Foto Frank Ruiter

Interview

Dragqueen Sander den Baas: ‘Ik mag me als hond verkleden, of als heks. Maar niet als vrouw’

Lunchinterview Sander den Baas (37), bekend als dragqueen Lady Galore, schreef het boek Glitter maakt alles beter. „Hoe ik eruitzie, mag geen reden zijn me te discrimineren.”

Aan zijn volle lippen en omhoog gekrulde mondhoeken herken ik de man achter Lady Galore, een van Nederlands bekendste dragqueens. Hij appte een kwartier eerder dat hij al aan „een theetje” zat op het terras. Zonder pruik, jurk en uitbundige make-up is hij Sander den Baas (37), bleke huid, bruine ogen, baard van een paar dagen. Zijn stem is aangenaam warm en laag. Zijn handen – slank en sierlijk – vissen uit de plastic tas naast hem op de stoel het eerste exemplaar van zijn boek Glitter maakt alles beter. Hij aait de kaft met daarop een foto van zijn platinablonde alter ego.

De 2Doc-documentaire Galore van drie jaar geleden, zegt hij, ging vooral over hém. In dit boek vertelt hij meer over drag als fenomeen – mannen die zich als vrouw verkleden is zo oud als de mensheid. Drag is de overtreffende trap van travestie: waar een travestiet er meestal plezier in schept zichzelf als ‘gewone vrouw’ te kleden, gaat de queen vol voor glitter en glamour. De transformatie van man naar vrouw kán een seksuele lading hebben, maar dat hoeft niet. En ja, dragqueens floreren in de homoscene, maar ook daarbuiten ontpoppen ze zich tot beroemdheden, vooral sinds presentator RuPaul grote competities tussen drags op de Amerikaanse televisie bracht. Queens zijn meestal homo, maar niet altijd. Vals en bitchy doen lijkt erbij te horen, maar zachtaardig plagen, zoals Galore doet, kan net zo goed.

Sander den Baas vertelt de lezer ook hoe en waarom hij zo’n vijftien jaar geleden Galore bedacht, en hoe „veilig en zelfverzekerd” hij zich voelt als hij haar is. Hij ontkwam er niet helemaal aan, zegt hij, iets te vertellen over het ellendige begin van zijn leven, zijn depressies en de steun en toeverlaat die Galore toen voor hem was. Toch is drag voor hem eerst en vooral een kunstvorm. „Entertainment.” En zijn broodwinning: als Galore treedt hij op, ze presenteert in Nederland en ver daarbuiten. En elk jaar verzorgt hij een podium voor dragqueens op dancefestival Milkshake in Amsterdam.

De QR-code van de menukaart heeft hij al gescand, zegt hij, en nou had hij bedacht dat het misschien leuk was om de driegangenlunch te doen – voor, hoofd, na. Twijfel, twijfel. Toetje of liever een plankje kazen van Kef, wat wel weer goed zou passen bij zijn roots. „Mijn moeder is Frans”, zegt hij. En in één adem door: „Ik heb haar nu al elf jaar niet gezien.” Zij zette toen hij 15 was zijn ingepakte tas bij de deur, met een briefje erbij: ‘Ik wil geen flikkers in huis.’ „Mijn zussen, één ouder, één jonger, hebben sinds de scheiding van onze ouders ook nauwelijks nog contact met haar.” Tussen hem en zijn vader – dat vindt hij belangrijk om te zeggen – is alles nu goed. Zijn vader was een marineman, net als diens vader. „En dan leert je zoon voor schoonheidsspecialist. Dat was wel een dingetje.” Maar zijn vader is veel zachter geworden, zegt hij, geïnteresseerd. „Hij vindt het nu leuk dat ik een soort van vriend heb.”

Vingers tegen zijn slapen – „focussen nu” – en terug naar de menukaart. Sukade, asperges en dan misschien toch de rabarbercompote?

Kun je, vraag ik voorzichtig, wel zoveel eten? Hij is zestig kilo afgevallen na een gastric bypass, nu drie jaar geleden. Past al dat eten wel in zijn kleinere maag? O ja, zegt hij en lacht. „In mijn hoofd ben ik nog dik.” Tot zijn 34ste was hij slank in een dik lichaam. „Ik zeulde rond met iets wat niet bij me hoorde.” Voor Galore vond hij vol zijn prachtig, maar als Sander was hij altijd moe en leed hij onder zijn gewicht en de pijn aan zijn gewrichten. Met de maagoperatie nam hij welbewust het risico dat hij Galore zou verliezen, „want wie zat er te wachten op mij als dunne drag?” Het was zijn eerste keuze ooit voor Sander, zegt hij. „Daarvoor ging al mijn geld in Galore zitten, maar dit jaar heb ik al vier paar schoenen voor mezelf gekocht.” Even onder tafel kijken. Zwarte Nikes, maat 43.

Vet met heimwee

Galore is er nog. Voor haar verzon en maakte hij nieuwe looks en outfits. Klassiek, elegant, chic. Over the top, dat zeker, maar nooit ordinair. Ze ging afgelopen jaar niet op tournee naar India, Roemenië en Amerika, wegens corona. Ze deed wel, achter de computer, presentaties voor bedrijven over diversiteit en teambuilding. Soms een pubquiz. „Maar ik heb ook een Playstation gekocht om thuis te gamen. En we deden een cursus cocktails maken. Elke avond feest.” Hij klopt op zijn flanken, waar zijn „vet met heimwee” dreigt terug te keren. ‘We’, dat zijn hij en zijn „soort van vriend”. „Als hij zijn vrienden en familie op de Filippijnen durft te vertellen dat hij met mij is, dán hebben we een relatie. Tot die tijd zeg ik dat hij een soort van partner is.”

