Necrologie

Icoon van de onafhankelijkheidsstrijd die zich laat bekeerde tot de democratie

Kenneth Kaunda (1924-2021) Kenneth Kaunda, de gevoelige ex-president van Zambia, dwong respect af, mede door vreedzaam de macht over te dragen.

De Zambiaanse president Kenneth Kaunda in 1978.
De Zambiaanse president Kenneth Kaunda in 1978. Foto Lehtikuva / AFP

Hij behoorde ontegenzeggelijk tot de grote Afrikaanse onafhankelijkheidsstrijders. Julius Nyerere (de latere president van Tanzania), Joshua Nkomo (later vicepresident van Zimbabwe) en Hastings Banda (die Malawi ging leiden): Kenneth Kaunda ontmoette ze allemaal in 1958, op het congres over ‘de Afrikaanse geweldloze revolutie’ in het presidentiële paleis in Accra. Daar ontving de Ghanese leider Kwame Nkrumah tussen het marmer en de kroonluchters ‘revolutionairen’ uit heel Afrika.

Net als zij streed Kaunda, die donderdag op 97-jarige leeftijd in Lusaka overleed, vanuit het toenmalige Noord-Rhodesië voor onafhankelijkheid, in zijn geval van de Britse kolonisator. Voor die strijd was hij toen al twee keer in de cel beland, onder meer wegens het verspreiden van ‘illegale’ pamfletten.

Twee jaar na het congres, en geïnspireerd door Martin Luther King die hij tijdens een bezoek aan de VS ontmoette, begon Kaunda met zijn campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid tegen de Britten – met wegblokkades en door brand te stichten in overheidsgebouwen. In 1964 verkreeg zijn land op vreedzame weg de vrijheid, via de onderhandelingen met de Britten. Kaunda werd de eerste democratisch gekozen president van wat inmiddels Zambia heette – een post die hij 27 jaar zou behouden.

Eénpartijstaat

Kaunda werd in 1924 geboren nabij de grens met Congo, als zoon van een dominee van de Church of Scotland. Hij was een pientere leerling en werd leraar – werk dat hem in het toenmalige Zuid-Rhodesië bracht. Daar ervoer hij voor het eerst racisme, door witte kolonisten die er de dienst uitmaakten.

Hij verachtte het, en zou er zijn hele leven tegen blijven strijden. De bevrijdingsbewegingen Zapu en ANC, die streden tegen respectievelijk het blanke minderheidsbewind in Rhodesië en Zuid-Afrika, steunde hij later volop. De ANC-ballingen waren welkom en de guerrillero’s van Zapu liet hij militaire bases inrichten in Zambia.

Als president gedroeg Kaunda zich zoals meer Afrikaanse leiders van zijn generatie. Ook hij vormde zijn land om tot een éénpartijstaat, in 1970, geleid door zijn Verenigde Nationale Onafhankelijkheidspartij (UNIP). Ook hij liet een deel van de economie nationaliseren, waaronder de kopermijnen, waar het land 90 procent van zijn buitenlandse deviezen mee verdiende. In zijn boek Africa, Altered States, Ordinary Miracles citeert Richard Dowden uit een „adembenemend bizarre brief” die Kaunda eind jaren zestig naar alle bedrijven stuurde met het verzoek „de staat een belang van ten minste 51 procent in hun ondernemingen” te geven.

De staatsbemoeienis met de economie zorgde mede voor de economische malaise begin jaren negentig, waardoor de Zambianen genoeg van hem kregen, wat de bevolking met massale straatprotesten liet blijken.

Hoewel Zambia niet tot de ergste dictaturen behoorde op het continent, waren autoritaire trekken Kaunda en zijn regering niet vreemd. Tegenstanders liet hij opsluiten en ook martelingen en ‘schijnexecuties’ kwamen voor in de Zambiaanse gevangenissen. Toen begin jaren negentig na de val van de Sovjet-Unie overal in Afrika landen onder druk kwamen te staan om een meerpartijendemocratie in te voeren, verzette hij zich daar lang tegen. Nadat verkiezingen niet meer te vermijden waren – ook de VS drongen daar op aan – zette hij alle staatsmiddelen in om het zijn concurrenten moeilijk te maken.

Maar toen in oktober 1992 de oud-vakbondsman Frederick Chiluba en diens partij MMD als duidelijke winnaar uit de bus kwamen, legde hij zich daar gracieus bij neer. Hij gaf Chiluba een rondleiding door het presidentiële paleis en hield een ruimhartige, indrukwekkende afscheidsspeech op televisie. „Nog bij de tv-studio ontdeed hij zijn limousine van de presidentiële kenmerken, overhandigde die wenend aan zijn chauffeur, waarna hij zich liet wegrijden”, beschrijft Martin Meredith de scene in het boek The State of Africa.

Zambia rouwt om het heengaan van een Afrikaanse icoon

Edgar Lungu president van Zambia

Witte zakdoek

Kaunda stond bekend als een emotionele man die wel vaker een traan liet tijdens een optreden in het openbaar, om die vervolgens weg te vegen met de witte zakdoek die hij steevast om de vingers van zijn linkerhand had gewikkeld. Zijn toespraken doorspekte hij met bijbelteksten en verwijzingen naar het humanisme, waarover hij twee boeken schreef. Ook pakte hij graag de gitaar, en kon zomaar een lied gaan zingen, zoals een BBC-journalist in 2006 ervoer.

In de dertig jaar na het eind van zijn presidentschap, gedroeg Kaunda zich als gerespecteerd elder statesman en werd ook zo behandeld door zijn opvolgers. Toen hij zondag in het ziekenhuis werd opgenomen met wat later een longontsteking bleek te zijn, vroeg de huidige president Edgar Lungu de bevolking voor Kaunda te bidden, uit dank voor alles wat hij voor het land heeft gedaan. Donderdag kondigde de president drie weken van nationale rouw af, wegens het heengaan van, zoals hij schreef op zijn Facebookpagina, „een ware Afrikaanse icoon”,