Libel

Amsterdamse beestjes Stadsecoloog Remco Daalder schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam. Deze week: de Vroege Glazenmaker.

Ik kan de klimbes langs ons huis niet snoeien, want er slaapt een glazenmaker in. Een Vroege Glazenmaker. Een libel die eruit ziet of hij zo uit de autospuiterij komt: glanzend, bijna gelakt, met scherp afgescheiden kleuren. Een oranjebruin lijf met een gele driehoek op zijn bovenrug. Smaragdgroene ogen en als extraatje gele vlekken op de basis van zijn achtervleugels. Een mannetje, de vrouwtjes zijn net iets minder fel gekleurd. Hij komt in de vroege avond aangevlogen, altijd via dezelfde route, duikt de klimbes in en gaat aan een beschut blad hangen. Daar hangt hij te suffen tot het de volgende dag goed opgewarmd is en dan vertrekt hij weer naar zijn werkplek, vijftig meter verderop.

Die werkplek is ons buurtparkje in de Banne, Amsterdam-Noord. Wat struikpartijen, een paar hoge bomen, een speelpleintje voor de kinderen, moestuintjes voor hun ouders, het is een van die naamloze stukjes groen die de stad leuker maken. En dan de sloot eromheen, met brede rietkragen waarin meerkoeten en waterhoentjes broeden. En waarboven onze glazenmaker patrouilleert. We zien hem daar vaak vliegen, altijd boven dezelfde strook riet tussen de brug en de bocht, twintig strekkende meters, zijn territorium.

Hier houdt ons mannetje zich bezig met drie belangrijke taken. Ten eerste: eten vinden. In de zonnige uren jaagt hij onvermoeibaar op muggen, vliegen en ander klein gespuis. Vanuit muggen gezien is een libel een razendsnelle, wendbare, met enorme kaken uitgeruste predator, iets uit je ergste nachtmerrie. Ten tweede moet hij andere mannetjes uit zijn territorium verjagen. Dat gebeurt in spectaculaire luchtgevechten, waarbij nogal eens delen van vleugels sneuvelen. De laatste taak uit het werkpakket van de glazenmaker is het verleiden van vrouwtjes. Die zijn juist heel welkom in zijn territorium, want daarmee kun je paren. Het leven van het glazenmaker-mannetje is dus vrij overzichtelijk; het bestaat uit jagen, eten, vechten, vrijen en slapen. Het leven van het vrouwtje is ingewikkelder, want zij moet ook nog eieren afzetten, en dat kan niet overal, daarvoor moet je geschikt plantenmateriaal vinden, dode rietstengels die in het water drijven bijvoorbeeld.

Wij zijn erg gehecht aan onze glazenmaker. Je kan de klok gelijk zetten op zijn komst naar zijn slaapplek. Dat wil zeggen, tot gisteren. Toen werden we herinnerd aan een oude natuurwet: regelmaat, voorspelbaarheid, kan levensgevaarlijk zijn. Wij waren niet de enigen die de gewoonten van de glazenmaker kenden. Onze buurt-ekster had de zaak ook goed bestudeerd. Vlak voor de glazenmaker zou komen, posteerde hij zich in de dakrand. En toen de libel aan kwam vliegen, dook de ekster naar beneden en greep hem in de lucht, zoals de libel al zoveel muggen had gegrepen.

Weg glazenmaker. Had ik die klimbes nou maar eerder gesnoeid.

Stadsecoloog Remco Daalder schrijft hier op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.