We houden het op een hoofdgerecht voor hem, een voorgerecht voor mij, en één kaasplank na. Zelf vond hij homo-zijn nooit een probleem. Dat anderen dat wel vonden, heeft hij gemerkt en gevoeld. Wat mensen, mannen vooral, nog bozer kan maken dan een man die homo is, is een man in vrouwenkleren. „Ik mag me als hond, als heks en als monster verkleden. Maar als vrouw over straat, dát mag niet.” Hij denkt te weten waarom dat zo is: „Mannen willen niet dat een van hen zich verlaagt tot wat zij zien als het zwakke geslacht.” Of ze zijn bang, zeg ik, verleid te worden door een vrouw die geen vrouw blijkt te zijn? Brede glimlach: „Bij mij is dat geen vraag, ook met een jurk aan ben ik overduidelijk een man.” Heteroseksuele mannen biechten hem wel eens op dat ze „heus niet bi zijn” maar toch op Galore vallen. „Thanks, dan heb ik het goed gedaan. Helemaal niet erg als hetero’s een beetje gaan twijfelen. Ik ben ook weleens verliefd geweest op een man die geboren was als vrouw en nog in transitie was, daar raakte ik ook van in de war. Sekse en seksualiteit zijn niet zo zwart-wit.”

Niets afpakken

Hij begrijpt de angst voor queens – zelf was hij vroeger als de dood voor maskers, clowns en zwarte pieten. Zelfs de aversie van hetero-mannen probeert hij te snappen. Wat ontbreekt, begin ik, is waarom vrouwen moeite kunnen hebben met verklede mannen. Drags begeven zich op vrouwenterrein, en met hun overdreven kleren, make-up en maniertjes maken ze een karikatuur van ‘ons’. Zelfs het vrouw-zijn wordt ingelijfd door mannen. „Oooh”, stoot Sander den Baas verbaasd uit. „Dat vind ik echt heel lullig om te horen.” Stilte. Sorry, zegt hij. En, lachend, nog een keer. „Ik ervaar het totaal niet zo, ik probeer niks af te pakken, ik ben gewoon bezig met mezelf te zijn.” En hoezo, zegt hij ineens vinnig, zijn jurken, hoeden, felle kleuren en hoge hakken alleen voor vrouwen? „Jullie mogen al kinderen baren, weet je hoe jaloers ik daar op ben?”

Maar neem nou dat tv-programma waaraan hij meedeed, De diva in mij. Vrouwen worden daarin door drie drags geholpen zich weer vrouw te voelen. Best gek, toch? „Die vrouwen hebben allemaal een verháál, ze zijn de liefde voor zichzelf en voor hun uiterlijk verloren. We proberen ze uit hun comfortzone halen door hen in drag te steken.”

Zo’n totale transformatie naar een ander personage kan bevrijdend zijn, zegt hij. Voor hem werkt het zo. „Drag was mijn veilige plek.” De tijd dat hij zich beter voelde in drag dan als zichzelf, is niet meer. „Ik vind het leuk om die rol te spelen, maar bh’s zijn martelwerktuigen. Hakken, pruik, drie paar panty’s, dikke lagen make-up, nepwimpers. Alles is oncomfortabel.” De reacties op straat maken hem ook steeds opstandiger. Als Galore neemt hij altijd de taxi, maar zelfs op het kleine stukje van zijn voordeur naar de auto, roepen voorbijgangers hem na. „Omdat ik me zo kleed, is het oké om maar te roepen wat je daarvan vindt?” Nou ja, zeg ik, dat overkomt wel meer vrouwen. „Jaja, het oude verhaal van als een meisje een rokje draagt, vraagt ze erom. Wat een onzin. Ik vraag nergens om, ik ben mijn werk aan het doen. En zelfs al was het niet mijn werk, hoe ik eruitzie mag geen reden zijn me te discrimineren.”

Hij schuift de kaasplank mijn kant op. „Ik zit best vol.” En dan komt hij terug op de suggestie dat drags vrouwen beconcurreren. „Dat is zo niet waar. Bij drag gaat het om de transformatie, hoe extremer die is, hoe meer waardering ik ervoor heb. Een behaarde trucker die zich in een paar uur omtovert tot beeldschone diva, dát is de kunst.” Hij bladert in zijn boek, op zoek naar die ene foto waarop hij zichzelf nauwelijks herkent. Ah, hier. Galore in strapless jurk kijkt zwoel over haar schouder in de camera. „Zo kwetsbaar, zo glad, zo zag ik mezelf nog nooit.” Om daarna te vertellen dat het jurkje damesmaat 34 was, verknipt, vastgenaaid en met plakband op zijn lijf zat geplakt.

Hij wijst naar mij. „Jij bent, neem ik aan, een vrouw. Zoals jij zit…” Benen gekruist, voorover gebogen, niks bijzonders. „Dat kost mij in drag zoveel moeite. Als ik even ontspan…” Benen wijd, onderuitgezakt. „Ik ben als man al niet heel vrouwelijk. Ik wil ook helemaal geen vrouw zijn, en zelfs als vrouw ben ik niet supervrouwelijk. Wat ik wil is: een mooie drag zijn. Maar ik blijf altijd een vent in een jurk.”