Opinie

Waarom weggooien zo moeilijk is

Marc Hijink

Dankjewel. Volgens de Japanse opruimgoeroe Marie Kondo moet je dat woord hardop uitspreken om afscheid te nemen van overtollige bezittingen en daarmee de kwaliteit van je leven verbeteren. Dankjewel, oude kleren. Dankjewel, oude computer en hifi-set. Nog één keer vasthouden, en dan weg ermee.

Ontspullen, zoals Kondo het predikt, was niets voor mijn vader. Hij behoorde tot de bewaargeneratie. Als techneut en reparatiegoeroe hamsterde hij alles wat van pas zou kunnen komen; later, ooit, misschien, heel of in onderdelen. Op elk apparaat werd de aankoopdatum vereeuwigd met watervaste stift.

Zoveel zuinigheid en vlijt bouwt huizen als kastelen. Maar als de kasteelheer overleden is, gaat zijn koninkrijk alsnog naar de kringloop. En naar het grofvuil, 1.480 kilo om precies te zijn.

Je ouderlijk huis leeghalen vreet energie. Er is opgeruimd, maar het opgeruimde gevoel ontbreekt. De wegwerpvrees is bovendien erfelijk, want ik herken de drie bewaarsmoezen van mijn vader bij mezelf. Het zijn drie weetjes:

1) Je weet maar nooit – vandaar dat ik nog dozen vol oude kabels en pluggen bewaar.

2) Weet je nog wel – uit nostalgie bewaar je je eerste telefoon of je eerste fototoestel, spelcomputer, et cetera.

3) Weet je wat dat gekost heeft? Ooit een rib uit je lijf, nu geen stuiver meer waard. Het is lastig om dat te accepteren.

Volgens Marie Kondo is maar één vraag belangrijk: does it spark joy? – geeft een ding je plezier? Anders kan het weg.

Veel mensen maakten van het coronajaar een Kondo-jaar om ruimte te maken in huis. Volgens de kringloopbedrijven is in 2020 een recordaantal tweedehands spullen opgehaald. Ook werd meer oude apparatuur afgedankt. Stichting OPEN, die in Nederland de inzameling van e-waste regelt, meldde afgelopen maand dat er 125 miljoen kilo aan afgedankte elektronica en lampen is ingezameld. Keurig gescheiden, zodat grondstoffen opnieuw gebruikt kunnen worden. Ondanks dat record komen we nog niet aan het gewenste e-waste inzamelquotum van 65 procent. En dat gaat ook niet gebeuren, want we kopen veel te veel nieuwe spullen.

Jan Vlak, directeur van Stichting OPEN, legt aan de telefoon uit hoe het inzamelquotum wordt berekend: je neemt het gewicht van alle elektronica die op de markt is gebracht – gemiddeld over de laatste drie jaar – en deelt dat door de kilo’s elektronica die is ingeleverd bij 13.000 Wecycle inzamelpunten.

We kopen veel meer dingen met stekkers en accu’s; van 316.000 ton in 2016 naar ruim 700.000 ton in 2020. Zeker in het coronajaar zijn veel spullen gekocht. Laptops, beeldschermen, wifi-hotspots, elektrisch verstelbare bureaus. En nu: tv’s, ventilators, airco’s en keukenapparatuur – niet aan te slepen.

Populaire producten als zonnepanelen en e-bikes worden massaal gekocht maar nog lang niet weggegooid, zegt Vlak. Als zulke elektronica langer dan tien, vijftien jaar meegaat, daalt het inzamelquotum. „We zitten nu op 48 procent. Als je de zonnepanelen buiten beschouwing laat, is het 58 procent.”

Dat inzamelquotum, opgelegd door de overheid, is dus een perverse prikkel, vindt Vlak. Er wordt niet gelet op langere levensduur van spullen. En het aantal ingezamelde kilo’s zegt niets over de hoeveelheid gif die niet in het milieu terechtkomt, de herbruikbare onderdelen of de vermeden CO2-uitstoot.

Vlak heeft niets tegen het kopen van nieuwe elektronica – al die apparatuur heeft het afgelopen jaar de economie op afstand draaiende gehouden. Maar er valt niet tegen in te zamelen. „Het zou mooi zijn als mensen net zoveel aandacht besteden aan het weggooien, als aan het kopen van nieuwe spullen.”

Die uitspraak kan zo op een tegeltje. Naast die ene van Marie Kondo: does it spark joy?

Marc Hijink schrijft op deze plaats elke woensdag over technologie. Twitter: @MarcHijinkNRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.