Recensie

Recensie Boeken

Een fascinerende biografie (●●●●●) over dé boekhandelaar in de hoogste kringen van Florence

Boekdrukkunst De 15de-eeuwse ‘koning van de boekhandelaren’ Vespasiano da Bisticci hield tegen de klippen op vast aan het handgeschreven boek. Hij zag het verkeerd, maar had grote verdiensten, blijkt uit een fascinerende biografie.

Portret van Federico da Montefeltro, een klant van Vespasiano, en zijn zoon Guidobaldo (ca. 1475, schilder betwist)
Portret van Federico da Montefeltro, een klant van Vespasiano, en zijn zoon Guidobaldo (ca. 1475, schilder betwist)

Overstappen op de drukpers? Dat nooit! De Florentijnse boekhandelaar Vespasiano da Bisticci (1421-1498) piekerde er niet over om in zijn winkel handbeschreven perkament te vervangen voor bedrukt papier. En hij raadde al zijn klanten met klem af gedrukte boeken te kopen. Die zouden in hun bibliotheek ‘maar bleekjes afsteken’ bij de met een ganzenveer gekopieerde codices die er stonden.

Vespasiano’s klandizie bestond niet uit de minsten: onder meer de bankiers en mecenassen Cosimo en Lorenzo ‘il Magnifico’ de Medici, en de koningen Alfons en Ferrante van Napels kochten rijkelijk versierde manuscripten bij hem. Het leverde Vespasiano de bijnaam ‘de koning van alle boekhandelaren op’. Ondanks zijn voorname positie – of misschien juist wel daarom – zat hij er met zijn afwijzende oordeel over het gedrukte boek helemaal naast: het door hem zo geliefde handschrift zou er door worden weggevaagd.

De Canadese auteur Ross King (1962) heeft het leven van deze door de vooruitgang verpletterde Florentijn met flair opgetekend in De boekhandelaar van Florence. Over de renaissance, de boekdrukkunst en de veranderende kracht van ideeën. Het boek bulkt van de intrigerende personages, gruwelijke oorlogen, moord en doodslag, wetenschappelijke ruzies en religieuze stammenstrijd. En overal tussendoor loopt Vespasiano da Bisticci (door King consequent met zijn voornaam aangeduid), die met iedereen correspondeert en goede banden onderhoudt.

Bij boekwetenschappers en historici was Vespasiano al een tijdje bekend, door zijn Vite di uomini illustri del secolo XV, een in 1839 in de collectie van het Vaticaan herontdekt manuscript waarin hij de levens beschrijft van de vooraanstaande personen met wie hij te maken had gehad. King is de aangewezen auteur om deze zakenman nu aan een breder publiek voor te stellen. Hij publiceerde eerder over architect Filippo Brunelleschi, alleskunners Leonardo da Vinci en Michelangelo Buonarroti en schilder Claude Monet. In die boeken lag de nadruk niet op kunsthistorische analyses, maar op het tot leven wekken van de hoofdpersonen en hun tijd. Zo ook in De boekhandelaar van Florence.

Handwerk

Vespasiano werd geboren in Santa Lucia a Bisticci, een gehucht iets buiten Florence, als de zoon van een wolhandelaar. De knaap ging tot zijn twaalfde naar school, maar moest toen de boeken dichtklappen om bij een vakman in de leer te gaan. Dat werd Michele Guarducci, die een winkel had in de Boekhandelstraat in Florence waar hij boeken maakte en verkocht.

Het vervaardigen van boeken was aan het begin van de vijftiende eeuw een tijdrovende klus. Een kopiïst moest de manuscripten met de hand overschrijven. De vellen perkament waarop ze dat deden, waren meestal gemaakt van schapen- of geitenhuid, soms van ezelhuid en als de klant veel geld had van kalfshuid. Wanneer de kalligrafie voltooid was, gingen illustratoren aan de slag om de beschreven vellen te verluchtingen met miniaturen en margeversieringen. Tot slot moest alles op een naaibank met behulp van leren stroken worden ingenaaid en vervolgens ter bescherming tussen houten platen worden geklemd.

Vespasiano begon met eenvoudig handwerk, maar toonde al snel ook interesse voor wat er op het perkament te lezen was. Dat was niet zo gek, want de winkel in de Boekhandelstraat was meer dan alleen een plek waar je kwam om een codex te kopen: het was ook een clubhuis waar de intellectuele Florentijn kwam om met gelijkgestemden te converseren. Tijdens zijn werk hoorde Vespasiano zo wat er speelde in dit milieu.

