Opinie

Vertrek Omtzigt toont aan dat het CDA een dolend geheel is

Partijcrisis

Commentaar

Het vertrek van Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt uit het CDA is veel meer dan een interne partijkwestie. Het CDA is een dwars, vasthoudend en analytisch sterk Kamerlid kwijt. Omtzigt kondigde zaterdag aan dat hij na zijn terugkeer in Den Haag verder zal gaan als onafhankelijk Kamerlid. De komende maanden zit hij overigens nog ziek thuis, herstellend van oververmoeidheid. Soms is een politieke scheiding onontkoombaar, maar het is de vraag of dat in deze situatie ook zo was. Omtzigt lag in het CDA al jaren moeilijk. Hij werd gezien als een eigenzinnige Einzelgänger, met wie het lastig samenwerken is. Dat mag zo zijn, maar Omtzigts vertrek is een nederlaag voor het CDA. Dualisme, een kritische houding, doorvragen – dit moet ook in een regeringsfractie kunnen. Sterker nog: het zou normaal moeten zijn.

Nu blijft het beeld hangen dat Omtzigt het leven intern onmogelijk is gemaakt. Vorige week lekte een 76 pagina’s tellend memo uit, dat Omtzigt had geschreven voor een onderzoekscommissie onder leiding van Liesbeth Spies. Omtzigt doet daarin harde beschuldigingen die om een weerwoord vragen. Dat is nauwelijks nog gekomen. Het CDA heeft veel uit te leggen. Over de interne sociale veiligheid, over de manier waarop met tegengeluiden wordt omgegaan, over machtsdenken en over de invloed van geldschieters op de partijkoers. Op niet één van die kwesties is een bevredigend antwoord gekomen van de partijtop.

Vooral de beschuldiging dat donoren mede de koers bepalen is ernstig. Omtzigt betichtte de partij ervan geld te hebben aangenomen van drie geldschieters. Het antwoord van het CDA was, enkele dagen later pas, dat het ging om één geldschieter, ondernemer Hans van der Wind. Hij had „op geen enkele manier de inhoudelijke koers van de partij kunnen beïnvloeden”, aldus het CDA. Dat is een opvallende verklaring. Van der Wind is ook voorzitter van de commissie fondsenwerving van het CDA, en in die rol juist heel druk bezig met de koers van de partij, direct of indirect. Van der Wind deed zijn beklag over het gebrek aan inkomsten in de campagnekas onder, toen nog, lijsttrekker Hugo de Jonge. Kort daarna was De Jonge weg, en was de weg vrij voor Wopke Hoekstra.

De consequentie van dit alles is dat het CDA, ooit een stabiele factor in het centrum van de macht, een dolend geheel is geworden. Partijleden vragen zich af of ze lid willen blijven, afdelingen overwegen zich af te splitsen en eventueel met Omtzigt mee te gaan. Het zou grote gevolgen hebben voor de formatie, waar de VVD het CDA nodig heeft om een centrumrechts blok te vormen. Anders is de VVD overgeleverd aan partijen die links van de partij staan, en dat ligt gevoelig in de VVD-achterban. Maar de vraag of het CDA wel moet meedoen, is dwingender geworden. De partij oogt stuurloos en kan daarom een bedreiging vormen voor de stabiliteit van iedere coalitie.

Het CDA heeft vaker lastige periodes doorgemaakt, en heeft die soms overwonnen door te herbronnen in de oppositie. Het CDA moet zichzelf de vraag stellen of het daar niet weer tijd voor wordt. De partij herbergt van oudsher twee zielen: ze wil graag meeregeren, een machtspartij zijn. Maar het CDA wil van oudsher ook opkomen voor de ‘kleine luyden’, de burger die beschermd moet worden tegen een sterke overheid. Grof geschetst: Hoekstra vertegenwoordigt de eerste ziel, Omtzigt de tweede. Omtzigt is weg, maar het CDA heeft de opdracht recht te blijven doen aan dat tweede beginsel.