De christen-democratie is groter dan het CDA

Zonder CDA geen ‘christen-democratie’ menen CDA’ers, maar al in 1869 stond het woord in een krant, schrijft .

‘Niets minder dan de toekomst van de christendemocratie in Nederland staat op het spel.” Dat schreven CDA-leden onlangs aan het partijbestuur in een oproep om zo snel mogelijk een partijcongres te organiseren.

De achterliggende gedachte is kennelijk: zonder het CDA geen christen-democratie. Dat roept ten minste twee vragen op: wat verstaat het CDA onder christen-democratie en sinds wanneer bestaat dat begrip?

Het CDA bestaat sinds 1980. Het ontstond uit een fusie tussen de gereformeerde Anti-Revolutionaire Partij (ARP, opgericht in 1879), de Nederlands-hervormde Christelijk-Historische Unie (1908) en de Katholieke Volkspartij (1945).

Wat het CDA onder christen-democratie verstaat, is mij niet altijd even duidelijk. Je hoort CDA-politici graag zalven over naastenliefde, zorgen voor elkaar en rentmeesterschap, maar in de praktijk zie je, net als bij veel andere politieke partijen vechtende haantjes die elkaar ten gronde proberen te richten gecombineerd met slordig of creatief penningmeesterschap, zeker de laatste tijd.

Laten we dus uitwijken naar een definitie van een onafhankelijke taalscheidsrechter. Volgens de Dikke Van Dale is de christen-democratie een „leer en politieke beweging die streeft naar een democratische maatschappij op christelijke grondslag”.

Lachwekkende zelfoverschatting

Staat dit gedachtengoed werkelijk op het spel als het CDA bij de komende verkiezingen – ik vermoed ergens dit najaar – wordt afgestraft door de kiezers? Dat lijkt mij een lachwekkende zelfoverschatting. De christen-democratie is een ideologie – groter dan de poppetjes, groter dan één specifieke partij, uitgedragen door meerdere partijen.

In theorie zou het nog zo kunnen zijn dat het CDA, of een van de daarin gefuseerde partijen, deze ideologie als eerste lanceerde. Daarmee zou die dan een soort claim erop kunnen leggen, zoals Marx op het marxisme. Maar nee, ook dat is niet het geval.

De woordcombinatie christelijk-democratisch duikt bij mijn weten voor het eerst op in 1869. De Opregte Haarlemsche Courant schreef toen over paus Pius IX: in plaats van hem „wegens dit christelijk-democratisch gedrag met smaadredenen te vervolgen, behoorden de welmeenende vrienden des volks hem deswege toetejuichen en hem in die taak te ondersteunen”.

Dit was tien jaar voor de oprichting van de ARP en 111 jaar voor die van het CDA. Het gaat hier overigens niet om ‘een geïsoleerde vindplaats’, zoals taalkundigen dat noemen: christen-democraat en christelijk-democratisch duiken daarna regelmatig op, samen met onder meer christelijk-sociaal-democratisch. Dus ter geruststelling van bezorgde CDA-leden: de toekomst van de christen-democratie is stellig niet verbonden met het lot van alleen deze dwalende middenpartij met scherpe flanken.

Lees ook deze analyse over het CDA: De impasse in het CDA is compleet