Dat was een boel. Het idee van de Middeleeuwen als een duistere tijd vol onwetendheid is door historici allang naar het rijk der fabelen verwezen, maar dat laat onverlet dat er in het Italië van de vijftiende eeuw iets bijzonders gebeurde. Geleerde mannen gingen op zoek naar werken uit de Oudheid, omdat ze meenden dat boeken van Romeinse auteurs als Cicero en Quintilianus en Griekse filosofen als Plato een Aristoteles kennis bevatten die de bevolking van het Italiaanse schiereiland kon terugbrengen naar haar glorieuze verleden. Deze queeste leidde uiteindelijk niet tot een hernieuwde wereldheerschappij, maar leverde wel een grote bloei op van de Italiaanse cultuur.

Christelijke klassiekers

Vespasiano’s baas Michele Guarducci overleed in 1452, maar dat maakte voor de dagelijkse praktijk in Florence weinig uit. Hij was al een tijdje mede-eigenaar van de winkel en sowieso de drijvende kracht achter de groei van de handel. De wolhandelaarszoon zette zich onvermoeibaar in voor de ontsluiting en verspreiding van de kennis van de Ouden. Zo verzorgde hij een uitgave van het volledige werk van Plato dat terechtkwam in de bibliotheek van de heer van Urbino, de gevreesde legeraanvoerder Frederico da Montefeltro.

Ook christelijke klassiekers waren bij hem in goede handen. Hij produceerde bijvoorbeeld een prachtige uitgave van Augustinus’ De civitate Dei, voor vijftig florijnen per band. Om een idee te geven van hoe duur dat was: Vespasiano zelf streek in zijn hoogtijdagen zo’n 75 florijnen winst per jaar op.

De hoge prijs van een handgeschreven codex was één van de redenen dat de boekdrukkunst in de tweede helft van de vijftiende eeuw zo snel aansloeg. In de duizend jaar tussen de ondergang van het Romeinse Rijk en het jaar 1500 werden er in West-Europa zo’n 10,8 miljoen manuscripten vervaardigd. Bijna de helft hiervan – 4,9 miljoen – werd in de vijftiende eeuw afgeschreven, waarvan 1,4 miljoen door kopiisten in Italië. Maar de markt voor kennis was nóg groter, mits het boek betaalbaar was. De drukpers zorgde daarvoor. Tussen 1454 en 1500 verschenen omstreeks 12,5 miljoen gedrukte boeken in Europa – meer dus dan alles wat in het hele millennium ervoor was gekopieerd.

Vespasiano kon het allemaal niet aanzien, schrijft Ross King: ‘In zijn ogen was het een minderwaardig product (…). Hij had bedenkingen bij zowel de inhoud als de uitvoering van gedrukte boeken, en keurde publicaties in de volkstaal af want die waren bedoeld voor een veel minder verfijnd en erudiet lezerspubliek dan dat van hemzelf.’

Sodomie en woeker

Wat alle oorlogen tussen pausen, koningen het hertogen niet voor elkaar kregen, lukte de drukpers wel: Vespasiano stopte ermee, in 1480. In een huisje in de heuvels buiten Florence zette hij hierna zijn gedachten op schrift. Naast zijn Vite di uomini illustri del secolo XV schreef hij het wanhopige pamflet Klaagzang voor Italië dat Otranto in Turkse handen liet vallen (dat was in 1480 gebeurd). Vespasiano brak de staf over zijn landgenoten vanwege hun zonden, waaronder sodomie en woeker. Alle ellende in Italië zag hij als de wraak van God op een verdorven volk. De enige verlossing lag in de Heilige Schrift.

‘Deze verbitterde overwegingen bieden zicht op bijkomende redenen waarom Vespasiano afscheid van de boekhandel had genomen’, schrijft King. ‘Hij had het grootste deel van zijn leven gewijd aan het verspreiden van de wijsheid van de antieke letteren met hun aanwijzingen hoe mensen zich een goed burger konden tonen en een betere samenleving konden opbouwen. (…) Maar eind jaren 1470, als het niet eerder was, leek Vespasiano zijn vertrouwen te zijn verloren dat de klassieken de wereld konden verlichten.’

Alles leek voor niks geweest. De bibliotheken die anno 2021 in het gelukkige bezit zijn van een ‘echte Vespasiano’ zullen daar anders over denken, en de lezers van Kings boek ook. Vespasiano da Bisticci heeft zich onder moeilijke omstandigheden onvermoeibaar ingespannen om kennis te verspreiden. Daarvoor verdient hij een standbeeld – en dit boek is dat geworden.