht’

‘Sinds ik met dat werk gestopt ben, zwerf ik zo’n drie maanden per jaar door de Verenigde Staten, nu in een huurauto. Niet naar de bekende plekken maar naar de Midwest, Kentucky, North en South Carolina. Ik spreek heel veel mensen. Wat doen ze, hoe leven ze? Hoe kan het dat zij hun hele leven happy zijn in een dorp waar ik zo snel mogelijk weg wil?

„Boy is altijd in Amerika blijven wonen. Hij is getrouwd met een man en rijk geworden als art-decodealer. Vorig jaar is hij overleden aan longkanker en hiv, ik ben erheen geweest om hem te verzorgen. Wij kwamen uit dezelfde straat in Heerlen, we vertelden elkaar alles. We hielden gewoon van elkaar. Op mijn huwelijksreis heb ik hem opgezocht met mijn vrouw, zij wilde hem ook weleens zien. Ik ben 29 jaar getrouwd geweest. Mijn vrouw is overleden toen ze 56 was, ook aan longkanker. Ik heb drie kinderen en vier kleinkinderen.

„Omdat ik het leuk vind, probeer ik mensen aan een partner te helpen. Dat was een idee van mijn vrouw tijdens de crisis van 2008, toen van het een op andere moment de interimopdrachten stopten. Als executive searcher zocht ik mensen uit voor bedrijven, mijn vrouw zei: relatiebemiddeling is eigenlijk net zoiets. Zij was toen al ziek. Ik heb een website gebouwd maar liet het weer liggen om haar te verzorgen.

„Twee jaar geleden ben ik echt begonnen. Het loopt als een trein. Mijn eigen vriendin ontmoette ik een jaar geleden bij vrienden. Ze is beeldend kunstenaar en woont in Goes.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl