Recensie

Recensie Beeldende kunst

Tegenovergestelde portretten, industrie vs. natuur en mysterieuze mistbakken

Beeldende kunst Uit de vele tentoonstellingen die in galeries te zien zijn, maakt NRC wekelijks een selectie. De meeste exposities zijn zonder afspraak te bezichtigen.

Portretten van Mame-Diarra Niang en Barthélémy Toguo bij Stevenson in Amsterdam.
Portretten van Mame-Diarra Niang en Barthélémy Toguo bij Stevenson in Amsterdam. Foto Jonathan de Waart / Galerie Stevenson

Twee maal portretten, maar totaal anders

Ergens in 2020, toen de corona-crisis nog volop woekerde, besloot een internationale groep galeries op een nieuwe manier te gaan samenwerken. Ze richtten ‘Galleries Curate’ op, een informeel netwerk, en het eerste initiatief van de groep was het organiseren van een serie exposities met het thema ‘water’, die over de hele wereld zouden plaatsvinden – van galerie Jan Mot in Brussel en Sadie Coles in Londen tot Take Ninagawa in Tokio en ROH Projects in Jakarta. Dit project wordt nu afgesloten in de Amsterdamse vestiging van de Zuid-Afrikaanse galerie Stevenson, met een tentoonstelling van Mame-Diarra Niang en Barthélémy Toguo.

Mame-Diarra Niang, Léthé. Figure le moment qui précède.
Foto Galerie Stevenson
Bilongue II, 2020. Zingana wood.
Barthélémy Toguo.
Mame-Diarra Niang, Léthé en Barthélémy Toguo. Bilongue II.
Foto Stevenson

Deze tentoonstelling laat meteen zien dat het water-thema niet al te zwaar wordt genomen. Als de werken van Niang en Toguo iets met elkaar te maken hebben, is dat ze allebei varianten tonen op portretten en dat ze binnen dat idee bijna perfect tegenovergesteld zijn.

Barthélémy Toguo (1967) toont een serie portretten als reliëfs in houtsnijwerk van inwoners van de wijk Bilongue in Douala, Kameroen. Door het hout hebben de portretten iets onveranderlijks, tegelijk is Toguo zo goed in de techniek dat de hoofden bijna uit het hout naar voren lijken te komen – alsof ze zich aan hun eigen stugheid willen ontworstelen.

Mame-Diarra Niang (1982) doet juist precies het omgekeerde. Zij vervaardigde haar portretten door in lockdown foto’s op internet op te zoeken en die vervolgens van het scherm te fotograferen. Daardoor lijken haar figuren vanuit de onderwereld tot je te komen: de kleuren zijn fel, maar de personen zijn schimmen. Dat wordt nog eens versterkt doordat Niang ze opvallend ‘poederig’ heeft afgedrukt, waardoor het voelt alsof deze mensen elk moment, voor je ogen uit elkaar kunnen vallen. Dat geeft Niangs portretten een bijzondere kracht: hoe nadrukkelijk ze ook aanwezig zijn, hun kwetsbaarheid is onontkoombaar. En juist die botsing van tegenstelingen maakt haar werk – en de hele tentoonstelling – zeer de moeite waard.

Je tong uitsteken tegen de zon

Carel Visser, Vrouw (1951), tentoonstelling ‘World of earth’ van Kunstfort bij Vijfhuizen, te zien t/m 1/8. Fot LNDWstudio / Courtesy Borzo Gallery

‘De machine veracht ik niet, zijn menselijk evenbeeld wel. Al was het alleen maar omdat ik hem slechts veranderen, niet scheppen kan”, schreef W.F. Hermans in een verhaal uit 1942 waarin de industrie een poging doet de natuur om zeep te helpen. De gedachte aan Hermans kwam bij me op toen ik de tentoonstelling World of earth bezocht in het Kunstfort Vijfhuizen. Hierin zetten beeldend kunstenaars Carel Visser (1928-2015), Ad de Jong (1953) en Agata Ingarden (1993) een wereld neer waarin industrie en natuur nauw verweven zijn; wat er is, wordt veranderd. Of het nu een stam is die met koperdraad wordt omwikkeld om een nieuwe betekenis te krijgen, een autoband met glasscherven of een soort aliens opgebouwd uit plastic en foto’s: er ontstaan nieuwe organismen die herkenning en vervreemding oproepen.

