Opinie

Diverse coalitie om het tijdperk Netanyahu te doen vergeten

Israël

Commentaar

Zelden kende Israël een coalitie die ideologisch zo breed uitwaaiert als de deze week aangetreden regering-Bennett-Lapid. Met slechts één stem verschil, schonk de Knesset zondag vertrouwen aan een kabinet waarin het rechts-nationalistische Yamina van premier Naftali Bennett samenwerkt met de centrumpartij Yesh Atid van Yair Lapid, de Arbeiderspartij en onder andere zelfs de conservatieve Arabisch-Israëlische partij Ra’am. Het disparate gezelschap van acht partijen wist elkaar na de verkiezingen van maart te vinden met als meest voorname motivatie Benjamin Netanyahu, ondanks zijn verkiezingswinst, van het premierschap af te houden.

Dat lijkt een fragiele basis voor stabiel landsbestuur. Maar de nieuwe regering is op zijn minst exemplarisch voor de Israëlische verdeeldheid die de laatste jaren door diezelfde Netanyahu is aangewakkerd. In een poging om ondanks drie lopende corruptiezaken de macht te behouden, zaagde hij gevaarlijk aan de pijlers van de democratie. Hij bracht justitie en politie, maar vooral ook de media, veelvuldig in diskrediet met complottheorieën en ongefundeerde beschuldigingen. Na vier verkiezingen in tweeënhalf jaar overheerste zelfs bij ideologische medestanders en ex-vertrouwelingen het besef dat een nieuwe regering van de Likoed-leider Israël en zijn instituties verder zou schaden. Zijn vertrek is het eind van een tijdperk. Het is voor Israël en het conflict met de Palestijnen hopelijk ook een terugkeer naar rechtsstatelijkheid.

Techmiljonair Bennett, die op papier over twee jaar het premiersstokje overgeeft aan Lapid, presenteerde zich de laatste maanden als een verbroederend figuur, tégen die verwoestende polarisatie. Zijn regering zal moeten laten zien dat het zonder sterke man Netanyahu en ondanks de ideologische verscheidenheid, toch mogelijk is om beweging in een aantal slepende dossiers te krijgen. Dat geldt in het bijzonder het door de nieuwe Amerikaanse president afgestofte nucleaire akkoord met Iran, waar ook in de nieuwe coalitie weinig enthousiasme over bestaat. En natuurlijk het conflict met de Palestijnen.

Want wie de balans van Netanyahu’s regeerperiode opmaakt, kan niet anders dan concluderen dat hij weinig geprobeerd heeft om dat conflict te kalmeren. Zijn kiezers prijzen hem om economische hervormingen, armoedebestrijding en bovenal interne veiligheid, maar het enige vredesplan waar hij ruimhartig zijn medewerking aan verleende was de op voorhand gedoemde ‘Deal of the Century’ van Trump. Dat akkoord diende in de eerste plaats Israël; de Palestijnen kwamen er bekaaid vanaf. De bouw van illegale nederzettingen is de laatste jaren ook gewoon doorgegaan en bleek geen beletsel meer voor normalisering van de relaties met een aantal Arabische landen. De terecht lang internationaal nagestreefde ‘tweestatenoplossing’ is inmiddels verder weg dan ooit.

Netanyahu cultiveerde relaties van Israël met rechtse populisten elders in de wereld, in het bijzonder Trump. Met zijn optredens voor conservatieve evangelische groepen vervreemdde hij zich van het deel van de Amerikaans-Joodse gemeenschap dat overwegend Democratisch stemt. Steun aan Israël werd integraal deel van de Amerikaanse cultuuroorlogen. Met een nieuwe Amerikaanse regering is het aan Bennett en Lapid om de traditioneel belangrijke bondgenoot weer onpartijdig aan boord te krijgen.

De oud-premier geeft zich ondertussen niet gewonnen. Ook op dat vlak volgt hij de agenda van de voormalige Amerikaanse president. De verkiezingen van maart kenden „de grootse fraude in de geschiedenis van Israël”, zei hij zondag in het debat in de Knesset. Een officiële ceremonie was niet aan hem besteed. Hoe meer Benjamin Netanyahu zich ingraaft, hoe groter de noodzaak van de nieuwe regering om een hechte eenheid te smeden.