Het idee achter de tentoonstelling is het hergebruik van alledaagse objecten, waarbij de spanning tussen natuurlijke en industriële materialen over het voetlicht komt. „Do You Feel Alive?”, vraagt Ingarden de bezoeker bijvoorbeeld wanneer twee handen een boomstam vasthouden die door koperdraad is omwikkeld. Nee, ben je geneigd te antwoorden, want het koperdraad ziet er verstikkend uit. Mocht de stam al kunnen ademen, dan is zijn lot bezegeld. Meer indruk maakt het eenvoudige lot van de ‘Vrouw’ van Carel Visser, die met vier roestige buisjes een persoon weet neer te zetten die zowel een parmantige als onzekere indruk maakt.

Die kale beelden vormen een schril contrast met de overvloedige tentoonstelling van Katja Novitskova, die in de loods van het Kunstfort een wereld neerzet die ze omschrijft als een ‘Microbial Oasis’. In een lichtinstallatie bewegen microben om een wereld te vormen, de installatie wordt omringd door enkele individuele, vergrote microben, DNA-letters en korte zinnetjes presenteren een dubbelzinnige boodschap. Het zijn net wezens met een grimas en de bezoeker weet: met de natuur valt niet te spotten – het is moeilijk om in sommige microben géén coronavirus te zien. En dan denk je weer aan Hermans: „Wie tegen de zon zijn tong uitsteekt, moet blind zijn of vrezen het te worden.”

In nevelen gehulde schoonheid

Maxime Brigou, Coup d’oeil #14, 2020. Foto LNDWstudio

Is er een bruid verdronken? Het valt niet goed te zien. Troebel water, een mistig moeras, witte rook: die associaties roepen de metalen bakken met halftransparante vensters op die de jonge Vlaamse kunstenaar Maxime Brigou (1992) maakt. Ze vult de bakken met gips, oude doeken, wit gaas, purschuim en hout. Het half-transparante raam zorgt ervoor dat je die inhoud maar moeilijk kunt zien, alleen flarden van de kleur en textuur van het materiaal breken door het venster. Die mysterieuze mistbakken exposeert Brigou vervolgens hangend aan de muur, daardoor krijgen de installaties (die consequent als ‘sculptuur’ worden aangeduid) toch iets van een tweedimensionaal schilderij. Coup d’oeil heet deze serie, wat zich laat vertalen als ‘oogopslag’ of ‘glimp’, en inderdaad: iedere blik is anders.

Maxime Brigou, Coup d’oeil (detail), 2020. Foto LNDWstudio

Brigou exposeert deze nieuwe serie – alle kunstwerken zijn in het afgelopen jaar gemaakt – op dit moment in Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond in Amsterdam, op een expositie om het 40 jarig bestaan te vieren van de instelling die Vlaamse cultuur in Nederland onder de aandacht brengt. Het jonge talent Brigou hangt er op uitnodiging van de Belgische wereldtopkunstenaar Berlinde de Bruyckere, die zelf jaren geleden ook in de Brakke Grond exposeerde.

Bij het zien van de mysterieuze bakken begrijp je de esthetische affiniteit. Met de ruwe materialen en zachtrode vleeskleuren is het werk van Brigou bij vlagen net zo mysterieus, griezelig en net zo sensueel als de sculpturen van wax, hout en dierenhuid die De Bruyckere zelf maakt.

Bijzonder aan de platte dieptelandschappen van Brigou is dat ze vanuit ieder perspectief en bij ieder licht heel anders zijn. En opvallend: als je dichterbij loopt, zie je steeds minder. Het is alsof het kunstwerk zich verlegen sluit. Wat je van dichtbij wel ziet: er zitten butsen in het matte venster. Alsof de inhoud zich een weg naar buiten wil vechten. Adembenemend.